ANATOMIE SAMENVATTING HOORCOLLEGES TLP 2 ......................................................................................... 2
DEEL 1 EN 2: INDELING VAN HET ZENUWSTELSEL ........................................................................................................... 2
DEEL 3: OPBOUW VAN HET CENTRALE ZENUWSTELSEL ................................................................................................... 11
DEEL 4: AUTONOME ZENUWSTELSEL, BLOED EN LIQUOR CIRCULATIE ................................................................................ 25
KLINISCHE PATHOLOGIE ................................................................................................................................. 38
HOOFDSTUK 10: NEUROLOGIE................................................................................................................................. 38
10.2 Pijn ....................................................................................................................................................... 38
10. 3 Epilepsie .............................................................................................................................................. 39
10.5 Intracraniële drukverhoging ................................................................................................................ 41
10.6 CVA ...................................................................................................................................................... 42
10.7 Ziekte van Parkinson ............................................................................................................................ 45
10.8 Dementie (neuro-cognitieve stoornis) ................................................................................................. 45
12. HUID, THERMOBALANS EN WONDEN ................................................................................................................... 48
12.1 Huid en thermobalans ......................................................................................................................... 48
HOOFDSTUK 14: VOCHTBALANS/UITSCHEIDING .......................................................................................................... 51
14.1 Vochtbalans/uitscheiding .................................................................................................................... 51
14.2 Afwijkende vocht- en elektrolytenbalans ............................................................................................. 55
Achtergrond: 10.1 Zenuwstelsel .................................................................................................................. 60
,Anatomie Samenvatting Hoorcolleges TLP 2
Deel 1 en 2: Indeling van het zenuwstelsel
Centraal – Perifeer
Animaal – autonoom
Motorisch – Sensorisch
Afferent – Efferent
Animaal/autonoom
Animaal is bewust te beïnvloeden terwijl autonoom buiten de wil om is.
Autonoom is zelfstandig functionerend en onder te verdelen in
- Orthosympatisch: actieve systeem
- Parasympatisch: passieve systeem
Enterisch zenuwstelsel
Motorisch/sensorisch
Motorische deel stuurt de spieren aan en het sensorische deel neemt waar.
→ De huid is dan weer sensibel: dit neemt tast, warmte en kou etc. waar.
Afferent/Efferent
- Efferent: Centraal naar perifeer (exit, effect en is motorisch. Hier ga je dus van
bewegingen)
- Afferent: Perifeer naar centraal (aanvoer en is sensorisch)
,Cellen zenuwstelsel
- Neuronen: Prikkelgeleiding
- Gliacellen:
o Oligodendrocyten
▪ Vormen de myelineschede
o Microgliacellen
▪ Fagocyotse
o Astrocyten
▪ Steun
▪ Regelen ionenconcentratie
▪ Opruimen neurotransmitter
▪ Bloed
hersenbarrière
o Ependymcellen: De cellen
vormen de
binnenbekleding van de
hersenholtes en het
centrale ruggenmerg.
Vormen liquor cerbrosinalis.
Zorgen voor de voeding
Gliacellen:
- Astrocyten vormen samen met de
endotheelcellen en de haarvaten
de bloed hersenbarrière.
- Verbinden de neuronen met de
capillairen
, - Laten vet oplosbare stoffen door, andere stoffen worden selectief doorgelaten
- Cytostatica en sommige AB passeren de barrière niet
- Drugs en alcohol wel
→ Een astrocytoom is de meest voorkomende hersentumor en kent na behandeling een
levensduur van gemiddeld 37 weken.
Er wordt onderscheid gemaakt in verschillende soorten neuronen:
- Sensorische neuronen
- Motorische neuronen
- Schakelneuronen
Impulsvorming
Om een AP (actiepotentiaal) te vormen moeten veranderingen optreden in de
membraanpotentiaal. → In een zenuw duurt dit AP 2 milliseconden.
Zo een AP heeft altijd hetzelfde verloop in duur
en sterkte: het is dus niet zo dat sommige AP
sterker zijn dan andere. Wanneer je ergens heel
veel pijn hebt dan gaat het AP meer vuren, maar
niet krachtiger.
Membraanpotentiaal:
Binnen de cel is een overschot aan negatieve
lading.
→ Binnen de cel is K+ het belangrijkste
positieve ion
→ Buiten de cel is Na+ het belangrijkste
positieve ion
Neuronen hebben een membraanpotentiaal
van -70mV.
Impulsvorming in de zenuwcel (excitatie) gaat
als volgt: Rustpotentiaal → Er komt een extern
signaal (chemisch of fysisch) → invloed op
ionenkanalen