Samenvatting ziekteleer Huid & Huidderivaten
Table of Contents
Aangeboren huid en vachtaandoeningen .............................................................. 2
Collageendysplasie (hyperelastosis cutis, dermatosparaxis) ....................................... 2
Epitheliogenesis imperfecta neonatorum (aplasie cutis) ............................................. 2
Congenitale alopecia (aangeboren kaalheid) .............................................................. 2
Keratinisatiestoornissen en hypertrofische huidaandoeningen ............................. 3
Zink responsieve dermatose...................................................................................... 4
Seborroe .................................................................................................................. 4
Staartklierhyperplasie (bij hond en kat) ...................................................................... 4
Immuungemedieerde huidaandoeningen ............................................................. 5
Auto-immune huidaandoeningen ............................................................................... 5
Allergische huidaandoeningen .................................................................................. 6
Overige immuungemedieerde aandoeningen .............................................................. 8
Alopecia (kaalheid)............................................................................................ 11
Infectieuze huidaandoeningen ........................................................................... 11
Huidaandeoningen door virussen ............................................................................. 11
Algemene virale huidaandoeningen ........................................................................................... 11
Virale aandoeningen van de uierhuid en tepels bij het rund ......................................................... 14
Huidaandoeningen door bacteriën ............................................................................ 15
Pyodermieën bij gezelschapsdieren .......................................................................................... 15
Bacteriële huidaandoeningen bij paard en landbouwhuisdieren .................................................. 17
Subcutane abcessen ................................................................................................................ 20
Dermatitis van het uitwendige oor (oorschelp en uitwendige gehoorgang) .................................... 21
Huidaandoeningen door schimmels en gisten ........................................................... 21
Huidaandoeningen door schimmels = dermatofytose → zoönose............................................... 21
Huidaandoeningen door gisten ................................................................................................. 23
Huidaandoeningen door artropoden ......................................................................... 24
Huidaandoeningen door teken .................................................................................................. 24
Huidaandoeningen door mijten ................................................................................................. 26
Huidaandoeningen door vliegen, muggen en dazen .................................................................... 31
Huidaandoeningen door vlooien → zoönose ............................................................................. 33
Huidaandoeningen door luizen (pediculosis) ............................................................................. 35
Huidaandoeningen door protozoën ........................................................................... 36
,Aangeboren huid en vachtaandoeningen
Collageendysplasie (hyperelastosis cutis, dermatosparaxis)
• Aangeboren bindweefselaandoening
• Homozygote dieren sterven tijdens embryonale stadium
• Raspredispositie:
o Kat: heilige Birmaan
o Hond: beagle, dashond, boxer, Sint-bernard, Duitse herder, springer spaniël,
greyhound, Welsh corgi, fila brasiliero en kruisingen.
• Collageen vezels vertonen ernstige structuurveranderingen → grootte
en dikte variëren en chaotisch gerangschikt.
• De huid wordt zeer elastisch en los → scheurt gemakkelijk.
• Vaak is de huid ook heel dun.
• Kenmerkend zijn stervormige littekens.
• Geen therapie → vrijhouden van parasieten en jeukklachten.
• Prognose: gereserveerd tot slecht
Warmblood Fragile Foal syndrome (pasgeboren veulens)
• Veulens worden prematuur geboren, met laesies, scheuren of ulceraties in de huid of de
mucosa.
• Directe euthanasie of euthanasie in de loop van 3 tot 8 dagen vawege secundaire
infecties.
Epitheliogenesis imperfecta neonatorum (aplasie cutis)
• Op één of meerdere plekken ontbreekt de gehele epidermis → vormt een porte
d’entrée voor secundaire infecties.
o Kan ook in de mond of oesofagus delen epitheel ontbreken.
• Varieert in ernst
• Bij veulens, biggen, pups en kittens
• Prognose: slecht
Congenitale alopecia (aangeboren kaalheid)
Kleurmutant alopecia bij de hond
• Komt voor bij bepaalde hondenrassen/kruisingen met een zwarte of bruine haarkleur →
Dobermann, Yorkshire terriër, chow chow, dashond, whippet en Ierse setter.
• Erfelijke factoren zorgen ervoor dat de productie en opslag van melanine afwijkend
verloopt.
• Diagnose stellen op basis van ras, klinisch beeld, microscopie van de haren en
huidbiopten.
o Microscopie: melaninekorrels zeer ongelmatig van
structuur → tast normale structuur van de haren aan
waardoor ze gemakkelijk loslaten of afbreken.
• Geen therapie, alleen bestrijding van secundaire bacteriële
infecties met antibiotica of secundaire seborroe met milde
shampoo en conditioner.
• Prognose: slecht
,Pattern baldness bij de hond
• De dieren worden geboren met normale vacht en er ontstaat pas later
kaalheid.
• Onderscheiden van vier varianten:
o Kale oren → dashond
o Kale nek, achterpoten en staart → Amerikaanse waterspaniël
o Kale achterpoten → Greyhound
o Kale nek, kop, achterpoten en romp → Boston terriërs,
whippets, Greyhound, Italiaanse windhondjes
• De aangetaste plekken worden heel langzaam kaal → progressieve aandoening
• Therapie: melatonine geven waarna herstel binnen 45 dagen.
• Prognose: matig tot slecht
Zwarthaar follikeldysplasie bij de hond
• Jonge dieren (<1jr) verliezen de zwarte haren.
• Raspredisposities: Bearded collie, border collie, saluki, jack russel
teriëren kruisingen.
• Geen therapie
• Prognose: slecht
Keratinisatiestoornissen en hypertrofische
huidaandoeningen
Hypertrofische huidveranderingen
• Kunnen zowel in de epidermis als in de dermis optreden
• Hyperkeratose = overmatige verhoorning
o Verbreding van het stratum corneum door een verhoogde aanmaak of een
verminderde schilfering.
o Hyperkeratose treedt op bij een vitamine-A-deficiëntie → niet alleen in de huid,
maar ook in het cutane slijmvlies, speeksel- en traanklieren en
geslachtsorganen.
o Hyperkeratose kan bij het rund komen door een vergiftiging met
hooggechloreerde naftalenen → komen voor in houtconserveringsmiddelen en
smeerolie, verhinderde de omzetting van caroteen in vit A door de lever.
o Hyperkeratose kan ook ontstaan door contact met teer- of afvalproducten die
onder andere in vloeren verwerkt kunnen zijn (voornamelijk bij varkens)
o Parakeratose = aanwezigheid van celkernen in het stratum corneum
o Orthokeratosis = geen celkeren in het stratum corneum
• Dyskeratosis = onevenwichtige verhoorning
o Stoornis van keratinisatiecyclus, waarbij de normale schilfering aan het
huidoppervlak en de aanmaak van keratinocyten in de basale cellaag verstoord
raakt.
• Pachydermie = verdikking in de dermis door bindweefselhypertrofie
o Chronische ontsteking in dermis en subcutis leidt tot bloed- en lymfestuwing.
o Tyloom bij het rund → wrongvormige verdikking van de huid in de
tussenklauwspleet.
, Zink responsieve dermatose
• Een tekort aan zink leidt tot een parakeratotische hyperkeratose.
• Bekend bij jonge honden van snelgroeiende rassen die voeding krijgen
relatief arm aan zink
• Genetisch gepredisponeerde rassen: husky en malamute
• Klinische verschijnselen:
o Haaruitval aan de poten, snuit en oren
o Ontstoken en verdikte huid aan de kop, oren en poten → schilferig
en korsterig
o Ernstige gevallen: groeiachterstand en gestoorde wondgenezing
• Diagnostiek: histopathologisch onderzoek van enkele huidbiiopten
• Therapie:
o Zink toevoegen aan voeding
o Per os of intraveneus zink toedienen (erfelijke variant)
• Prognose: suppletie met zink leidt in meeste gevallen tot vlot herstel, prognose is goed,
wel levenslang behandelen
Seborroe
• Combinatie van gestoorde keratinisatie en afwijkende talgproductie.
• De epidermale turn-over bij deze dieren is sterk verkort (van 22 naar 4
dagen) → ophoping van hoorn op huidoppervlak.
• Gevoelig voor bacteriële huidontstekingen vanwege afwijkende
samenstelling (zeer vet tot zeer droog) van talg.
• Primaire metabole seborroe: endocriene oorzaken (hypothyreoïdie,
hyperadrenocorticisme), storingen in vetstofwisseling,
malabsorptie/maldigestie of pancreasinsufficiëntie.
• Secundaire seborroe: secundair aan dermatofytose, ectoparasieten of
allergische huidaandoening.
• Idiopathische seborroe: geen duidelijke oorzaak
• Vaak bij cocker spaniël (hond), zelden bij katten.
• Klinische verschijnselen:
o Droge seborroe: droge schilferige vacht en huid.
o Vettige seborroe: vettige huid en vacht, indringende geur (penetrante
hondengeur)
o Vaak in combinatie met otitis externa ceruminosa (oorsmeer)
o Voorkeur voor ellebogen, hakken en oren.
• Diagnostiek: alle vormen van secundaire seborroe uitsluiten, grondig lichamelijk
onderzoek.
• Therapie: behandelen van specifieke oorzaak, verwijderen van overmatige schilfering en
normaliseren van de talgproductie.
• Prognose: matig, vanwege wisselend succes om het onder controle te krijgen/houden.
Staartklierhyperplasie (bij hond en kat)
• Staartklier bevindt zich bovenop de staart, vlak bij de staartbasis. Deze klier bevat
haarfollikels, talgklieren en perianaal klierweefsel. → Produceert talg helpend bij geur-
en vachtverzorging
Table of Contents
Aangeboren huid en vachtaandoeningen .............................................................. 2
Collageendysplasie (hyperelastosis cutis, dermatosparaxis) ....................................... 2
Epitheliogenesis imperfecta neonatorum (aplasie cutis) ............................................. 2
Congenitale alopecia (aangeboren kaalheid) .............................................................. 2
Keratinisatiestoornissen en hypertrofische huidaandoeningen ............................. 3
Zink responsieve dermatose...................................................................................... 4
Seborroe .................................................................................................................. 4
Staartklierhyperplasie (bij hond en kat) ...................................................................... 4
Immuungemedieerde huidaandoeningen ............................................................. 5
Auto-immune huidaandoeningen ............................................................................... 5
Allergische huidaandoeningen .................................................................................. 6
Overige immuungemedieerde aandoeningen .............................................................. 8
Alopecia (kaalheid)............................................................................................ 11
Infectieuze huidaandoeningen ........................................................................... 11
Huidaandeoningen door virussen ............................................................................. 11
Algemene virale huidaandoeningen ........................................................................................... 11
Virale aandoeningen van de uierhuid en tepels bij het rund ......................................................... 14
Huidaandoeningen door bacteriën ............................................................................ 15
Pyodermieën bij gezelschapsdieren .......................................................................................... 15
Bacteriële huidaandoeningen bij paard en landbouwhuisdieren .................................................. 17
Subcutane abcessen ................................................................................................................ 20
Dermatitis van het uitwendige oor (oorschelp en uitwendige gehoorgang) .................................... 21
Huidaandoeningen door schimmels en gisten ........................................................... 21
Huidaandoeningen door schimmels = dermatofytose → zoönose............................................... 21
Huidaandoeningen door gisten ................................................................................................. 23
Huidaandoeningen door artropoden ......................................................................... 24
Huidaandoeningen door teken .................................................................................................. 24
Huidaandoeningen door mijten ................................................................................................. 26
Huidaandoeningen door vliegen, muggen en dazen .................................................................... 31
Huidaandoeningen door vlooien → zoönose ............................................................................. 33
Huidaandoeningen door luizen (pediculosis) ............................................................................. 35
Huidaandoeningen door protozoën ........................................................................... 36
,Aangeboren huid en vachtaandoeningen
Collageendysplasie (hyperelastosis cutis, dermatosparaxis)
• Aangeboren bindweefselaandoening
• Homozygote dieren sterven tijdens embryonale stadium
• Raspredispositie:
o Kat: heilige Birmaan
o Hond: beagle, dashond, boxer, Sint-bernard, Duitse herder, springer spaniël,
greyhound, Welsh corgi, fila brasiliero en kruisingen.
• Collageen vezels vertonen ernstige structuurveranderingen → grootte
en dikte variëren en chaotisch gerangschikt.
• De huid wordt zeer elastisch en los → scheurt gemakkelijk.
• Vaak is de huid ook heel dun.
• Kenmerkend zijn stervormige littekens.
• Geen therapie → vrijhouden van parasieten en jeukklachten.
• Prognose: gereserveerd tot slecht
Warmblood Fragile Foal syndrome (pasgeboren veulens)
• Veulens worden prematuur geboren, met laesies, scheuren of ulceraties in de huid of de
mucosa.
• Directe euthanasie of euthanasie in de loop van 3 tot 8 dagen vawege secundaire
infecties.
Epitheliogenesis imperfecta neonatorum (aplasie cutis)
• Op één of meerdere plekken ontbreekt de gehele epidermis → vormt een porte
d’entrée voor secundaire infecties.
o Kan ook in de mond of oesofagus delen epitheel ontbreken.
• Varieert in ernst
• Bij veulens, biggen, pups en kittens
• Prognose: slecht
Congenitale alopecia (aangeboren kaalheid)
Kleurmutant alopecia bij de hond
• Komt voor bij bepaalde hondenrassen/kruisingen met een zwarte of bruine haarkleur →
Dobermann, Yorkshire terriër, chow chow, dashond, whippet en Ierse setter.
• Erfelijke factoren zorgen ervoor dat de productie en opslag van melanine afwijkend
verloopt.
• Diagnose stellen op basis van ras, klinisch beeld, microscopie van de haren en
huidbiopten.
o Microscopie: melaninekorrels zeer ongelmatig van
structuur → tast normale structuur van de haren aan
waardoor ze gemakkelijk loslaten of afbreken.
• Geen therapie, alleen bestrijding van secundaire bacteriële
infecties met antibiotica of secundaire seborroe met milde
shampoo en conditioner.
• Prognose: slecht
,Pattern baldness bij de hond
• De dieren worden geboren met normale vacht en er ontstaat pas later
kaalheid.
• Onderscheiden van vier varianten:
o Kale oren → dashond
o Kale nek, achterpoten en staart → Amerikaanse waterspaniël
o Kale achterpoten → Greyhound
o Kale nek, kop, achterpoten en romp → Boston terriërs,
whippets, Greyhound, Italiaanse windhondjes
• De aangetaste plekken worden heel langzaam kaal → progressieve aandoening
• Therapie: melatonine geven waarna herstel binnen 45 dagen.
• Prognose: matig tot slecht
Zwarthaar follikeldysplasie bij de hond
• Jonge dieren (<1jr) verliezen de zwarte haren.
• Raspredisposities: Bearded collie, border collie, saluki, jack russel
teriëren kruisingen.
• Geen therapie
• Prognose: slecht
Keratinisatiestoornissen en hypertrofische
huidaandoeningen
Hypertrofische huidveranderingen
• Kunnen zowel in de epidermis als in de dermis optreden
• Hyperkeratose = overmatige verhoorning
o Verbreding van het stratum corneum door een verhoogde aanmaak of een
verminderde schilfering.
o Hyperkeratose treedt op bij een vitamine-A-deficiëntie → niet alleen in de huid,
maar ook in het cutane slijmvlies, speeksel- en traanklieren en
geslachtsorganen.
o Hyperkeratose kan bij het rund komen door een vergiftiging met
hooggechloreerde naftalenen → komen voor in houtconserveringsmiddelen en
smeerolie, verhinderde de omzetting van caroteen in vit A door de lever.
o Hyperkeratose kan ook ontstaan door contact met teer- of afvalproducten die
onder andere in vloeren verwerkt kunnen zijn (voornamelijk bij varkens)
o Parakeratose = aanwezigheid van celkernen in het stratum corneum
o Orthokeratosis = geen celkeren in het stratum corneum
• Dyskeratosis = onevenwichtige verhoorning
o Stoornis van keratinisatiecyclus, waarbij de normale schilfering aan het
huidoppervlak en de aanmaak van keratinocyten in de basale cellaag verstoord
raakt.
• Pachydermie = verdikking in de dermis door bindweefselhypertrofie
o Chronische ontsteking in dermis en subcutis leidt tot bloed- en lymfestuwing.
o Tyloom bij het rund → wrongvormige verdikking van de huid in de
tussenklauwspleet.
, Zink responsieve dermatose
• Een tekort aan zink leidt tot een parakeratotische hyperkeratose.
• Bekend bij jonge honden van snelgroeiende rassen die voeding krijgen
relatief arm aan zink
• Genetisch gepredisponeerde rassen: husky en malamute
• Klinische verschijnselen:
o Haaruitval aan de poten, snuit en oren
o Ontstoken en verdikte huid aan de kop, oren en poten → schilferig
en korsterig
o Ernstige gevallen: groeiachterstand en gestoorde wondgenezing
• Diagnostiek: histopathologisch onderzoek van enkele huidbiiopten
• Therapie:
o Zink toevoegen aan voeding
o Per os of intraveneus zink toedienen (erfelijke variant)
• Prognose: suppletie met zink leidt in meeste gevallen tot vlot herstel, prognose is goed,
wel levenslang behandelen
Seborroe
• Combinatie van gestoorde keratinisatie en afwijkende talgproductie.
• De epidermale turn-over bij deze dieren is sterk verkort (van 22 naar 4
dagen) → ophoping van hoorn op huidoppervlak.
• Gevoelig voor bacteriële huidontstekingen vanwege afwijkende
samenstelling (zeer vet tot zeer droog) van talg.
• Primaire metabole seborroe: endocriene oorzaken (hypothyreoïdie,
hyperadrenocorticisme), storingen in vetstofwisseling,
malabsorptie/maldigestie of pancreasinsufficiëntie.
• Secundaire seborroe: secundair aan dermatofytose, ectoparasieten of
allergische huidaandoening.
• Idiopathische seborroe: geen duidelijke oorzaak
• Vaak bij cocker spaniël (hond), zelden bij katten.
• Klinische verschijnselen:
o Droge seborroe: droge schilferige vacht en huid.
o Vettige seborroe: vettige huid en vacht, indringende geur (penetrante
hondengeur)
o Vaak in combinatie met otitis externa ceruminosa (oorsmeer)
o Voorkeur voor ellebogen, hakken en oren.
• Diagnostiek: alle vormen van secundaire seborroe uitsluiten, grondig lichamelijk
onderzoek.
• Therapie: behandelen van specifieke oorzaak, verwijderen van overmatige schilfering en
normaliseren van de talgproductie.
• Prognose: matig, vanwege wisselend succes om het onder controle te krijgen/houden.
Staartklierhyperplasie (bij hond en kat)
• Staartklier bevindt zich bovenop de staart, vlak bij de staartbasis. Deze klier bevat
haarfollikels, talgklieren en perianaal klierweefsel. → Produceert talg helpend bij geur-
en vachtverzorging