Pathogenese en symptomen parkinson
Oorzaken en kenmerken ziekte van Parkinson
De bewegingsstoornis van de ziekte van Parkinson (PD) treedt grotendeels op
als gevolg van het selectieve verlies van dopaminerge neuronen in de substantia
nigra pars compacta, met als gevolg een uitputting van dopamine in het
striatum. Dit dopamineverlies verstoort de balans tussen excitatoire
(glutamaat) en inhibitoire (GABA) signalen binnen
de basale kernen, wat leidt tot een verminderde stimulatie
van de motorische cortex en daardoor de typische
motorische symptomen.
*De nigrostriatale pathway (van substantia nigra →
striatum) is betrokken bij motorische controle. Door
minder dopamine in deze baan ontstaan de klassieke
motorische symptomen.
Het pathologische kenmerk van de ziekte van Parkinson is het Lewy-lichaampje
in SN en medulla, een intraneuronale insluiting die voornamelijk bestaat
uit aggregaten van het eiwit α-synucleïne. Deze eiwitophopingen verstoren de
normale functie van zenuwcellen, leiden tot oxidatieve stress, mitochondriale
disfunctie en uiteindelijk celdood van de dopamineproducerende neuronen.
Naarmate de ziekte vordert, worden naast de dopaminerge banen
ook serotonerge en noradrenerge pathways aangetast. Dit verklaart het
optreden van niet-motorische symptomen zoals depressie, slaapstoornissen,
cognitieve achteruitgang, hallucinaties en verminderde reukzin.
Samenvattend veroorzaakt Parkinson dus zowel motorische symptomen (tremor,
rigiditeit, bradykinesie, balansstoornissen) als niet-motorische symptomen,
voortkomend door neurodegeneratie met ophoping van α-synucleïne in
hersengebieden.
Motorische en niet-motorische symptomen (depressie, psychose)
Motorische symptomen:
Bradykinesie: Traagheid van beweging en progressieve verkleining van
bewegingen bij herhaling (bijv. vingers tikken).
Rigiditeit (spierstijfheid): Onvrijwillige, snelheidsonafhankelijke
weerstand tegen passieve beweging van een gewricht (soms met
tandradfenomeen).
Rusttremor: Een 4–6 Hz trilling in een volledig rustende ledemaat die
verdwijnt bij uitstrekken en terugkeert bij rust (reemergent tremor).
Posturale instabiliteit: Evenwichtsstoornissen die het moeilijk maken
om houdingen te veranderen of te behouden (bijv. lopen of staan). Vaak
een laat kenmerk van Parkinson.
, Niet motorische symptomen:
Deze kunnen meerdere orgaansystemen aantasten en treden vaak al vóór de
motorische klachten op:
Olfactorisch verlies: Verminderd of afwezig reukvermogen (hyposmie).
Slaapproblemen: REM-slaapgedragsstoornis (uitvoeren van dromen),
Overmatige slaperigheid overdag, Insomnie (moeite om de slaap te
behouden).
Autonome disfunctie: Obstipatie, vertraagde maaglediging, Urine-
urgentie en -frequentie, Erectiestoornissen, Orthostatische hypotensie,
Variabele bloeddruk.
Psychiatrische stoornissen: Depressie, angst, apathie, psychose.
Cognitieve stoornissen: Lichte cognitieve achteruitgang of dementie,
vaak beginnend met aandachts-, uitvoerende en visueel-ruimtelijke
problemen.
Overige klachten: Vermoeidheid, zachte stem (hypofonie),
speekselvloed (sialorroe), slikproblemen.