- H5 Koolstof als basis –
§5.1 – Aardolie:
Gefractioneerde destillatie = de eerste stap bij de verwerking van ruwe aardolie, waarbij de aardolie
in zeven fracties wordt gescheiden.
Elke fractie bestaat uit veel verschillende stoffen en heeft dus een kooktraject.
De fracties bevatten allemaal koolwaterstoffen.
Koolwaterstoffen = stoffen waarvan de moleculen zijn opgebouwd uit koolstof- en waterstofatomen.
Algemene molecuulformule is CxHy.
Fractie Aantal C-atomen per molecuul Kooktraject (°C)
Gas 1-5 < 20
Benzine 5-10 20-150
Nafta 8-12 150-180
Kerosine 10-14 180-230
Gasolie 15-25 230-330
Zware destillaten 20-40 330-370
residu > 40 > 370
Biomassa = plantaardige grondstoffen.
Biobrandstoffen = brandstoffen die gemaakt zijn van biomassa.
Het voordeel van biobrandstoffen is dat de verbranding ervan niet bijdraagt aan het versterkte
broeikaseffect.
Alkanen = verzadigde koolwaterstoffen, aan elk koolstofatoom is het maximale aantal H-atomen
gebonden.
Hoe meer C-atomen het alkaanmolecuul telt, hoe langer de koolstofketen en dus hoe groter het
molecuul wordt.
Hoe groter het aantal koolstofatomen in een alkaanmolecuul, hoe groter het aantal isomeren.
Algemene formule is CnH2n+2.
Alkenen = onverzadigde koolwaterstoffen.
Algemene molecuulformule is C2H2n.
Kraken = het in stukken breken van grote moleculen.
Het kraakproces is een ontledingsreactie.
Op microniveau betekent kraken dat grote alkaanmoleculen worden afgebroken tot kleinere
alkaan- en alkeenmoleculen.
Thermisch kraken = het in stukken breken door middel van sterke verhitting.
Katalytisch kraken = het in stukken breken door gecontroleerd verhitten in aanwezigheid van een
katalysator, die het ontleden van de koolwaterstoffen versnelt.
, §5.2 – Systematische naamgeving:
Molecuulformule = formule die het aantal en het soort atomen in een molecuul weergeven.
Structuurformule = tekening waarbij met streepjes tussen de elementsymbolen is aangegeven welke
atomen in het molecuul via atoombindingen met elkaar zijn verbonden.
Dubbele binding = één atoombinding tussen C-atomen in een alkeen worden weergegeven met twee
streepjes.
C-C wordt C=C
Zijketen = vertakking in een structuurformule.
n- betekent niet vertakt.
Isomerie = Twee stoffen hebben met elkaar gemeen dat ze dezelfde molecuulformule hebben.
Isomeren = Stoffen die dezelfde molecuulformule hebben, maar verschillen in structuurformule.
Stappenplan systematische naamgeving van vertakte alkanen:
1) Zoek in de structuur de langste aaneengesloten koolstofketen op.
Deze keten is de hoofdketen. De hoofdketen krijgt de naam van het alkaan dat hetzelfde aantal
koolstoftomen heeft. Hiermee eindigt de naam.
2) Ga na welke zijketen er aan de hoofketen zit.
Bepaal de naam van deze zijketen, de naam eindigt op -yl.
3) Geef de voorlopige naam.
Zet de naam van de zijketen als voorvoegsel voor de naam van het alkaan dat je bij stap 1 hebt
gevonden.
4) Bepaal het plaatsnummer van de zijketen.
Het plaatsnummer is het koolstofatoom waaraan de zijketen is gebonden dit plaatsnummer moet
zo laag mogelijk zijn.
5) Geef de systematische naam van het vertakte alkaan.
Plaats een streepje tussen de plaatsnummer en de naam die je bij stap 3 hebt gevonden.