Aantekeningen
HC 1 2-2-2026
Motorische ontwikkeling:
Centrale vraag colleges en kennisclips: Hoe kunnen we de motorische
ontwikkeling van kinderen verklaren?
Baby’s net geboren kunnen zelf nog niks (alleen zuigreflex), andere
bewegingen kunnen ze niet zelfstandig uitvoeren (te vergelijken met dieren).
Binnen een aantal jaren enorm verandering in beweging en ontwikkeling
volwassenen en kinderen veel vergelijkbaar gedrag veel mensen ontwikkelen
hetzelfde gedrag hoe komt dat? je kan mensen nadoen in de omgeving.
Definitie van ontwikkeling
Motorische ontwikkeling:
De veranderingen in motorisch gedrag die gedurende de kindertijd (0-20
jaar) zichtbaar zijn
De processen die ten grondslag liggen aan deze veranderingen
Factoren die de veranderingen in gedrag beïnvloeden
Veranderingen die we zien processen die eronder liggen factoren die het
aansturen.
Belangrijke vragen:
Waarom vertoont een kind een bepaalde vorm van nieuw gedrag op een
bepaald moment in de tijd?
Wat veroorzaakt dit nieuwe gedrag?
Begrippen
Genese: wording, het ontstaan van iets nieuws (novelty) waar komt iets
vandaan?
Ontogenese: de ontwikkeling van het individu
Fylogenese: de ontwikkeling van de soort (van de mens,
populatie/soorten)
Thema’s om ontwikkeling te begrijpen (1)
Ontwikkeling: de veranderingen in gedrag die in de kindertijd zichtbaar
worden kwalitatieve verandering bijv. zitten, staan, kruipen, rennen,
gooien welk gedrag kan je zien? los van de omgeving, bij verschillende
culturen en locaties aanwezig.
Kan later ook achteruit gaan
Leren: individuele veranderingen in het gedrag die het gevolg zijn van
exogene factoren (omgevingsfactoren) bijv. schaatsen en fietsen leren
als je het niet leert zou je het anders niet doen, echt afhankelijk van de
omgeving waar je in zit.
Groei (rijping): kwantitatieve biologische veranderingen bijv. lengte,
gewicht, spiermassa, neurologische veranderingen biologie, is meetbaar
(kwantitatief).
,Ontwikkeling ≠ leren ≠ groei worden vaak gebruikt in relatie tot elkaar.
Thema’s ontwikkeling te begrijpen (2): Hoe ontstaat nieuw gedrag?
Nature-nurture debat Hoe ontstaat nieuw gedrag?
Nature: alle eigenschappen liggen besloten in het kind (genetische factoren).
Nieuwheid:
Kennis ligt opgeslagen in de genen
Vooraf bepaalde ontwikkeling
Ontwikkeling zit in de genen.
Nurture: het kind start als Tabula rasa (blanco) en wordt gevormd door opvoeding
en onderwijs (omgeving waar je in zit is vooral bepalend).
Nieuwheid:
Kennis ligt opgeslagen in de omgeving
Nieuw gedrag door leren
Leren is altijd mogelijk
Vervolg…
Kennis opgeslagen in de genen interactie kennis uit de omgeving.
Wederzijdse beïnvloeding van aangeboren structuren en omgevingsfactoren.
Nature en nurture interacteren met elkaar de 1 meer dan de andere.
Thema’s ontwikkeling te begrijpen (3). Ontwikkeling: continu of
discontinu?
Ontwikkeling continu vs discontinu
Continu:
Nieuw gedrag komt voort uit eerder gedrag (voortdurende toename van
gedrag)
Groei/leren
Kwantitatieve veranderingen
Lineaire groei
Discontinu:
Nieuw gedrag komt voort uit nieuwe interne structuren
Ontwikkeling
Kwalitatieve veranderingen
Verschillende gedrag (lopen, zitten, staan)
Verschillende theorieën gaan meer uit van het 1 of de andere.
Wat bepaalt of ontwikkeling continu of discontinu is?
, Soort gedrag dat bestudeerd wordt (bv. lengtegroei vs functioneel gedrag)
Tijdsframe waarbinnen gemeten wordt wanneer/hoe vaak je meet heeft
invloed op de resultaten.
Cross-sectioneel of longitudinaal individuele ontwikkeling kan anders zijn
terwijl je een lineaire groei hebt van groep.
Meten gedurende weken/maanden discontinue ontwikkeling.
Meten gedurende seconden tot dagen continue ontwikkeling.
Ontwikkeling van het schrijven
Cijfers schrijven schrijftijd meten.
5 jaar doen er veel langer over 10 jaar zijn sneller.
Continue ontwikkeling tijd neemt af met leeftijd.
Kijken naar pengrip primitieve grip, transitionele grip, mature grip (zie ppt).
Het is cross sectioneel.
Jonge kinderen alle 3 pengrepen.
Oudere kinderen meer mature grip
Kinderen van 10 jaar weer vooral transitionele grip gaan eigen pengrip
ontwikkelen meer bij meiden dan bij jongens.
Van 5 naar 6 jaar komt door naar school gaan meer naar mature grip.
Ene kant continue en andere kant beter inzicht hoe ontwikkeling eruit ziet.
Pittenzak vangen (arm action)
Kinderen van 3 meest verschillende soorten vanggedrag sommige geen
reactie (niet vangen) variabel gedrag dit zie je ook bij 4 jaar.
5 jaar kinderen gebruiken een goed reikpatroon, klein beetje variabel.
Longitudinaal elk horizontaal streepje, verschillend kind allemaal een
verschillende ontwikkeling verschil kwantitatieve gegevens cross sectioneel
en longitudinaal geven ander inzicht in ontwikkeling.
Net ander beeld
Bovenin kinderen van 4 of 5 geen reactiehand door ontwikkelen, konden
het nog steeds niet
Onderin zie je kinderen die het al wel goed konden
Historisch overzicht van theorieën motorische ontwikkeling
, Inleiding van ontwikkelings-theorieën: 1. Nativisme
Nativisme: ontwikkeling wordt bepaald door endogene factoren (binnen het
individu)
Ontwikkeling = rijping van het C.Z.S. (centraal zenuwstelsel systeem)
Factoren binnenin het individu
Inleiding van ontwikkelings-theorieën: 2. Empirisme
Empirisme: ontwikkeling wordt bepaald door exogene factoren
Ontwikkeling = leren
Inleiding van ontwikkelings-theorieën: 3. Interactionisme
Interactionisme: ontwikkeling wordt bepaald door de wederkerige
interactie tussen het individu en de omgeving
Ontwikkeling = interactie van rijping + leren
Motorische ontwikkelingstheorieën
Hoe verklaart een nativistische (rijpings-) theorie ontwikkeling?
Nativisme: ontwikkeling wordt bepaald door endogene factoren (binnenin
individu)
Model: biologisch onderzoek naar ontwikkeling van organismen
Genetische invloeden veranderingen in het C.Z.S. gedragsontwikkeling
Pijler van rijpingstheorie: Coghill
1. Veranderingen in de morfologie van het gedrag vormen de basis voor het
begrijpen van de ontwikkeling
2. De morfologie: reflecteert veranderingen in onderliggende neurale
structuren
3. Veranderingen in het c.z.s. zijn een autonoom product van groei, zij worden
NIET beïnvloed door de omgeving
HC 1 2-2-2026
Motorische ontwikkeling:
Centrale vraag colleges en kennisclips: Hoe kunnen we de motorische
ontwikkeling van kinderen verklaren?
Baby’s net geboren kunnen zelf nog niks (alleen zuigreflex), andere
bewegingen kunnen ze niet zelfstandig uitvoeren (te vergelijken met dieren).
Binnen een aantal jaren enorm verandering in beweging en ontwikkeling
volwassenen en kinderen veel vergelijkbaar gedrag veel mensen ontwikkelen
hetzelfde gedrag hoe komt dat? je kan mensen nadoen in de omgeving.
Definitie van ontwikkeling
Motorische ontwikkeling:
De veranderingen in motorisch gedrag die gedurende de kindertijd (0-20
jaar) zichtbaar zijn
De processen die ten grondslag liggen aan deze veranderingen
Factoren die de veranderingen in gedrag beïnvloeden
Veranderingen die we zien processen die eronder liggen factoren die het
aansturen.
Belangrijke vragen:
Waarom vertoont een kind een bepaalde vorm van nieuw gedrag op een
bepaald moment in de tijd?
Wat veroorzaakt dit nieuwe gedrag?
Begrippen
Genese: wording, het ontstaan van iets nieuws (novelty) waar komt iets
vandaan?
Ontogenese: de ontwikkeling van het individu
Fylogenese: de ontwikkeling van de soort (van de mens,
populatie/soorten)
Thema’s om ontwikkeling te begrijpen (1)
Ontwikkeling: de veranderingen in gedrag die in de kindertijd zichtbaar
worden kwalitatieve verandering bijv. zitten, staan, kruipen, rennen,
gooien welk gedrag kan je zien? los van de omgeving, bij verschillende
culturen en locaties aanwezig.
Kan later ook achteruit gaan
Leren: individuele veranderingen in het gedrag die het gevolg zijn van
exogene factoren (omgevingsfactoren) bijv. schaatsen en fietsen leren
als je het niet leert zou je het anders niet doen, echt afhankelijk van de
omgeving waar je in zit.
Groei (rijping): kwantitatieve biologische veranderingen bijv. lengte,
gewicht, spiermassa, neurologische veranderingen biologie, is meetbaar
(kwantitatief).
,Ontwikkeling ≠ leren ≠ groei worden vaak gebruikt in relatie tot elkaar.
Thema’s ontwikkeling te begrijpen (2): Hoe ontstaat nieuw gedrag?
Nature-nurture debat Hoe ontstaat nieuw gedrag?
Nature: alle eigenschappen liggen besloten in het kind (genetische factoren).
Nieuwheid:
Kennis ligt opgeslagen in de genen
Vooraf bepaalde ontwikkeling
Ontwikkeling zit in de genen.
Nurture: het kind start als Tabula rasa (blanco) en wordt gevormd door opvoeding
en onderwijs (omgeving waar je in zit is vooral bepalend).
Nieuwheid:
Kennis ligt opgeslagen in de omgeving
Nieuw gedrag door leren
Leren is altijd mogelijk
Vervolg…
Kennis opgeslagen in de genen interactie kennis uit de omgeving.
Wederzijdse beïnvloeding van aangeboren structuren en omgevingsfactoren.
Nature en nurture interacteren met elkaar de 1 meer dan de andere.
Thema’s ontwikkeling te begrijpen (3). Ontwikkeling: continu of
discontinu?
Ontwikkeling continu vs discontinu
Continu:
Nieuw gedrag komt voort uit eerder gedrag (voortdurende toename van
gedrag)
Groei/leren
Kwantitatieve veranderingen
Lineaire groei
Discontinu:
Nieuw gedrag komt voort uit nieuwe interne structuren
Ontwikkeling
Kwalitatieve veranderingen
Verschillende gedrag (lopen, zitten, staan)
Verschillende theorieën gaan meer uit van het 1 of de andere.
Wat bepaalt of ontwikkeling continu of discontinu is?
, Soort gedrag dat bestudeerd wordt (bv. lengtegroei vs functioneel gedrag)
Tijdsframe waarbinnen gemeten wordt wanneer/hoe vaak je meet heeft
invloed op de resultaten.
Cross-sectioneel of longitudinaal individuele ontwikkeling kan anders zijn
terwijl je een lineaire groei hebt van groep.
Meten gedurende weken/maanden discontinue ontwikkeling.
Meten gedurende seconden tot dagen continue ontwikkeling.
Ontwikkeling van het schrijven
Cijfers schrijven schrijftijd meten.
5 jaar doen er veel langer over 10 jaar zijn sneller.
Continue ontwikkeling tijd neemt af met leeftijd.
Kijken naar pengrip primitieve grip, transitionele grip, mature grip (zie ppt).
Het is cross sectioneel.
Jonge kinderen alle 3 pengrepen.
Oudere kinderen meer mature grip
Kinderen van 10 jaar weer vooral transitionele grip gaan eigen pengrip
ontwikkelen meer bij meiden dan bij jongens.
Van 5 naar 6 jaar komt door naar school gaan meer naar mature grip.
Ene kant continue en andere kant beter inzicht hoe ontwikkeling eruit ziet.
Pittenzak vangen (arm action)
Kinderen van 3 meest verschillende soorten vanggedrag sommige geen
reactie (niet vangen) variabel gedrag dit zie je ook bij 4 jaar.
5 jaar kinderen gebruiken een goed reikpatroon, klein beetje variabel.
Longitudinaal elk horizontaal streepje, verschillend kind allemaal een
verschillende ontwikkeling verschil kwantitatieve gegevens cross sectioneel
en longitudinaal geven ander inzicht in ontwikkeling.
Net ander beeld
Bovenin kinderen van 4 of 5 geen reactiehand door ontwikkelen, konden
het nog steeds niet
Onderin zie je kinderen die het al wel goed konden
Historisch overzicht van theorieën motorische ontwikkeling
, Inleiding van ontwikkelings-theorieën: 1. Nativisme
Nativisme: ontwikkeling wordt bepaald door endogene factoren (binnen het
individu)
Ontwikkeling = rijping van het C.Z.S. (centraal zenuwstelsel systeem)
Factoren binnenin het individu
Inleiding van ontwikkelings-theorieën: 2. Empirisme
Empirisme: ontwikkeling wordt bepaald door exogene factoren
Ontwikkeling = leren
Inleiding van ontwikkelings-theorieën: 3. Interactionisme
Interactionisme: ontwikkeling wordt bepaald door de wederkerige
interactie tussen het individu en de omgeving
Ontwikkeling = interactie van rijping + leren
Motorische ontwikkelingstheorieën
Hoe verklaart een nativistische (rijpings-) theorie ontwikkeling?
Nativisme: ontwikkeling wordt bepaald door endogene factoren (binnenin
individu)
Model: biologisch onderzoek naar ontwikkeling van organismen
Genetische invloeden veranderingen in het C.Z.S. gedragsontwikkeling
Pijler van rijpingstheorie: Coghill
1. Veranderingen in de morfologie van het gedrag vormen de basis voor het
begrijpen van de ontwikkeling
2. De morfologie: reflecteert veranderingen in onderliggende neurale
structuren
3. Veranderingen in het c.z.s. zijn een autonoom product van groei, zij worden
NIET beïnvloed door de omgeving