Indira van Tilburg Universiteit Utrecht
Week 1:
Literatuur:
Opschrift: bevat de naam van de wet of regeling en vaak tussen haakjes de citeertitel (korte
naam van de wet of regeling)
Aanhef: bestaat uit een of meerdere zinnen die een aanhef doen.
Considerans: hierin worden de bestaansredenen van de wet of regeling uiteengezet. Ook wordt
aangegeven waarop de wet is gebaseerd. Ook komt er soms een overweging in voor.
Corpus: is de eigenlijke inhoud van de wet of regeling, inhoudende de genummerde artikelen.
Slot: bevat de ondertekening van de wet of regeling, met daarin een bevel tot publicatie, plaats
en datum van bekrachtiging.
Functies van rechtsregels zijn:
- Het verschaffen van informatie
- Het leren om je te gedragen en wat we moeten verwachten van andere
→Rechtsregels verbieden ook wat sociaal onaanvaardbaar wordt gevonden.
Functies van rechtssystemen zijn:
- Het scheppen van sociale orde
- Het bevorderen van niet-gewelddadige conflictbeslechting
- Het garanderen van de individuele ontplooiing en autonomie van burgers
- Het bewerkstelligen van een zo rechtvaardig mogelijke verdeling van schaarse goederen in de
samenleving
- Het kanaliseren van sociale verandering
De meeste rechtsregels zijn gericht op het sturen en het beïnvloeden van het gedrag van
burgers. Er zijn ook andere regels die betrekking hebben op de organisatie van een
rechtssysteem. Belangrijke soorten in rechtsregels vastgelegde normen zijn:
- Gedragsnormen; komen vooral voor bij strafrecht. Deze soort rechtsregels kunnen een
gedraging verbieden, gebieden of toestaan
- Sanctienormen; geeft aan wat iemand te wachten staat die zich niet aan een gedragsnorm
houdt.
- Bevoegdheidsverlenende normen; geven staatsorganen een bepaalde macht. Die macht kan
inhouden dat een staatsorgaan rechten en plichten vaststelt of bepaalde handelingen verricht.
Het positief recht regelt de inhoud van de aanspraken die rechtssubjecten (individuen op wie
het recht van toepassing is) kunnen maken.. Dit type recht is verbindend en heeft gelding. In de
praktijk zal dit het recht zijn dat is opgenomen in officiële documenten en gepubliceerd is.
Wenselijk recht is recht dat voor een individu of een groep ideaal zou zijn. Dit recht hoeft in die
zin ook niet zijn vastgesteld. Het is in principe hypothetisch recht, het hoeft niet bestaand recht
te zijn.
,Het objectieve recht is het geheel aan rechtsregels. Hiermee wordt gedoeld op een verzameling
van de Nederlandse rechtsregels. Er wordt hiermee dus niet op een specifiek recht gedoeld. Met
een subjectief recht wordt gedoeld op een aanspraak of een bevoegdheid. Iemand komt een
subjectief recht toe. Een willekeurige burger heeft bijvoorbeeld het recht op privacy, dat is een
subjectief recht. Het objectieve recht bestaat dus ongeacht of dit iemand toekomt, een
subjectief recht kun je toekomen. Vanuit het objectieve recht (de rechtsregels) vloeien
subjectieve rechten voort. Het objectieve recht vormt de grondslag waaraan individuen een
subjectief recht kunnen ontlenen.
nationaal recht als het recht is vastgesteld in een bepaalde staat en gelding heeft binnen het
grondgebied van deze staat. Internationaal recht : is recht dat zijn herkomst kent bij staten
onderling of internationale organisaties
Het recht verbiedt partijen om met hun contract af te wijken van de wettelijke bepalingen. In dat
geval zijn die bepalingen van dwingend recht. Ze dwingen de partijen om het recht te
respecteren. Mochten de partijen toch afwijken van dwingend recht dan bepaalt de wet dat deze
afspreken niet rechtsgeldig zijn. Het recht vult het contract aan in de aspecten waar de partijen
niets over hebben geregeld. Dat betekent dat het contract bestaat uit de afspraken tussen de
partijen onderling en het aanvullende recht. Deze situatie laat wel de mogelijkheid open dat
partijen afwijken van het aanvullende recht.
regels die bepalen hoe het recht gehandhaafd kan worden behoren tot het formele recht. Het
materiële recht regelt de inhoud van de aanspraken die rechtssubjecten (individuen op wie het
recht van toepassing is) kunnen maken.
Collegeclips:
-Positief recht is het rechts zoals het is, en wenselijk recht is het recht zoals het zou moeten zijn.
-objectief recht is het geheel van rechtsregels (familierecht), en subjectief recht is een
aanspraak of een bevoegdheid(een recht op twee ouders).
-internationaal recht is het recht tussen staten de recht van de IO’s, en het nationaal recht is het
recht binnen een staat.
-publiekrecht is de relatie m.b.t. relatie overheid en burger, en het privaatrecht is het recht
m.b.t. burgers onderling.
-dwingend recht zijn de regels waarvan niet kan worden afgeweken, en aanvullend recht zijn de
regels voor als betrokkenen niets zelf hebben geregeld.
-materieel recht zijn de regels m.b.t. rechten, plichten en bevoegdheden, en formeel recht zijn
de regels om materieel recht te handhaven.
Gedragsnormen zijn normen die burgers vertellen hoe ze zich moeten gedragen. Dit kan door
een gebodsnorm(herkennen aan het woord verplicht), verbodsnormen(herkennen aan het
woord verboden) of toestaan(herkennen aan het woord kan/mag).
Sanctienormen zijn regels waarin is vastgelegd welke straf of sanctie tegen een bepaalde
handeling of gedragsnorm staat.
Bevoegdheidsverlenende normen zijn regels die bevoegdheden (rechten of plichten) verlenen
aan overheidsinstanties.
,Definitiebepalingen vind je vaak in het allereerste artikel van een wet.
schakelbepalingen zijn juridische regelingen die je vertellen dat een bepaald gedeelte van een
wet ook van toepassing is op een ander geval.
Werkcollege:
Altijd kijken naar de vraag wat is recht?
je hebt:
-gedragsnormen: vertellen hoe een burger zich moet gedragen (gebodsnorm, verbodsnorm en
toestaan)
-sanctienormen: straf of consequentie als je gedraging doet die niet mag
-bevoegdheidsnormen: gericht op de overheid, geeft een bevoegdheid
→publiekrecht: gaat tussen overheid en burger, overheid kan eenzijdig beslissingen nemen
zonder dat je daarmee instemt.
heteronomie is dat je geen invloed hebt op beslissingen
dwingend recht is hier vooral van sprake: mag je niet aan van afwijken
→privaatrecht: gaat tussen burgers onderling, gelijke autonomie
aanvullend recht is hier vooral van sprake: herkennen aan het woord tenzij
Materieelrecht: regelt de inhoud van de aanspraken die rechtssubjecten (individuen op wie het
recht van toepassing is) kunnen maken.
formeelrecht: procesrecht, zorgt dat het materieelrecht wordt gewaarborgd
Positief recht: regelt de inhoud van de aanspraken die rechtssubjecten (individuen op wie het
recht van toepassing is) kunnen maken.
wenselijk recht: is recht dat voor een individu of een groep ideaal zou zijn
Objectiefrecht: is het geheel van rechtsregels (maar altijd wel een specifiek)
subjectief echt: wordt gedoeld op een aanspraak of een bevoegdheid. Dus geldt pas als je het
toekomt. Staat wel altijd in het recht
Internationaalrecht: is recht dat zijn herkomst kent bij staten onderling of internationale
organisaties
nationaalrecht: als het recht is vastgesteld in een bepaalde staat en gelding heeft binnen het
grondgebied van deze staat
Verdiepingscollege
materieelrecht= rechten, plichten en bevoegdheden. (BW, Sr en GW) Richt zich vooral op de
burgers
formeelrecht= regels om het materiele recht te handhaven. (WbRv, Sv, WOro) Richt zich vooral
op de rechters, wetgevers, ambtenaren (professionals die met recht werken)
→ de rechter krijgt bevoegdheden op de grond van het formele recht
(algemeen belang) Dwingend recht:
(autonomie) aanvullend recht: vrijheid om aanvullende regels te maken (bestuursrecht of
overeenkomstenrecht)
, Objectief recht: is een law
subjectief recht: is een right
Casus van de schrijfopdracht: gaat over zware mishandeling van een ongeboren kind.
strafzaak heeft 4 materiele vragen:
1) is het tenlastegelegde feit bewezen?
subvraag 1a: kan bewezen worden dat de verdachte de handelingen heeft gepleegd
subvraag 1b: zijn de bewezen handelingen te kwalificeren als een misdrijf of overtreding
→ nee? vrijspraak
2)is het bewezenverklaarde strafbaar?
→ nee? Ontslag van rechtsvervolging (tbs/ maatregel mogelijk)
3) is de verdachte strafbaar?
→ nee? Ontslag van rechtsvervolging (tbs/ maatregel mogelijk)
4)welke straf moet worden opgelegd?
→ dan veroordeling (gevangenisstraf/boete mogelijk)
Subvraag 1B: art. 302 lid 1 Sr
→ Hij (rechtspersoon)
→ opzet (heeft deze vrouw volgens willens en wetens gehandeld?)
→ zwaar lichamelijk letsel
→ een ander (is een ongeboren kind een ander?)
Heeft de vrouw in kwestie, door in grote mate drugs te gebruiken tijdens de zwangerschap,
een strafbaar feit gepleegd, nameliik zware mishandeling van het ongeboren kind
visies die je kan hebben op de vraag:
→ recht=regels
-ongeboren kind is geen rechtsobject, dus niet ‘’een ander’’ maar
-in art. 82a Sr zegt een ander ook een levensbare foetus, maar alleen bij
levensdelicten(mishandeling is geen levensdelict)
-art. 1:2 BW zegt het kind waarvan de vrouw zwanger is kan als geboren worden aangemerkt
-Art. 1 Sr legaliteitsbeginsel!
→recht=idealen
- recht moet kwetsbaren beschermen
- relevant verschil met drugs geven aan geboren kind?
-relevant verschil met rokken en drinken tijdens de zwangerschap
→recht= belangen
- een veroordeling heeft een afschrikkende werking naar andere zwangere verslaafden. Die
zullen daardoor eerder hulp aanvaarden
Week 2:
Litteratuur
Stromingen binnen het recht:
1. Rechtspositivisme: recht als regels waarbij geen ruimte is om een rechtvaardigheidsgevoel
te betrekken in de overweging.
-Binnen het rechtspositivisme wordt veel gewicht toegekend aan objectiviteit. Door zich strikt