2021
In dit document worden alle onderwerpen uit de kennistoets van OWE 1 uitgewerkt.
Inhoudsopgave
Anatomie Fysiologie ............................................................................................................................... 2
Topografie menselijk lichaam.............................................................................................................. 2
Celleer.................................................................................................................................................. 6
Wondgenezing/fractuurleer .............................................................................................................. 11
Ademhaling (COPD) ........................................................................................................................... 16
Hart en circulatie ............................................................................................................................... 21
Fysiologische reacties bij angst ......................................................................................................... 27
Algemene farmacologie / farmacotherapie ...................................................................................... 30
Verpleegtechnische vaardigheden ....................................................................................................... 36
Hygiëne .............................................................................................................................................. 36
Vitale functies: temperatuur ............................................................................................................. 39
Tiltechnieken 1: verplaatsing binnen de grenzen van het bed ......................................................... 41
Persoonlijke verzorging ..................................................................................................................... 43
Vitale functies (observatietechnieken): pols, ademhaling, bloeddruk ............................................. 46
Overzicht van de vitale functies ........................................................................................................ 50
Medicijnen toedienen ....................................................................................................................... 51
Zuurstof toedienen ............................................................................................................................ 55
Tiltechnieken 2: verplaatsen in bed .................................................................................................. 58
Communicatieve vaardigheden ........................................................................................................... 61
Themadagen ......................................................................................................................................... 76
Geschiedenis van de verpleegkundige & Beroepsprofiel.................................................................. 76
Samenwerken & Gezond en ziek ....................................................................................................... 78
Methodisch werken........................................................................................................................... 79
Wetgeving ......................................................................................................................................... 82
Zelfmanagement ............................................................................................................................... 83
Coping & de mantelzorger ................................................................................................................ 84
CANMEDS-rollen en de vitaal bedreigde patiënt .............................................................................. 87
1
,Anatomie Fysiologie
Topografie menselijk lichaam
Leerdoel: kent de begrippen anatomie en fysiologie en weet wat
daaronder verstaan wordt;
Anatomie gaat over de bouw van het lichaam (bouw).
Fysiologie gaat over hoe iets functioneert (functie).
Leerdoel: kan de anatomische houding beschrijven;
Anatomische positie; uitgangspunt is de volgende houding ->
De persoon staat rechtop, met de handpalm naar voren, voeten iets uit
elkaar en een rechte houding.
Leerdoel: kan aangeven welke drie lichaamsvlakken en -
doorsneden worden onderscheiden en kan deze beschrijven;
Vanuit de anatomische houding kunnen de anatomische vlakken,
positionele termen en lichaamsgebieden worden gebuikt.
Anatomische vlakken:
- Sagittaal: een vlak van boven naar beneden. Het meest gebruikte vlak is die in
het midden; het mediane vlak. Hierbij wordt links en rechts aangeven
makkelijk. Alles er links van; linker arm, linker buikhelft, etc.
Ook kun je aangeven of iets dicht of ver weg van het mediane vlak ligt. Dit doe
je met: mediaal en lateraal. Mediaal is dicht bij het midden, lateraal betekent
verder van het midden.
- Coronaal: de verdeling in voor en achter; ventraal en dorsaal. De wervelkolom
licht dorsaal van het borstbeen.
- Transversaal: de verdeling in boven en onder; craniaal en onder. Craniaal is
richting de schedel (van onder naar boven), caudaal is van boven naar
beneden. De schedel ligt craniaal van de schouderbladen.
Leerdoel: kent de belangrijke plaatsaanduidingen;
Leerdoel: kent de richtingaanduidingen die worden gebruikt om
plaatsveranderingen van bewegende lichaamsdelen te beschrijven;
Positioneringstermen:
Intra = binnenin
Retro = erachter
Sub = eronder
Pre = ervoor
Extra = buiten
Voorbeelden: Intraperitoneaal, retroperitoneaal, subperitoneaal, preperitoneaal,
extraperitoneal.
2
,Positionele termen:
Centraal = in het midden, perifeer = aan de uiteinden.
Internus = inwendig, externus = uitwendig (vnmlk bij bloedvaten en zenuwen).
Profundus = diep en superficialis = oppervlakkig.
Plaatsaanduidingen gaan uit van een bewegingloze toestand; de statica. Termen om
beweging te beschrijven heten dynamica.
Flexie = buigbeweging, extensie = strekbeweging.
Voor het voorwaarts/achterwaarts bewegen van de hele arm, de hele been, de romp
en hoofd: anteflexie en retroflexie.
Lateroflexie = zijwaarts bewegen hoofd en romp.
Dorsaalflexie = beweging van hand en vingers en voet en tenen richting
handrug/wreef.
Palmairflexie = hand in richting handpalm, plantairflexie = voet richting voetzool.
Supinatie = soep eten, handpalm open draaien naar boven. Pronatie omgekeerd.
Abductie = bewegen van middellijn af; zijwaarts heffen van arm of been.
Adductie = bewegen naar de middellijn toe.
Naar de botstukken in onderarm toe: unairabductie en radiaalabductie.
Exorotatie = buitenwaartse draaiing.
Endorotatie = binnenwaartse draaiing.
Opponeren = duim tegenover vingers positioneren.
Reponeren = duim weg van vingers (naast) positioneren.
3
, Lichaamsgebieden, voorkant:
- Cefaal: hoofd
- Orbitaal: oogholte
- Oraal: mondholte
- Frontaal: voorhoofd
- Nasaal: neusholte
- Cervicaal: nek
- Axillair: oksel
- Thoracaal: borstkas
- Sternaal: borstbeen
- Mamaal: borst
- Brachiaal: arm
- Abdominaal: buik
- Ubilicaal: navel
- Carpaal: pols
- Digitaal: vingers
- Pubisch: genitaal
- Inguinaal: lies
- Femoraal: bovenbeen
- Patellair: knieschijf
- Cruraal: onderbeen
- Tarsaal: enkel
- Digitaal: teen
- Pedaal: voet
- Hallux: grote teen
Lichaamsgebieden, achterkant:
- Occipitaal: achterhoofd
- Vertebraal: wervelkolom
- Lumbaal: onderrug
- Saccraal: heiligbeen
- Gluteaal: billen
- Perineaal: tussen anus en genitaliën
- Popliteaal: knieholte
- Calcaneaal: hiel
- Plantair: voetzool
Lichaamsgebieden, abdomen:
De buik is in 9 vakken ingedeeld. ->
4