Nederlands Literatuur
H1 De Middeleeuwen
Begrippenlijst:
- Feodale stelsel of leenstelsel: de ‘koning’ of leenheer gaf delen van zijn land ‘in leen’
aan mensen van adel, deze werden ‘leenmannen’ of ‘vazallen’.
- Theocentrisch: ‘theos’ betekent god en ‘centrisch’ in het midden. dus dit komt neer
op dat het geloof vooraan stond. God (of meerdere goden) waren het wereldbeeld.
- Ridderlijk: edelmoedig, eerlijk, hoffelijk
- Burgerlijke: de burgerij, de stand die zich richtte op handel en nijverheid.
- Romaanse stijl: tijd van de kathedralen met ronde bogen en massieve muren met
kleine vensters en zware steunberen.
- Gotische stijl: tijd van kathedralen met hoge spitse bogen en gewelven, grote ramen
en vaak luchtbogen.
- Gregoriaans muziek: muziek die eigen is aan de Romeinse literatuur in de Katholieke
kerk.
- Troubadours: schrijvers / componisten die de letterkunde beoefenden door poëzie,
gedichten en liederen, te schrijven.
- Jongleurs / minstrelen: dit waren rondtrekkende mensen die de verhalen en/of
liederen van de troubadours ten gehore brachten.
- Handschrift / codex: het prachtige handschrift waarmee klooster monniken in de
middeleeuwen boeken schreven.
- Wiegendrukken / incunabelen: de boeken gedrukt voor 1501. De letters leken nog
heel erg op het handschrift van de monniken.
- Diets: ‘diet’ betekent volk. Diets was de overkoepelende term voor de verschillende
dialecten die men in Nederland sprak.
- Middelnederlands: de wetenschappelijke benaming van Diets.
- Frankische romans / Karelromans: ridderromans die zich afspelen in de kringen rond
Karel de Grote.
- Hoofse romans: romans waarin de ridder een meer verfijnd, ‘hoffelijk’ figuur is die ook
andere dingen doet dan vechten.
- Ballade: een lied waarin een verhaal wordt verteld, bestaande uit korte strofen waarin
gebeurtenissen sprongsgewijs verteld worden. Vaak over onderwerpen als sprookjes
of ridderverhalen.
- Elegie / klaagzang: een treurig gedicht over de dood van een geliefd persoon waarin
gevoelens van wanhoop en smart worden uitgesproken.
- Chansons de geste: liederen van heldendaden.
- Hoofse: zoals aan het hof, hoffelijk
- Hoofse roman: waarin ridders geen vechtersbazen meer zijn, maar verfijnde figuren
voor wie een gevecht op leven en dood ook een sportief spel kon zijn.
- Klassieke roman: hierin worden oude Griekse en Romeinse verhalen verplaatst naar
een cultuur die lijkt op de middeleeuwen.
- Oosterse roman: deze romans zijn ontstaan door kruistochten waarin mensen in
contact kwamen met de Arabische cultuur en verhalen, en hierover gingen schrijven.
- Keltische roman: hierin is stof uit de oude Keltische cultuur in verwerkt.
H1 De Middeleeuwen
Begrippenlijst:
- Feodale stelsel of leenstelsel: de ‘koning’ of leenheer gaf delen van zijn land ‘in leen’
aan mensen van adel, deze werden ‘leenmannen’ of ‘vazallen’.
- Theocentrisch: ‘theos’ betekent god en ‘centrisch’ in het midden. dus dit komt neer
op dat het geloof vooraan stond. God (of meerdere goden) waren het wereldbeeld.
- Ridderlijk: edelmoedig, eerlijk, hoffelijk
- Burgerlijke: de burgerij, de stand die zich richtte op handel en nijverheid.
- Romaanse stijl: tijd van de kathedralen met ronde bogen en massieve muren met
kleine vensters en zware steunberen.
- Gotische stijl: tijd van kathedralen met hoge spitse bogen en gewelven, grote ramen
en vaak luchtbogen.
- Gregoriaans muziek: muziek die eigen is aan de Romeinse literatuur in de Katholieke
kerk.
- Troubadours: schrijvers / componisten die de letterkunde beoefenden door poëzie,
gedichten en liederen, te schrijven.
- Jongleurs / minstrelen: dit waren rondtrekkende mensen die de verhalen en/of
liederen van de troubadours ten gehore brachten.
- Handschrift / codex: het prachtige handschrift waarmee klooster monniken in de
middeleeuwen boeken schreven.
- Wiegendrukken / incunabelen: de boeken gedrukt voor 1501. De letters leken nog
heel erg op het handschrift van de monniken.
- Diets: ‘diet’ betekent volk. Diets was de overkoepelende term voor de verschillende
dialecten die men in Nederland sprak.
- Middelnederlands: de wetenschappelijke benaming van Diets.
- Frankische romans / Karelromans: ridderromans die zich afspelen in de kringen rond
Karel de Grote.
- Hoofse romans: romans waarin de ridder een meer verfijnd, ‘hoffelijk’ figuur is die ook
andere dingen doet dan vechten.
- Ballade: een lied waarin een verhaal wordt verteld, bestaande uit korte strofen waarin
gebeurtenissen sprongsgewijs verteld worden. Vaak over onderwerpen als sprookjes
of ridderverhalen.
- Elegie / klaagzang: een treurig gedicht over de dood van een geliefd persoon waarin
gevoelens van wanhoop en smart worden uitgesproken.
- Chansons de geste: liederen van heldendaden.
- Hoofse: zoals aan het hof, hoffelijk
- Hoofse roman: waarin ridders geen vechtersbazen meer zijn, maar verfijnde figuren
voor wie een gevecht op leven en dood ook een sportief spel kon zijn.
- Klassieke roman: hierin worden oude Griekse en Romeinse verhalen verplaatst naar
een cultuur die lijkt op de middeleeuwen.
- Oosterse roman: deze romans zijn ontstaan door kruistochten waarin mensen in
contact kwamen met de Arabische cultuur en verhalen, en hierover gingen schrijven.
- Keltische roman: hierin is stof uit de oude Keltische cultuur in verwerkt.