HC 1 3-2-2026
Voorbeeld van een begripsvraag
In figuur XX is een hersenzenuw aangeduid. Het betreft de hersenzenuw aan de linkerkant van
het lichaam. Wat gebeurt er in ieder geval als deze zenuw beschadigd raakt?
A) De pupil van het linkeroog kan niet meer vernauwen
B) De pupil van het rechteroog kan niet meer vernauwen
C) Afwijkende stand van de linkeroogbol
D) Afwijkende stand van de rechteroogbol
Basisprincipes: embryologie
Zenuwstelsels bestaan uit drie soorten cellen
• Neuronen: eenmaal ontstaan, kunnen ze niet meer delen en vernieuwen. Ca.
85.000.000.000 → 1 miljard in periferie en 1 miljard in ruggenmerg.
• Glia: ondersteunen neuronen, geven structuur, bouwen myeline, ruimen zooi op, hebben
immuunfunctie. Kunnen wel delen en vernieuwen. Ca. 85.000.000.000
• Voorlopercellen (stamcellen): kunnen neuronen of glia worden. Grote capaciteit voor
delen en vernieuwen. In volwassen mensenbrein nauwelijks meer aanwezig (alleen in
hippocampus). Met name belangrijk in prenatale ontwikkeling en vroege kindertijd.
Ziekte zenuwstelsel→ neuronen aangedaan→ je krijgt geen nieuwe (paar uitzonderingen).
Neuronen kunnen op zich zelf niet functioneren→ steunweefsel nodig (geraamte)→ gemaakt
door glia.
Myeline→ speciaal eiwit dat ervoor zorgt dat prikkels goed kunnen geleiden→ is heel vaak nodig.
Probleem glia→ kan nog goedkomen.
Hersentumoren→ tumoren van glia, omdat die juist vaak delen (geen tumoren neuronen).
Na geboorte de meeste voorlopercelllen.
Belangrijkste voorlopercellen→ meeste voorlopercellen vormen het cerebellum→
voorlopercellen gaan de 1e 5 jaar allemaal neuronen erin pompen.
Cerebellum belangrijk voor leren nieuwe dingen.
Tumoren alleen bij kinderen→ komt door tumoren voorlopercellen.
Zenuwstelsels zijn speciaal
• Zenuwstelsels kennen een enorme cellulaire diversiteit → honderden soorten
verschillende cellen → zegt iets over wat ze doen→ ingewikkelde dingen→ specialisatie
van cellen nodig.
• Zenuwstelsels zijn metabool enorm kostbaar→ veel bloed, veel energie erheen om het
in leven te houden (belangrijk).
• Primaire functie is proactieve controle van het lichaam→ veel organen en spieren→
lichaam moet in stand blijven.
,Kleine organismen→ geen zenuwstelsels→ kunnen in leven blijven→ simpele organismen.
Zodra het ingewikkeld wordt→ regulatie van het lichaam is nodig→ we zijn flexibeler→ bieden
zenuwstelsels.
Er gebeuren veel dingen tegelijkertijd, maar het gaat allemaal automatisch→ moet allemaal
geregeld worden door hersenen.
Hersenen doen het niet reactief (dan ben je altijd te laat)→ ze doen het proactief (je bedenkt wat
je het volgende moment nodig gaat hebben aan energie in verschillende delen van het lichaam
inclusief je hersenen zelf).
Je anticipeert op wat gaat gebeuren.
Proactieve controle moet onder externe condities kunnen.
Er zijn neuronen met cellichamen, axon en dendrieten.
Axonen kunnen heel lang zijn (soms wel 1m of langer).
25μm soma : 1m axon = 1 stap : halve wereld rond
Proces moeilijk→ schade kan ontstaan gedurende het leven→ afvalstoffen hopen op.
Neuronen communiceren met elkaar, en met het lichaam
1. Informatie in een neuron gaat in 1 richting (Wet van Bell-Magendie) → of efferent (weg
van cellichaam) of naar cellichaam toe.
2. Neuronen zijn dynamisch gepolariseerd (input dendriten/soma, output axon)
,De 3 zenuwstelsels
Mensen (en veel andere dieren) hebben feitelijk 3 zenuwstelsels
• Clustering van neuronen in een centraal deel van het dier: hersenen en ruggenmerg =
centraal zenuwstelsel (CZS)
• Neuronen in de periferie verbonden met CZS en met anatomische structuren = perifeer
zenuwstelsel (PZS)
• Netwerken van neuronen in de wand van spijsverteringskanaal (ingewanden, met name
de darmen) = Enterisch zenuwstelsel (EZS)
Zenuwstelsels zijn heel erg met elkaar verbonden (staan niet los).
Embryonale ontwikkeling van het CZS
2 wk → 8 wk
Neurale buis → hersenen + ruggenmerg
3 laagjes weefsel (cellen), een plak→ naar iets complexs in 6 weken tijd (zie plaatje)
Moet nog veel gebeuren aan ontwikkeling.
Van plak naar cilinder→ hersenen ook een buis (CZS is een buis).
Plak oprollen tot een cilinder.
Hersenen zien er ingewikkeld uit→ het is nog steeds een buis→ er zit een opening in de
hersenen.
PZS niet een buis.
Organisatie CZS: segmentatie
• Clusters van (neurale) cellichamen (somata) = grijze stof
• Bundels van axonen = witte stof
• Vloeistof binnen en buiten CZS = cerebrospinale vloeistof (CSV)
Segmentatiepatroon alleen zichtbaar in doorsnede
Segmentatiepatroon varieert als functie van het niveau van de neuroaxis
Ruggenmerg en hersenen→ zitten aan elkaar vast
Buitenkant hersenen→ je ziet niet echt iets, beige/roze→ je gaat pas echt wat zien aan
organisatie van verschillende delen van een cel als je hem doorsnijdt.
Segmentatie→ hoofdcompartimenten van de hersenen zie je pas je het doorsnijdt.
Cellichamen liggen bij elkaar (grijze stof) en axonen liggen bij elkaar (witte stof).
Myeline is licht van kleur.
Grijze stof aan binnenkant en witte stof aan buitenkant→ doorsnede ruggenmerg→ vloeistof in
een dun kanaaltje in het midden.
Haaks op as neuroaxis doorsnede→ veel ingewikkelder→ veel meer lagen→ grijze stof aan
buitenkant en witte stof aan binnenkant→ vloeistofcompartiment in het midden.
, Belangrijkste principes: groei, differentiatie, vorm
• Het CZS is feitelijk een buis gevuld met vloeistof = neurale buis
• Groei, differentiatie en vormverandering van de wand van de neurale buis = witte en grijze
stof
• Groei, differentiatie en vormverandering van de holte van de neurale buis =
ventrikelsysteem (systeem van onderling verbonden vloeistofkamers)
Vorm verandert drastisch binnen slechts een paar weken.
De vroege neurale buis bestaat slechts uit 1 cellaag: neuroepitheel cellen.
Buis is het simpele begin (één laag cellen)→ wand van buis (gaat over witte en grijze stof)→
inhoud buis (ventrikelsysteem).
Problemen vroeg in zwangerschap→ geen totale buis, bijv. open ruggenmerg of miskraam→ aan
het begin van de zwangerschap is het heel erg kwetsbaar.
Neurulatie = vorming van de neurale buis (neural tube)
Plaat is aan het vouwen→ wordt buis→ gaat vanuit het midden twee kanten op→ uiteindelijk
moet het dicht gaan.
Je kijkt naar de rug.
Het differentieert allemaal van elkaar.
Gliacellen die in lichaam (periferie) gaan liggen komen van neurale lijst.
Holte met vloeistof→ in het begin vloeistof van de moeder (vruchtwater)→ uiteindelijk gaat het
dicht aan beide kanten→ je gaat de vloeistof zelf maken.