Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Jurisprudentie-indirecte belastingen en internationale handel J

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
27
Geüpload op
04-04-2026
Geschreven in
2025/2026

Samenvattingen van de verplichte jurisprudentie (Syllabus week 1 t/m 6). Het grondig bestuderen van deze samenvattingen zal je helpen om het tentamen met een hoog cijfer te halen.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

IBIR 2025-2026-jurisprudentie
College 1-1 Inleiding Unierecht en internationale handel

1. HvJ 5 februari 1963, 26/62, Van Gend & Loos
• Feiten: Transportbedrijf Van Gend & Loos importeerde een chemische stof vanuit Duitsland naar
Nederland. De Nederlandse douane had in de tussentijd de invoerrechten op dit product
verhoogd. Van Gend & Loos stelde dat dit in strijd was met de 'standstill-bepaling' uit het
toenmalige EEG-Verdrag (het verbod om nieuwe douanerechten in te voeren of bestaande te
verhogen).
• Geschil: Kan een burger zich voor een nationale rechter rechtstreeks beroepen op een artikel uit
een Europees verdrag (primaire EU-wetgeving) om de toepassing van een daarmee strijdige
nationale heffing aan te vechten?
• Conclusie: Ja, primaire EU-wetgeving kan directe werking hebben.
• Relevante overwegingen: Het Hof oordeelde historisch dat de Gemeenschap (nu EU) een
nieuwe rechtsorde van internationaal recht vormt, ten gunste waarvan de lidstaten hun
soevereiniteit hebben begrensd. Het EU-recht roept niet alleen verplichtingen in het leven voor
de lidstaten, maar kent ook direct rechten toe aan particulieren. Voorwaarde is wel dat de
bepaling voldoende duidelijk, nauwkeurig en onvoorwaardelijk is.

2. HvJ 15 juli 1964, 6/64, Costa/ENEL
• Feiten: De heer Costa was aandeelhouder van een Italiaans elektriciteitsbedrijf dat door de
Italiaanse staat werd genationaliseerd en ondergebracht in het staatsbedrijf ENEL. Als protest
weigerde Costa zijn stroomrekening van 1924 lire (ongeveer 1 euro) te betalen, met het
argument dat de nationalisatiewet in strijd was met het EEG-Verdrag.
• Geschil: Wat moet de nationale rechter doen als een latere nationale wet botst met Europees
recht? Heeft het EU-recht voorrang?
• Conclusie: Ja, het Europees recht heeft absolute voorrang op nationaal recht (ook op latere
nationale wetgeving).
• Relevante overwegingen: In aanvulling op Van Gend & Loos stelde het Hof dat het EU-recht
een eigen rechtsorde is, die een integrerend deel uitmaakt van de rechtsstelsels van de
lidstaten. Lidstaten kunnen niet eenzijdig een latere nationale wet laten prevaleren over een
rechtsorde die zij zelf op basis van wederkerigheid hebben aanvaard. Dit noemen we het
beginsel van de suprematie of voorrang van het EU-recht.

3. HvJ 1 februari 1977, 51/76, VNO (Verbond van Nederlandse Ondernemingen)
• Feiten: VNO was het oneens met de Nederlandse belastingdienst over de aftrek van
voorbelasting (btw) op investeringsgoederen. VNO stelde dat de Nederlandse implementatie in
de Wet OB 1968 in strijd was met de destijds geldende Tweede Btw-richtlijn van de EU.
• Geschil: Kan een particulier zich voor de nationale rechter rechtstreeks beroepen op een
bepaling uit een EU-richtlijn als de lidstaat deze richtlijn niet of onjuist heeft geïmplementeerd?
• Conclusie: Ja, richtlijnbepalingen kunnen directe werking hebben, mits aan bepaalde
voorwaarden is voldaan.
• Relevante overwegingen: Waar Van Gend & Loos over verdragsartikelen ging, trekt het Hof dit
hier door naar richtlijnen. Particulieren kunnen zich tegenover de overheid beroepen op
bepalingen van een richtlijn (verticale directe werking) indien de implementatietermijn is
verstreken én de bepalingen inhoudelijk onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn. De
overheid mag niet profiteren van haar eigen fout om een richtlijn niet goed om te zetten in
nationaal belastingrecht.
1

,4. HvJ 8 oktober 1987, 80/86, Kolpinghuis
• Feiten: Café Kolpinghuis in Nijmegen verkocht een mix van kraanwater en koolzuur als
'mineraalwater'. De Keuringsdienst van Waren trad hiertegen op, hoewel de Nederlandse wet dit
nog niet expliciet verbood. De officier van justitie baseerde de vervolging op de uitleg van een
nationale regeling in het licht van een nog niet in Nederland geïmplementeerde Europese
richtlijn inzake mineraalwater.
• Geschil: Kan de overheid zich tegenover een burger beroepen op een niet-geïmplementeerde
richtlijn om de burger een verplichting op te leggen of te bestraffen (omgekeerde verticale
directe werking)?
• Conclusie: Nee, een richtlijn kan uit zichzelf geen verplichtingen aan particulieren opleggen.
• Relevante overwegingen: Een richtlijn kan niet bezwarend werken. De overheid mag een
richtlijn niet als zelfstandige basis gebruiken om tegen burgers op te treden, en de plicht tot
richtlijnconforme uitlegging vindt zijn grens in de algemene rechtsbeginselen, in het bijzonder
het beginsel van rechtszekerheid en het verbod op terugwerkende kracht (zeker in het
strafrecht).

5. HvJ 13 november 1990, C-106/89, Marleasing
• Feiten: Een civiel geschil in Spanje tussen twee private ondernemingen, Marleasing en La
Comercial. Marleasing wilde de oprichting van La Comercial nietig laten verklaren op basis van
het Spaanse burgerlijk wetboek. La Comercial beriep zich echter op een Europese
vennootschapsrichtlijn die dergelijke nietigheidsgronden sterk inperkte.
• Geschil: Heeft een richtlijn horizontale directe werking (tussen burgers onderling)? Zo nee, moet
de nationale rechter het nationale recht dan toch anders toepassen?
• Conclusie: Een richtlijn heeft géén horizontale directe werking, maar de nationale rechter heeft
wel de plicht tot richtlijnconforme uitlegging (indirecte werking).
• Relevante overwegingen: Particulieren kunnen een richtlijn niet rechtstreeks tegen elkaar
inroepen. Echter, nationale rechters moeten ál het nationale recht (of het nu voor of na de
richtlijn is vastgesteld) zoveel mogelijk uitleggen "in het licht van de bewoordingen en het doel
van de richtlijn" om het beoogde resultaat te bereiken.

6. HvJ 30 september 2003, C-244/01, Köbler
• Feiten: De Oostenrijkse professor Köbler vroeg een anciënniteitstoeslag aan, maar Oostenrijk
weigerde deze omdat hij deels in andere EU-lidstaten had gewerkt. De hoogste Oostenrijkse
bestuursrechter trok een prejudiciële vraag aan het HvJ in en oordeelde, in strijd met het EU-
recht, in het nadeel van Köbler. Köbler stelde de Oostenrijkse staat vervolgens aansprakelijk voor
de schade.
• Geschil: Kan een lidstaat aansprakelijk worden gesteld voor schade die een burger lijdt door een
schending van het EU-recht, als die schending is begaan door een hoogste nationale rechterlijke
instantie?
• Conclusie: Ja, staatsaansprakelijkheid geldt ook voor fouten van de hoogste rechterlijke macht.
• Relevante overwegingen: Het beginsel dat lidstaten aansprakelijk zijn voor schendingen van
EU-recht, geldt voor álle staatsorganen, dus ook voor de rechtspraak. Echter, vanwege de
onafhankelijkheid en het gezag van gewijsde van de hoogste rechters, is aansprakelijkheid
beperkt tot uitzonderlijke gevallen. Dit kan alleen als de hoogste rechter het toepasselijke recht
kennelijk heeft geschonden (bijvoorbeeld door vaste jurisprudentie van het HvJ bewust te
negeren en ten onrechte geen prejudiciële vragen te stellen).

7. HvJ 13 januari 2004, C-453/00, Kühne & Heitz (BNB 2004/150)

2

, • Feiten: Kühne & Heitz exporteerde kippenvlees en moest de ontvangen exportrestituties
terugbetalen omdat de Nederlandse autoriteiten een bepaalde tariefindeling hanteerden. K&H
procedeerde tot de hoogste nationale rechter, maar verloor. Later oordeelde het HvJ in een
ándere zaak dat de uitleg die K&H bepleitte wél de juiste was. K&H vroeg de Nederlandse
autoriteiten daarop om terug te komen op het inmiddels onherroepelijk vaststaande besluit.
• Geschil: Is een bestuursorgaan op grond van het EU-recht verplicht om een definitief geworden
bestuurlijk besluit te herzien als later blijkt dat dit besluit berust op een onjuiste interpretatie van
het EU-recht?
• Conclusie: Ja, maar alleen onder zeer strikte voorwaarden kan een inbreuk op de formele
rechtskracht (het definitieve karakter) van het besluit worden geëist.
• Relevante overwegingen: Het EU-recht vereist niet standaard dat onherroepelijke besluiten
worden teruggedraaid. Vanuit het loyaliteitsbeginsel moet het bestuursorgaan dit echter wél
doen als is voldaan aan vier voorwaarden:
1. Het bestuursorgaan heeft naar nationaal recht de bevoegdheid om op het besluit terug te
komen.
2. Het besluit is onherroepelijk geworden door een uitspraak van een hoogste nationale rechter.
3. Die rechterlijke uitspraak berust op een verkeerde uitleg van het EU-recht, gegeven zónder
dat de hoogste rechter het HvJ prejudiciële vragen heeft gesteld.
4. De betrokkene heeft zich onmiddellijk na het ontdekken van de HvJ-uitspraak tot het
bestuursorgaan gewend met het verzoek tot herziening.


College 1-2 Inleiding Douanerecht

1. HvJ 1 maart 2005, C-377/02, Léon van Parys
• Feiten: Léon van Parys NV is een importeur van bananen uit Ecuador. De EU hanteerde destijds
invoerbeperkingen en tariefquota voor de invoer van bananen. Het Dispute Settlement Body
(DSB) van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) had na een klacht vastgesteld dat deze EU-
invoerregelingen in strijd waren met de internationale WTO-regels. Van Parys weigerde
vervolgens bepaalde heffingen te betalen en beriep zich in een nationale procedure rechtstreeks
op deze WTO-uitspraak om de EU-regels ongeldig te laten verklaren.
• Geschil: Kan een particulier zich voor de nationale rechter rechtstreeks beroepen op een
uitspraak van het DSB van de WTO om te stellen dat EU-wetgeving ongeldig is (oftewel: heeft
WTO-recht en een DSB-uitspraak 'directe werking' in de EU)?
• Conclusie: Nee. Particulieren kunnen zich in rechte niet rechtstreeks beroepen op WTO-
overeenkomsten of DSB-uitspraken om Europese handelingen ongeldig te laten verklaren.
• Relevante overwegingen: Het Hof oordeelt dat WTO-overeenkomsten, gelet op hun aard en
opzet, niet behoren tot de normen waaraan het Hof de wettigheid van EU-handelingen toetst.
Het WTO-systeem is gebouwd op flexibiliteit en politieke onderhandelingen tussen
staten/handelsblokken. Als een DSB-uitspraak direct juridische werking zou hebben voor burgers,
zou dit de politieke instellingen van de EU (de Commissie en de Raad) beroven van hun
diplomatieke onderhandelingsruimte. De EU moet de vrijheid behouden om een conflict binnen
de WTO op te lossen, bijvoorbeeld via politieke compromissen of het bieden van handelstrade-
offs.

2. HvJ 10 november 2011, C-319/10 en C-320/10, X en X BV
• Feiten: Twee importeurs (X en X BV) importeerden bevroren, gezouten kippenvlees. De
Europese douaneautoriteiten deelden dit, op basis van specifieke EU-verordeningen, in onder
een tariefpost voor kip die leidde tot aanzienlijk hogere douanerechten dan de post voor
3

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
4 april 2026
Aantal pagina's
27
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$10.77
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
BelastingrechtLiefhebber

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
BelastingrechtLiefhebber Vrije Universiteit Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
1 maand geleden
arresten van samenvattingen

Ik verkoop waardevolle arrest-samenvattingen van uiteenlopende onderwerpen uit het belastingrecht. Deze overzichtelijke samenvattingen helpen je de kernpunten makkelijk te onthouden, zodat je tijdens je examen met een hoog cijfer kunt slagen.

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen