-Ziekteverwekkers
-Aspecifieke afweer
-Specifieke afweer
-Immuniteit
-Antistoffen
-Bloedgroepen/resusfactor
-Transfusie/transplantatie
-Allergische reacties
BINAS nummers:
71L
77(+C)
78
79A
80B,
84I,84J(1-3),84K, 84L(1-3), 84M, 84N
87A,
92A
, Er zijn verschillende ziekteverwekkers
Bacteriën
Geen celkern, cirkelvormig DNA los in het cytoplasma
Verschillende bacteriesoorten worden ingedeeld op:
De leefomgeving (aeroob of anaeroob)
De voedselherkomst (heterotroof of autotroof)
De celvorm (bolletjes/staafjes)
Celwandverschillen (aan te tonen m.b.v. gramkleuring)
Bacteriën met een positief effect
Huidbacteriën : verhinderen dat andere bacteriën (schadelijke) op je huid gaan
zitten
Darmflora: helpen bij de vertering ruimen voedselresten in de natuur op
Helpen bij het produceren van voedsel (bijv. yoghurt)
Bacteriën met een negatief effect
Kunnen je eten bederven
Kunnen de mens ziek maken doordat ze giftige stoffen produceren: bacteriële
infectie / cholera bacterie diarree uitdroging
Schimmels
Hebben een Celkern, celwand en celmembraan
Schimmels met een positief effect:
Kunnen als voedsel dienen (champignons)
Kunnen worden gebruikt bij de productie van voeding (brood/bier)
Kunnen als medicijn dienen (antibiotica)
Ruimen de natuur op
Schimmels met een negatief effect:
Kunnen voor ziektes zorgen (zwemmerseczeem)
Lastig schoon te maken
Kunnen het eten bederven
Virussen
Vermenigvuldigen zich in cellen
Maken gebruik van gastheercellen om zich te vermeerderen
bevatten erfelijk materiaal (DNA/RNA) met daaromheen een eiwitkapsel
(capside) en soms een eiwitmantel (meestal bij dieren een mantel)
Werking van een virus