Biomedisch les 1
Tips
Juf Danielle via YouTube
Linkerboezem bevat zuurstofrijk bloed
Holle aders monden uit in rechterboezem
Anatomie en fysiologie van de circulatie
Het hart: Bevind zich achter borstbeen (sternum)
Onderdelen
1. Linkerkamer = linkerventrikel
2. Rechterkamer = rechterventrikel
3. Rechterboezem = rechter atrium
4. Linkerboezem = linker atrium
5. Bovenste holle ader = vena cava superior
6. Grote lichaamsslagader = aorta
7. Longslagader = arteria pulmonalis
8. Longader = vena pulmonales
9. Onderste holle ader = vena cava inferior
10. Drieslippige klep = tricuspidalisklep
11. Pulmonalisklep (longen)
12. Tweeslippige klep = mitralisklep (2 kleppen)
( bicuspidalisklep)
13. Aortaklep
Opbouw van de hartwand
Bestaat voornamelijk uit hartspierweefsel (myocardium), zorgt voor samentrekking van het
hart middelste gedeelte
Binnenste laag: endocardium, glad zorgt voor beschermlaagje.
Epicardium: binnenkant van een hartzakje (zorgt ervoor dat het hart op de goeie plek blijft,
stevig in de borstkas ligt).
Pericardium: Laagje vocht, voorkomen dat er wrijving ontstaat.
Grote en kleine circulatie
Aders gaan naar het hart toe, zuurstofarm ….
Blauwe kleur: zuurstofarm, rode kleur: zuurstofrijk
Kleinte bloedsomloop: longen naar het hart
Grote bloedsomloop: hele lichaam naar het hart
Kleine circulatie: van zuurstofarm bloed, zuurstofrijk bloed maken
Grote circulatie: al het zuurstofrijke bloed door het lichaam laten gaan
Coronaire circulatie: slagaders en aders van het hart, kransslagaders voorzien het hart van
bloed.
,Bloedvaten
1. Arterien (slagader)
Elastische Arterie: grotere diameter, weinig vaatweerstand
Tunica adventitia, Tunica Enotheel, Tunica Intima
Gespierde Arterie: kleinere diameter, meer gladde spiercellen
Tunica adventitia, Tunica Endotheel, Endotheel, Tunica intima
2. Arteriolen
Reguleren perfusiedruk van weefsels/organen door: Vasoconstrictie (samenknijpen
van een vat) en vasodilatatie (verwijden van een vat)
Arterie met een kleinere diameter, kunnen beter de druk reguleren.
Metarteriolen: zorgen voor de hoeveelheid bloed wat ergens naar toe gaat
3. Capillairen
Worden haarvaten genoemd, zijn hele dunne vaten. Zorgen voor de uitwisseling van
voedingstoffen, afvalstoffen, water en zuurstof.
Bestaat uit 1 laag cellen genaamd het endotheel.
Continue capillairen: aaneengeschakelde endotheel laag, alleen zuurstof en water.
Gefenestreerde capillairen: poriën in endotheel, kunnen grotere moleculen
doorheen.
Sinusoïden: ruimte tussen endotheelcellen, laten de grootste cellen door zoals
eiwitten.
4. Venulen (kleine aders)
Verzamelen het bloed uit de capillaire, en zorgen voor de terugstroom van het bloed
naar het hart.
5. Venen (aders)
Grote diameter, minder spieren
Reservoirfunctie, meeste bloed bevindt zich in de venen.
Lagere druk, zit ver van het hart af.
En hebben kleppen, om te voorkomen dat het bloed de verkeerde kant op gaat.
Wanneer de kleppen niet goed functioneren kan je last krijgen van spataders.
In het hoofd heb je weinig of geen kleppen.
Fases hartcyclus
Systole: samentrekken van het hart, en de druk die daarbij vrijkomt
Diastole: ontspanningsfase van het hart
Fase 1: ventrikelvulling
Fase 2: isovolumetrische contractie hart gaat samenknijpen, bloed gaat naar aorta
Fase 3: ventrikelejectie het moment dat het bloed uit de ventrikels naar de aorta gaat
Fase 4: isovolumetrische relaxatie krijgt het hart bloed.
Impulsgeleiding
Sinusknoop: begint een elektrische prikkel, zorgt dat het hart aan de gang blijft.
Pacemaker: groepje cellen die continu een elektrische prikkel naar het hart stuurt
(stroomstootje).
, Av- knoop: zorgt ervoor dat de prikkel vertraagd zodat de boezem goed kan
samenknijpen.
Autoritmische cellen: kunnen ook elektrische prikkel afgeven, zodat het hart
samenknijpt.
Contractiecellen: cellen die zorgen dat het hart samenknijpt
Depolarisatie:
Actiepotentiaal:
Repolarisatie:
ECG (elektrocardiogram)
Een hartfilmpje, je kijkt uit een bepaalde hoek hoe de elektrische activiteit gaat bij het hart.
p- top: prikkels van de sinusknoop naar de boezems
Qrs-complex: samentrekken van de ventrikels.
T-top: ventrikels die ontspannen
Bundel van His:
Tips
Juf Danielle via YouTube
Linkerboezem bevat zuurstofrijk bloed
Holle aders monden uit in rechterboezem
Anatomie en fysiologie van de circulatie
Het hart: Bevind zich achter borstbeen (sternum)
Onderdelen
1. Linkerkamer = linkerventrikel
2. Rechterkamer = rechterventrikel
3. Rechterboezem = rechter atrium
4. Linkerboezem = linker atrium
5. Bovenste holle ader = vena cava superior
6. Grote lichaamsslagader = aorta
7. Longslagader = arteria pulmonalis
8. Longader = vena pulmonales
9. Onderste holle ader = vena cava inferior
10. Drieslippige klep = tricuspidalisklep
11. Pulmonalisklep (longen)
12. Tweeslippige klep = mitralisklep (2 kleppen)
( bicuspidalisklep)
13. Aortaklep
Opbouw van de hartwand
Bestaat voornamelijk uit hartspierweefsel (myocardium), zorgt voor samentrekking van het
hart middelste gedeelte
Binnenste laag: endocardium, glad zorgt voor beschermlaagje.
Epicardium: binnenkant van een hartzakje (zorgt ervoor dat het hart op de goeie plek blijft,
stevig in de borstkas ligt).
Pericardium: Laagje vocht, voorkomen dat er wrijving ontstaat.
Grote en kleine circulatie
Aders gaan naar het hart toe, zuurstofarm ….
Blauwe kleur: zuurstofarm, rode kleur: zuurstofrijk
Kleinte bloedsomloop: longen naar het hart
Grote bloedsomloop: hele lichaam naar het hart
Kleine circulatie: van zuurstofarm bloed, zuurstofrijk bloed maken
Grote circulatie: al het zuurstofrijke bloed door het lichaam laten gaan
Coronaire circulatie: slagaders en aders van het hart, kransslagaders voorzien het hart van
bloed.
,Bloedvaten
1. Arterien (slagader)
Elastische Arterie: grotere diameter, weinig vaatweerstand
Tunica adventitia, Tunica Enotheel, Tunica Intima
Gespierde Arterie: kleinere diameter, meer gladde spiercellen
Tunica adventitia, Tunica Endotheel, Endotheel, Tunica intima
2. Arteriolen
Reguleren perfusiedruk van weefsels/organen door: Vasoconstrictie (samenknijpen
van een vat) en vasodilatatie (verwijden van een vat)
Arterie met een kleinere diameter, kunnen beter de druk reguleren.
Metarteriolen: zorgen voor de hoeveelheid bloed wat ergens naar toe gaat
3. Capillairen
Worden haarvaten genoemd, zijn hele dunne vaten. Zorgen voor de uitwisseling van
voedingstoffen, afvalstoffen, water en zuurstof.
Bestaat uit 1 laag cellen genaamd het endotheel.
Continue capillairen: aaneengeschakelde endotheel laag, alleen zuurstof en water.
Gefenestreerde capillairen: poriën in endotheel, kunnen grotere moleculen
doorheen.
Sinusoïden: ruimte tussen endotheelcellen, laten de grootste cellen door zoals
eiwitten.
4. Venulen (kleine aders)
Verzamelen het bloed uit de capillaire, en zorgen voor de terugstroom van het bloed
naar het hart.
5. Venen (aders)
Grote diameter, minder spieren
Reservoirfunctie, meeste bloed bevindt zich in de venen.
Lagere druk, zit ver van het hart af.
En hebben kleppen, om te voorkomen dat het bloed de verkeerde kant op gaat.
Wanneer de kleppen niet goed functioneren kan je last krijgen van spataders.
In het hoofd heb je weinig of geen kleppen.
Fases hartcyclus
Systole: samentrekken van het hart, en de druk die daarbij vrijkomt
Diastole: ontspanningsfase van het hart
Fase 1: ventrikelvulling
Fase 2: isovolumetrische contractie hart gaat samenknijpen, bloed gaat naar aorta
Fase 3: ventrikelejectie het moment dat het bloed uit de ventrikels naar de aorta gaat
Fase 4: isovolumetrische relaxatie krijgt het hart bloed.
Impulsgeleiding
Sinusknoop: begint een elektrische prikkel, zorgt dat het hart aan de gang blijft.
Pacemaker: groepje cellen die continu een elektrische prikkel naar het hart stuurt
(stroomstootje).
, Av- knoop: zorgt ervoor dat de prikkel vertraagd zodat de boezem goed kan
samenknijpen.
Autoritmische cellen: kunnen ook elektrische prikkel afgeven, zodat het hart
samenknijpt.
Contractiecellen: cellen die zorgen dat het hart samenknijpt
Depolarisatie:
Actiepotentiaal:
Repolarisatie:
ECG (elektrocardiogram)
Een hartfilmpje, je kijkt uit een bepaalde hoek hoe de elektrische activiteit gaat bij het hart.
p- top: prikkels van de sinusknoop naar de boezems
Qrs-complex: samentrekken van de ventrikels.
T-top: ventrikels die ontspannen
Bundel van His: