interactie
College aantekeningen & literatuur
Table of Contents
WEEK 1 – INTRODUCTIECOLLEGE.....................................................................2
LITERATUUR....................................................................................................................... 7
Methodological Issues in the Direct Observation of Parent–Child Interaction: Do
Observational Findings Reflect the Natural Behavior of Participants?........................7
WEEK 2 – SENSITIVITEIT...............................................................................10
OBSERVATIE-INSTRUMENT – AINSWORTH SENSITIVITY SCALE POINTS............................................14
LITERATUUR..................................................................................................................... 16
Mary Ainsworth’s legacy: A systematic review of observational instruments
measuring parental sensitivity.................................................................................16
Context matters: Maternal and paternal sensitivity to infants in four settings.........20
WEEK 3 – MEALTIME INTERACTIONS..............................................................23
OBSERVATIE-INSTRUMENT – RESPONSIVENESS TO CHILD FEEDING CUE........................................29
Verzadigingssignalen kind........................................................................................29
Responsiviteit verzadigingssignalen.........................................................................30
Aandachtspunt (responsiviteit vs. sensitiviteit): responsiviteit bij verzadiging gaat
alleen over het moment van stoppen met voeden en het herkennen van signalen.
Algemeen insensitief gedrag telt hierin niet mee.....................................................31
Pressure to eat......................................................................................................... 31
LITERATUUR..................................................................................................................... 33
Maternal sensitivity during mealtime and free play: Differences and explanatory
factors...................................................................................................................... 33
Development of the responsiveness to child feeding cues scale..............................36
WEEK 4 – OBSERVEREN BINNEN DE KLINISCHE SETTING.................................40
WEEK 5 – AGRESSIE, GEHOORZAAMHEID & DISCIPLINEREN.............................48
OBSERVATIE-INSTRUMENT – CHILD AGGRESSION.....................................................................55
OBSERVATIE-INSTRUMENT – PARENTAL DISCIPLINE – GLOBALE SCHALEN.......................................57
LITERATUUR..................................................................................................................... 60
The Dualistic Role of Child Noncompliance: Normal Developmental Process and
Indicator of Child Psychopathology..........................................................................60
The interplay of maternal sensitivity and gentle control when predicting children’s
subsequent academic functioning: Evidence of mediation by effortful control.........66
WEEK 6 – LEERGEDRAG IN DE KLAS...............................................................71
BEHAVIORAL OBSERVATION OF STUDENTS IN SCHOOL (BOSS)..................................................77
LITERATUUR..................................................................................................................... 81
Off-task behavior in elementary school children......................................................81
Direct Observation of Teacher and Student Behavior in School Settings: Trends,
Issues and Future Directions....................................................................................85
WEEK 7 – HOOGBEGAAFDHEID EN ONDERPRESTEREN.....................................88
LITERATUUR..................................................................................................................... 96
Teachers' implicit personality theories about the gifted: an experimental approach
................................................................................................................................. 96
Fostering excellence: Nurturing motivation and performance among high- and
average ability students through need-supportive teaching....................................98
1
, Profiles of maladaptive school motivation among high- ability adolescents: A person-
centered exploration of the motivational pathways to underachievement model. .101
Week 1 – introductiecollege
College 2 en werkgroep 1: observatie-instrument
Ainsworth Scale
Observeren: mogelijke settings
• Locatie: thuis, op school, in het lab, op publieke locatie (bv.
Supermarkt), in praktijkinstelling
• Situatie: vrij spel, maaltijd, badroutine, voorlezen, bedroutine,
gestructureerd: (lastige) taak, diagnostisch onderzoek,
schoolobservatie
Meten van gedrag: welke methode?
• Vragenlijst, interview observatie
Uitdagingen observatie
Kwaliteitsmaten van observatiemethode (validiteit en
betrouwbaarheid)
• Betrouwbaarheid
• Validiteit
Validiteit: extern/ ecologisch
Meet ik wat ik wil meten? Is het gedrag dat ik observeer een goede afspiegeling van hoe de persoon zich over het
algemeen gedraagt?
Invloeden op de externe/ ecologische validiteit:
2
,• Hawthorne effect/ observer reactivity: maatregelen (wat langer
observeren, juiste instructie, mensen op hun gemak stellen dat al het
gedrag mat, etc.)
• Gestructureerde vs naturalistische observatie
• Setting
o Ecologische validiteit (hoog thuis, laag lab)
o Ruis (meer thuis, minder lab)
Onderzoek: lage correlaties tussen observaties thuis en in lab (Gardner
et al., 2000)
Coderen: verschillende methodes
• Gedragsfrequenties (tellen):
o Specifieke definities van relevante gedragingen
o Moeilijkheidsgraad: low
o Voorbeeld: tellen hoe vaak een leerling tegen zijn klasgenoten
praat
• Event-based:
o Alleen onder bepaalde omstandigheden, gedrag coderen
o Moeilijkheidsgraad: medium
o Voorbeeld: momenten dat kind huilbui krijgt, alleen dan ouders
observeren
• Micro-level (real-time)
o Micro-gedrag: bv glimlachen, fronsen,
stem verheffen
o Moment-to-moment (per tijdseenheid: bv
elke 30 sec)
o Komt het voor: ja of nee?
o Moeilijkheidsgraad: low
o Voorbeeld: per vijf seconden registreren of een kind glimlacht
• Macro-level schalen
o Omschrijving schaalpunten a.d.h.v. concrete gedragingen
o Macro wordt vaker gebruikt (je hebt meer flexibiliteit dan bij
micro-level)
o Moeilijkheidsgraad: high
o Voorbeeld: het gebruiken van een schaal va 1 – 9, waar concrete
gedragingen je helpen om de schaalpunten te definiëren
Moeilijker om te leren, doe je wel hetzelfde als collega’s?
Verloop van een observatietraining
1) Gestandaardiseerd codeerprotocol
2) Intensieve training
3) Betrouwbaarheidsset
4) Intercodeursbetrouwbaarheid (de mate van overeenstemming tussen
verschillende codeurs bij het coderen van gedrag.
Met als doel het waarborgen van consistente en
objectieve observaties, zonder dat persoonlijke
interpretaties of fouten worden meegenomen) het
meten van betrouwbaarheid kan met:
3
, • Cohen’s Kappa (categorieën): meet de overeenstemming tussen
scores codeur en expertscore en tussen scores codeurs onderling
die
gedrag in
categorieën indelen, het corrigeert toevallige overeenstemming
(kappa .70 betrouwbaar)
• Intraclass Correlations (ICC) (interval/ ratio): meet de
betrouwbaarheid van interval- of ratio-schaal binnen elke
observatie, het berekent de correlatie tussen de scores van
verschillende codeurs. (.70 betrouwbaar)
5) Voorkom ‘coder drift (afdrijven van wat je van tevoren had afgesproken
met elkaar)
• Dubbelcoderen: twee verschillende observatoren coderen
onafhankelijk van elkaar gedrag. Daarna vergelijken ze dit en
bespreken ze de gemaakte keuzes, vervolgens proberen ze een
gemeenschappelijke codering te bereiken
• Intervisie: observatoren bespreken hun coderingen en
interpretaties. Met als doel hun ervaringen en ideeën te delen om
de consistentie en kwaliteit van de coderingen te waarborgen of
verschillen/ onduidelijkheden op te lossen.
Inferentieniveau
De mate waarin het instrument gevoelig is voor subjectiviteit/interpretatie en daarmee hoeveel training nodig is om
het instrument onder de knie te krijgen.
Grootschalig onderzoek: objectiviteit?
Grootschalige (longitudinale) onderzoeksprojecten
• Coderen meerdere gedragingen, vaak meerdere keren
• Grotere kans op subjectiviteit als:
o Je het gezin zelf hebt bezocht
o Je dezelfde persoon al eerder hebt gecodeerd
Op zelfde construct
4