Psychologie hoorcollege 1
Leeftijd fasen 0 – 23 jaar
• Prenatale periode
• Conceptie-geboorte
• Baby
• 0-2 jaar
• Peuter
• 2-4 jaar
• Kleuter
• 4-6 jaar
• Schoolkind
• 6-12 jaar
• Adolescent
• 12-23 jaar
• Vroeg: 12, Midden: 15, Laat: 18
Motorische ontwikkeling
Ontwikkeling van het lichaam
Grove motoriek, fijne motoriek
Zintuigen
Cognitieve ontwikkeling
De abstracte wereld van waarnemen, verwerken, onthouden
en terughalen.
Taalontwikkeling
Creativiteit
sociaal-emotionele ontwikkeling
Beleving van jezelf in een wereld met anderen
Emotionele ontwikkeling
Morele ontwikkeling
,Ontwikkeling in activiteit
Bv: springen van een muurtje
Motorisch zou je normaal kunnen landen
Sociaal zou je het gedaan hebben als je niet gefilmd werd of als je
vrienden erbij waren
Cognitieve de berekeningen die je in je hoofd maakt voordat je
springt over hoogte etc.
Nature VS nurture
Je genen krijg je van je ouders. Dank aan evolutie komt er telkens variatie
in de genen pakket die je doorgeeft. Je wordt geboren met een gedrag
zoals huilen.
Een eigenschap meedragen is niet hetzelfde als een eigenschap hebben.
Multi-factoriële overerving: genotype (aanleg) is marge waarbinnen
fenotype (zichtbaar) zich kan manifesteren, maar wordt beïnvloed door
omgeving.
Genotype-omgevingseffecten
Actief
Passief
Evocatief
Actief: eigenschappen van het kind zelf
Passief: Het gedrag dat je ouders hebben, hebben effect op jouw
ontwikkeling op een eigenschap
Evocatief: de omgeving die bepaalde gedrag stimuleert
,Intelligentie
Duidelijke relatie tussen genen & iq
Invloed genen neemt toe gedurende het leven
Daarnaast sterke invloed van omgevingsfactoren (zeker bij toetsen)
Persoonlijkheid
Big Five: genetische invloed extraversie en neuroticisme
Invloed omgeving, bijv. ouders
Maar ook stress, agressie, ADHD, prestatiemotivatie, enzovoort.
Groei van het lichaam:
Cefalocaudaal: van het hoofd naar beneden, bv wat je kan je nek
optillen kan je eerder dan je armen optillen je vaardigheden gaan van kop
naar beneden
Proximodistaal: van binnen naar buiten van de kern naar buiten zowel
groeien in de baarmoeder als hoe je omgaat met je lichaam
Hoe kleiner het kind hoe groter het hoofd
Reflexen
Niet aangeleerde (aangeboren), gestructureerde, onvrijwillige
(automatische) responsen (reacties) die optreden in de aanwezigheid van
bepaalde stimuli (prikkels).
Dus; Aangeboren, gestructureeerde, automatische reacties die optreden
bij bepaalde prikkels
Sommige reflexen blijven het hele leven (pupilreflex, ooglidreflex), andere
verdwijnen in 1e levensjaar
Basis voor latere meer complexe gedragspatronen
Babyreacties te zwak, te sterk of te lang aanwezig: mogelijk neurologische
schade (bv Syndroom van Down)
Zintuigen
Zicht; nog niet af. Niet scherp, weinig kleur (contrast aantrekkelijk),
geen diepte
Gehoor; al in buik (passieve taalontwikkeling, na 6 maanden eigen taal
onderscheiden)
Smaak; voorkeur voor zoet, aversie tegen bitter
Reuk; functioneert goed
Tast; Erg gevoelig voor aanraking, nog niet in staat tot controle (tot ong
3-4 maanden). En ook: sensorische informatie via mond
Pijnprikkel is aanwezig (steeds duidelijker in communicatie). Bv
krampjes
, Multimodale perceptie:
Integratie en coördinatie van zintuiglijke reacties
informatie van meerdere zintuigen combineren
ontwikkelt al vroeg!
Motorische ontwikkeling
Grove motoriek:
grote gebaren dichtbij de romp, grotere spiergroepen (kruipen, lopen,
rennen, fietsen)
Fijne motoriek:
kleine bewegingen van handen en vingers, kleinere spiergroepen (grijpen,
pen vasthouden, draad door naald doen)
Mijlpalen (zie volgende 2 sheets)
Motorische mijlpalen
Peuters:
Kunnen al rennen, maar nog niet stoppen. Ietwat houterige beweging.
Kleuters:
Kunnen al stoppen, maar nog niet goed anticiperen. Leren de juiste
pengreep. Handvoorkeur ontwikkeld. 70% dag en nacht zindelijk.
Schoolkind:
Eind groep 8 ongeveer motorisch af, nu begint spieropbouw en ervaring
opdoen
Adolescentie:
crisistijd, een periode van grote fysieke, cognitieve en sociale
veranderingen
Pubertaire groeispurt: periode van zeer snelle groei in lengte en
gewicht tijdens de adolescentie.
Menarche en Semenarche
Vroege en late rijping
Ontwikkeling volgens de dynamische systeemtheorie
Motorisch gedrag is samengesteld uit:
Spieren, Zenuwstelsel, Waarnemingsvermogen, Motivatie
Alles moet samenwerken om tot ontwikkeling te komen
Normen: Ontwikkelingsnormen vs Grote individuele verschillen zijn
normaal
Training: Kan grote nadelige gevolgen hebben Net als bij zindelijkheid;
eraan toe zijn is een belangrijke factor bij aanleren. Positief stimuleren kan
weinig kwaad, zonder teveel druk en zonder teveelsociale vergelijking
Leeftijd fasen 0 – 23 jaar
• Prenatale periode
• Conceptie-geboorte
• Baby
• 0-2 jaar
• Peuter
• 2-4 jaar
• Kleuter
• 4-6 jaar
• Schoolkind
• 6-12 jaar
• Adolescent
• 12-23 jaar
• Vroeg: 12, Midden: 15, Laat: 18
Motorische ontwikkeling
Ontwikkeling van het lichaam
Grove motoriek, fijne motoriek
Zintuigen
Cognitieve ontwikkeling
De abstracte wereld van waarnemen, verwerken, onthouden
en terughalen.
Taalontwikkeling
Creativiteit
sociaal-emotionele ontwikkeling
Beleving van jezelf in een wereld met anderen
Emotionele ontwikkeling
Morele ontwikkeling
,Ontwikkeling in activiteit
Bv: springen van een muurtje
Motorisch zou je normaal kunnen landen
Sociaal zou je het gedaan hebben als je niet gefilmd werd of als je
vrienden erbij waren
Cognitieve de berekeningen die je in je hoofd maakt voordat je
springt over hoogte etc.
Nature VS nurture
Je genen krijg je van je ouders. Dank aan evolutie komt er telkens variatie
in de genen pakket die je doorgeeft. Je wordt geboren met een gedrag
zoals huilen.
Een eigenschap meedragen is niet hetzelfde als een eigenschap hebben.
Multi-factoriële overerving: genotype (aanleg) is marge waarbinnen
fenotype (zichtbaar) zich kan manifesteren, maar wordt beïnvloed door
omgeving.
Genotype-omgevingseffecten
Actief
Passief
Evocatief
Actief: eigenschappen van het kind zelf
Passief: Het gedrag dat je ouders hebben, hebben effect op jouw
ontwikkeling op een eigenschap
Evocatief: de omgeving die bepaalde gedrag stimuleert
,Intelligentie
Duidelijke relatie tussen genen & iq
Invloed genen neemt toe gedurende het leven
Daarnaast sterke invloed van omgevingsfactoren (zeker bij toetsen)
Persoonlijkheid
Big Five: genetische invloed extraversie en neuroticisme
Invloed omgeving, bijv. ouders
Maar ook stress, agressie, ADHD, prestatiemotivatie, enzovoort.
Groei van het lichaam:
Cefalocaudaal: van het hoofd naar beneden, bv wat je kan je nek
optillen kan je eerder dan je armen optillen je vaardigheden gaan van kop
naar beneden
Proximodistaal: van binnen naar buiten van de kern naar buiten zowel
groeien in de baarmoeder als hoe je omgaat met je lichaam
Hoe kleiner het kind hoe groter het hoofd
Reflexen
Niet aangeleerde (aangeboren), gestructureerde, onvrijwillige
(automatische) responsen (reacties) die optreden in de aanwezigheid van
bepaalde stimuli (prikkels).
Dus; Aangeboren, gestructureeerde, automatische reacties die optreden
bij bepaalde prikkels
Sommige reflexen blijven het hele leven (pupilreflex, ooglidreflex), andere
verdwijnen in 1e levensjaar
Basis voor latere meer complexe gedragspatronen
Babyreacties te zwak, te sterk of te lang aanwezig: mogelijk neurologische
schade (bv Syndroom van Down)
Zintuigen
Zicht; nog niet af. Niet scherp, weinig kleur (contrast aantrekkelijk),
geen diepte
Gehoor; al in buik (passieve taalontwikkeling, na 6 maanden eigen taal
onderscheiden)
Smaak; voorkeur voor zoet, aversie tegen bitter
Reuk; functioneert goed
Tast; Erg gevoelig voor aanraking, nog niet in staat tot controle (tot ong
3-4 maanden). En ook: sensorische informatie via mond
Pijnprikkel is aanwezig (steeds duidelijker in communicatie). Bv
krampjes
, Multimodale perceptie:
Integratie en coördinatie van zintuiglijke reacties
informatie van meerdere zintuigen combineren
ontwikkelt al vroeg!
Motorische ontwikkeling
Grove motoriek:
grote gebaren dichtbij de romp, grotere spiergroepen (kruipen, lopen,
rennen, fietsen)
Fijne motoriek:
kleine bewegingen van handen en vingers, kleinere spiergroepen (grijpen,
pen vasthouden, draad door naald doen)
Mijlpalen (zie volgende 2 sheets)
Motorische mijlpalen
Peuters:
Kunnen al rennen, maar nog niet stoppen. Ietwat houterige beweging.
Kleuters:
Kunnen al stoppen, maar nog niet goed anticiperen. Leren de juiste
pengreep. Handvoorkeur ontwikkeld. 70% dag en nacht zindelijk.
Schoolkind:
Eind groep 8 ongeveer motorisch af, nu begint spieropbouw en ervaring
opdoen
Adolescentie:
crisistijd, een periode van grote fysieke, cognitieve en sociale
veranderingen
Pubertaire groeispurt: periode van zeer snelle groei in lengte en
gewicht tijdens de adolescentie.
Menarche en Semenarche
Vroege en late rijping
Ontwikkeling volgens de dynamische systeemtheorie
Motorisch gedrag is samengesteld uit:
Spieren, Zenuwstelsel, Waarnemingsvermogen, Motivatie
Alles moet samenwerken om tot ontwikkeling te komen
Normen: Ontwikkelingsnormen vs Grote individuele verschillen zijn
normaal
Training: Kan grote nadelige gevolgen hebben Net als bij zindelijkheid;
eraan toe zijn is een belangrijke factor bij aanleren. Positief stimuleren kan
weinig kwaad, zonder teveel druk en zonder teveelsociale vergelijking