Governance gaat over de manier waarop organisaties worden bestuurd, gecontroleerd en hoe zij
verantwoording afleggen aan hun stakeholders.
COGO ontwikkelmodel
Enerzijds verdeelt het governance in duidelijke onderdelen (focusgebieden)
Anderzijds laat het zien hoe organisaties zich ontwikkelen van een laag naar een hoog
volwassenheidsniveau.
Daarbij staat continue verbetering centraal. Organisaties moeten zich blijven aanpassen aan
veranderende omstandigheden, risico’s en verwachtingen van stakeholders.
De 7 focusgebieden (kern van governance)
Het model bestaat uit zeven focusgebieden die samen alle belangrijke onderdelen van corporate
governance omvatten. Deze gebieden staan niet los van elkaar, maar versterken elkaar en zorgen
gezamenlijk voor goede governance en duurzame waardecreatie. Bij elk focusgebied heb je 5
subfocusgebieden.
1. Executive Board Effectiveness
Dit focusgebied draait om hoe effectief het uitvoerend bestuur functioneert in het sturen van de
organisatie. De nadruk ligt op leiderschap, strategische richting en de kwaliteit van besluitvorming. Het
bestuur moet niet alleen richting geven, maar ook zorgen voor samenhang tussen strategie en
uitvoering.
Belangrijke onderdelen zijn:
leiderschap en visie → het ontwikkelen en actief communiceren van een duidelijke
strategische koers
besluitvorming → gestructureerde, transparante en bij voorkeur datagedreven
besluitvormingsprocessen, inclusief tegenkrachten (countervailing powers)
verantwoordelijkheid en verantwoording → het bestuur legt actief verantwoording af over
keuzes en prestaties
samenwerking en teamdynamiek → effectief functioneren als team, met gedeelde doelen
en onderlinge afstemming
strategische alignment → sterke koppeling tussen strategie en operationele uitvoering
binnen de organisatie
,In lage fases zijn beslissingen vaak persoonlijk, ongeorganiseerd en weinig transparant. In hogere
fases ontwikkelt dit zich naar gestructureerde, transparante en datagedreven besluitvorming,
waarbij stakeholders actief worden betrokken en het bestuur als één sterk team opereert.
2. Supervisory Board Effectiveness
Dit focusgebied richt zich op de effectiviteit van de Raad van Commissarissen (RvC) in haar rol van
toezicht en advies. De RvC moet een onafhankelijke en kritische tegenkracht vormen voor het bestuur,
maar tegelijkertijd ook strategische ondersteuning bieden.
De RvC moet:
onafhankelijk zijn → geen belangenverstrengeling en objectieve besluitvorming
beschikken over deskundigheid en diversiteit → verschillende perspectieven en
kennisgebieden vertegenwoordigen
goed communiceren en samenwerken → open dialoog met het bestuur en onderling
vertrouwen
zichzelf evalueren (accountability) → periodieke evaluaties van functioneren en effectiviteit
strategische toegevoegde waarde leveren → actief bijdragen aan lange termijn strategie en
risicobeheer
De ontwikkeling loopt van een passieve toezichthouder met beperkte invloed naar een actieve,
deskundige en onafhankelijke partner die het bestuur uitdaagt, ondersteunt en richting geeft aan
strategische keuzes.
3. Long-term Value Creation
Dit focusgebied draait om duurzame waardecreatie op de lange termijn. De organisatie richt zich niet
alleen op financiële prestaties, maar ook op haar impact op mens, milieu en maatschappij. Centraal
staat het creëren van waarde die niet alleen economisch, maar ook sociaal en ecologisch houdbaar is.
De belangrijkste onderdelen zijn:
People → welzijn, veiligheid, ontwikkeling en inclusie van medewerkers, inclusief gelijke
kansen en betrokkenheid
Planet → duurzaamheid en milieubeleid, zoals CO₂-reductie, energie-efficiëntie en circulaire
processen
Profit → focus op lange termijn winstgevendheid, transparante financiële rapportage en
ethisch handelen
Purpose → het integreren van maatschappelijke waarden in de strategie en bijdragen aan
een groter doel
ESG → het meten, monitoren en rapporteren van prestaties op het gebied van Environmental,
Social en Governance
De ontwikkeling loopt van minimale aandacht voor duurzaamheid naar een organisatie waarin
duurzaamheid en maatschappelijke impact volledig geïntegreerd zijn in strategie,
besluitvorming en bedrijfsvoering, en waarin ESG actief wordt gemeten en gestuurd.
4. Corporate Culture & Soft Controls
Dit focusgebied richt zich op de informele kant van governance: gedrag, normen en waarden binnen
de organisatie. Soft controls bepalen in sterke mate hoe medewerkers daadwerkelijk handelen en in
hoeverre regels worden nageleefd.
Belangrijke elementen:
tone at the top → voorbeeldgedrag van het bestuur dat ethisch handelen en integriteit
stimuleert
, communicatie en transparantie → openheid over normen, verwachtingen en dilemma’s
risicobewust gedrag en compliance → bewustzijn van regels en verantwoordelijkheden,
ook op informeel niveau
organisatiecultuur en -waarden → gedeelde normen en betrokkenheid van medewerkers
stakeholderverantwoordelijkheid → verantwoordelijkheid nemen voor de impact van gedrag
op stakeholders
In lage fases is cultuur onduidelijk, inconsistent en afhankelijk van individuen. In hogere fases wordt
cultuur actief gestuurd en gemeten, en vormt deze een strategisch voordeel met sterke
betrokkenheid, integriteit en openheid.
5. Risk Management & Internal Controls
Dit focusgebied gaat over het systematisch identificeren, analyseren en beheersen van risico’s, en het
inrichten van interne controles om de organisatie te beschermen en stabiel te laten functioneren.
Belangrijke onderdelen:
risicocultuur en bewustzijn → mate waarin medewerkers zich bewust zijn van risico’s
risico-identificatie en beoordeling → gestructureerde processen om risico’s te signaleren en
prioriteren
interne controleomgeving → aanwezigheid van beleid, procedures en controlemechanismen
monitoring en rapportage → continu volgen en rapporteren van risico’s en prestaties
continue verbetering en aanpassing → vermogen om systemen aan te passen aan
veranderingen
De ontwikkeling gaat van weinig inzicht en reactief handelen naar geavanceerde, geïntegreerde en
datagedreven systemen, met real-time monitoring en continue optimalisatie.
6. Stakeholder Involvement
Dit focusgebied benadrukt het belang van het actief betrekken van stakeholders bij besluitvorming en
strategie. Stakeholders leveren waardevolle input en vergroten het draagvlak voor beslissingen.
Belangrijke onderdelen:
transparantie en communicatie → open en gestructureerde informatievoorziening
betrokkenheidsprocessen → formele structuren zoals overleg, adviesraden en
feedbacksystemen
responsiviteit en aanpassingsvermogen → daadwerkelijk iets doen met feedback
relatiebeheer en vertrouwen → opbouwen van langdurige en sterke relaties
impactmeting en rapportage → meten en communiceren van effecten van
stakeholderbetrokkenheid
In lage fases is stakeholdercontact minimaal en reactief. In hogere fases ontstaat actieve
samenwerking, co-creatie en integratie van stakeholderinput in strategische keuzes.
7. Adherence to Codes & Regulations
Dit focusgebied draait om de naleving van wet- en regelgeving en corporate governance codes. Het
gaat niet alleen om compliance, maar ook om transparantie, integriteit en vertrouwen.
Belangrijke onderdelen:
transparantie en openbaarmaking → duidelijke en toegankelijke rapportage van prestaties
verantwoordingsplicht (accountability) → heldere bestuursstructuren en
controlemechanismen
ethisch gedrag en integriteit → gedragscodes en bewustwording binnen de organisatie
compliance met regelgeving → systemen en processen om aan wetgeving te voldoen
, stakeholderbetrokkenheid → transparante communicatie en participatie
De ontwikkeling loopt van reactieve naleving (alleen bij druk van buitenaf) naar een organisatie die
proactief handelt, transparant is en zelfs invloed uitoefent op nieuwe regelgeving en best practices.
Ontwikkelingsfasen
Fase 1: Ad hoc
o In deze fase ontbreekt structuur vrijwel volledig. Processen zijn niet vastgelegd en
beslissingen worden vooral genomen op basis van intuïtie of persoonlijke voorkeuren.
Er is weinig tot geen consistentie, transparantie of betrokkenheid van stakeholders.
Governance is hier vooral reactief: problemen worden pas aangepakt wanneer ze zich
voordoen.
Fase 2: Initial
o De organisatie begint met het aanbrengen van enige structuur. Er ontstaan eerste
processen, richtlijnen of afspraken, maar deze zijn nog niet goed uitgewerkt of
consistent toegepast. Er is wel bewustzijn van het belang van governance, maar de
uitvoering is nog beperkt en vaak afhankelijk van individuen in plaats van systemen.
Fase 3: Repeatable
o In deze fase zijn processen duidelijker gedefinieerd en kunnen ze herhaald worden.
Er is sprake van standaardisatie en meer consistentie in besluitvorming en
werkwijzen. Stakeholders worden vaker betrokken en er wordt meer gebruikgemaakt
van data en analyses. Governance begint hier echt vorm te krijgen als een
georganiseerd systeem.
Fase 4: Managed
o Governance is nu volledig ingericht en geïntegreerd in de organisatie. Processen
worden actief gemonitord, geëvalueerd en bijgestuurd op basis van KPI’s en data.
Transparantie, verantwoording en samenwerking zijn duidelijk zichtbaar. De
organisatie handelt niet alleen gestructureerd, maar ook bewust en doelgericht.
Fase 5: Leadership
o Dit is het hoogste volwassenheidsniveau. De organisatie is niet alleen goed
georganiseerd, maar loopt voorop in governance. Er is sprake van continue innovatie,
proactief handelen en het delen van best practices. Governance is volledig verweven
met de strategie en cultuur, en de organisatie fungeert als voorbeeld voor anderen in
de sector.
Bijlage: