Week 1....................................................................................................................................................2
Hoorcollege.....................................................................................................................................2
CGO.................................................................................................................................................5
Onderwijsleergesprek...................................................................................................................12
Leerboek kinderverpleegkunde....................................................................................................14
Week 2..................................................................................................................................................44
Hoorcollege...................................................................................................................................44
CGO...............................................................................................................................................50
Gezondheidsrecht begrepen: Hoofdstuk 7, 8, 10 en 11................................................................58
Leerboek kinderverpleegkunde....................................................................................................65
Week 3..................................................................................................................................................67
Responsiecollege..........................................................................................................................67
CGO...............................................................................................................................................69
De ziektebeelden..........................................................................................................................70
Leerboek kinderverpleegkunde....................................................................................................77
Week 4..................................................................................................................................................79
Responsie college.........................................................................................................................79
Hoorcollege hart...........................................................................................................................82
Hoorcollege nieren.......................................................................................................................88
Leerboek kinderverpleegkunde....................................................................................................97
Week 5................................................................................................................................................101
Responsie college.......................................................................................................................101
Leerboek kinderverpleegkunde..................................................................................................108
Week 6................................................................................................................................................112
Hoorcollege.................................................................................................................................112
Kinderoncologische aandoeningen (Beckkering et al.)...............................................................116
Leerboek kinderoncologie hoofdstuk 1: inleiding kinderoncologie.............................................118
Leerboek kinderoncologie hoofdstuk 2: presenterende klachten en verschijnselen bij
kinderkanker...............................................................................................................................118
Haes, de H., Weezel, van L.G., (2017), Psychologische patiëntenzorg in de oncologie, Koninklijke
van Gorcum. Hoofdstuk 22 - psychologische behandeling bij kinderen met kanker...................120
Ouderbegeleiding tijdens kinderoncologische behandeling.......................................................120
Verpleegtechnische vaardigheden..............................................................................................121
Folder PICC-lijn...........................................................................................................................123
, Folder omgaan met een lijn........................................................................................................123
Week 7................................................................................................................................................125
Hoorcollege palliatieve zorg........................................................................................................125
Psychosociale fasen en aspecten................................................................................................127
Pediatric palliative care, when quality of life becomes the main focusof treatment..................132
Houden van is loslaten................................................................................................................132
Leerboek kinderverpleegkundige hoofdstuk 12..........................................................................132
Jong verlies Hoofdstuk 2 & 4.......................................................................................................140
Week 8................................................................................................................................................141
Leerboek kinderverpleegkundige hoofdstuk 7, paragraaf 7.1 t/m 7.3........................................147
Week 1
Hoorcollege
27% van de kinderen in Nederland is chronisch ziek -> denk hierbij aan diabetes, taaislijmziekte en
astma.
2
,Chronische ziekte:
- De ziekte komt voor bij kinderen tussen 0 en 18 jaar;
- De diagnose gebaseerd is op medisch-wetenschappelijke kennis en gesteld kan worden met
reproduceerbare en valide methoden of met instrumenten die voldoende aan professionele
standaarden -> kortom: met meetinstrumenten en evidence based onderbouwde diagnose;
- De ziekte (nog) niet te genezen is of (voor psychische ziekten) niet behandelbaar is;
- De ziekte langer duurt dan drie maanden of vaker dan drie keer voorgekomen is in het
afgelopen jaar en vermoedelijk weer zal voorkomen.
Dus ook wanneer het wel behandelbaar is, maar dus langer duurt, mag je dit schalen
onder chronische ziekten.
Crisismomenten
- Verbonden aan de fasen in het ziekteproces van het kind
- De pre-diagnostische en de diagnostische fase
- De definitieve diagnose -> kan ook een opluchting geven
- (her)opname in het ziekenhuis en ontslag -> ontwrichting van het gezinsleven, kan zeer
stressvol zijn voor zowel de ouders als het kind
- Acute problematiek
- Progressie van de ziekte
- Poliklinische controlemomenten
- Verbonden aan de leeftijdsfase van het kind
- Het bereiken van de schoolgaande leeftijd
- Puberteit en adolescentie
- Beroepskeuze -> niet alle beroepen zijn mogelijk voor mensen met een chronische ziekte
Patient and Family Centered Care (PFCC)
PFCC is een visie op zorg én een methode voor zorgplanning. Het kind wordt niet als een los individu
gezien, maar als onderdeel van een gezinssysteem — samen met ouders, broertjes en zusjes. Alles
binnen dit systeem is met elkaar verbonden.
Vier kernbegrippen:
1. Respect en waardigheid -> respect voor waarden, keuzes en cultuur van het gezin.
2. Informatie delen -> open en eerlijke communicatie tussen zorgverlener, kind en gezin.
3. Participatie -> ouders en kind worden actief betrokken bij beslissingen en zorg.
4. Samenwerking -> zorgverleners werken in partnerschap met het gezin aan de best mogelijke
zorg.
Stichting Kind en Zorg – Handvest Kind en Ziekenhuis
De stichting benadrukt dat kinderen geen kleine volwassenen zijn. In de zorg betekent dit dat
kinderen specifieke lichamelijke, emotionele en sociale behoeften hebben. De benadering,
communicatie en behandeling moeten worden aangepast aan hun leeftijd, ontwikkeling en
belevingswereld. Het handvat biedt richtlijnen om kindgerichte zorg te bevorderen, waarbij
veiligheid, geruststelling en ouderbetrokkenheid centraal staan.
Patiëntveiligheid op de kinderafdeling
Patiëntveiligheid gaat om het voorkomen van onbedoelde schade tijdens het zorgproces. Op de
kinderafdeling betekent dit extra aandacht voor juiste medicatiedosering, valpreventie,
infectiepreventie en goede communicatie met kind en ouders.
Diabetes mellitus
Bij kinderen komt vooral diabetes type 1 voor, veroorzaakt door een auto-immuunreactie waarbij de
3
, alvleesklier geen insuline meer aanmaakt. Type 2 diabetes neemt toe door ongezonde
voedingsgewoonten en te weinig lichaamsbeweging.
Type 2
- multidisciplinair team
- motivatie ziekte: educatie en gedragsverandering
- gezin, school, sportclub
- in eerste instantie geen medicatie, alleen wanneer de multidisciplinaire aanpak niet werkt
Type 1
- stofwisselingsziekte
Diabetes is vaak lastig te herkennen bij kinderen, begint vaak met vage klachten.
Bloedglucosemeting en insuline toediening
- Insuflon: dun slangetje onder de huid voor herhaaldelijke insuline-injecties zonder telkens te
prikken.
- Insulinepomptherapie: continue toediening van insuline via een pomp, die de bloedsuiker
stabiel houdt.
- Subcutane insuline toediening: insuline wordt onder de huid ingespoten, meestal in buik,
been of arm. -> (dit is aan de hand van handmatige bloedglucose metingen met een prikje in
de vinger).
- Gebruik sensor: meet continu de glucosewaarde in het onderhuidse weefsel.
- Aflezen sensor: glucosewaarden worden digitaal weergegeven; helpt bij het aanpassen van
insuline en voeding.
Verschillende soorten insuline
Alle insuline verlaagt de bloedglucose, maar ze verschillen in snelheid en duur van werking. Er zijn
kortwerkende, middellangwerkende en langwerkende insulines; vaak wordt een combinatie gebruikt
om de glucose stabiel te houden.
Bijwerkingen van insuline(toediening)
- Stugge of pijnlijke vingertoppen / wondjes: door frequente bloedsuikercontroles. (niet op
wijsvingers prikken! -> op latere leeftijd heeft kind risico om blind te worden en moet dan
braille leren lezen)
- Huidreactie op insuflon of pleister: roodheid of irritatie op de insteekplaats.
- Onderhuidse laesies: ontstaan bij herhaald prikken op dezelfde plek.
- Veranderingen in vetweefsel: lipodystrofie — vetweefsel kan dunner worden of juist
toenemen.
- Pocketvorming: leidt tot verminderde opname van insuline.
Bij baby’s kan de oorlel gebruikt worden voor bloedsuikercontrole.
Bloedglucose spiegel
- Sterk verlaagd: <2,9 mmol/L
- Licht verlaagd: 3 – 3,9 mmol/L
- Normaal: 4,0 – 8,0 mmol/L
- Licht verhoogd: 8,0 – 11,0 mmol/L
- Sterk verhoogd: >11 mmol/L
Chronische complicaties DM type 1 en 2
Microvasculaire schade wat leidt tot:
- Retinopathie
4