TENTAMENVOORBEREIDING
SAMENVATTING
Positief recht: recht dat in bepaalde gemeenschap door de bevoegde autoriteiten is vastgesteld of
erkend
Wenselijk recht: recht dat men nastrevenswaardig vindt
Objectief recht: verzameling van alle erkende rechtsvormen
Subjectief recht: juridische uitspraak die aan objectief recht te ontlenen is
Nationaal recht: recht dat binnen nationale staten tot stand komt en geldig is
Internationaal recht: verdragen tussen staten en besluiten van internationale organisaties
Privaatrecht: regelt verhoudingen tussen burgers en organisaties onderling, kenmerkt zich door
juridische gelijkheid tussen partijen onderling
Publiekrecht: regelt verhoudingen tussen burgers en overheid of overheden met elkaar, kenmerkt zich
door juridische ongelijkheid tussen partijen
Dwingend recht: rechtsregels waar partijen niet van mogen afwijken
Aanvullend recht: rechtsregels waarvan afgeweken mag worden door overeenkomsten te sluiten
Formeel recht: alle regels die betrekking hebben op effectuering van recht
Materieel recht: rechten, plichten en bevoegdheden die burgers hebben
Gelding:
• positieve regels doorgaans gelding, dus heeft voor een bepaalde plaats en tijd voor een bepaalde
groep personen aanspraak
• brengen juridische afdwingbare rechten, plichten of bevoegdheden met zich mee
• verbindende werken van recht
effectiviteit:
• recht wordt in algemeen daadwerkelijk gehoorzaamd
grondrechten:
klassieke grondrechten: deze garanderen de burger een sfeer waarin de overheid niet zonder
rechtvaardiging kan optreden, zoals vrijheid van meningsuiting
sociale grondrechten: deze vragen de overheid juist op te treden. Het is een inspanningsverplichting van
de overheid om bepaalde rechten te garanderen. Hierbij kan men denken aan het recht op
gezondheidszorg
ongeschreven recht:
gewoonterecht: recht dat door justitiabelen zelf wordt gevormd. Het is niet van bovenaf door autoriteiten
opgelegd, maar is geleidelijk ontstaan in het dagelijkse leven. Twee voorwaarden waaraan moet worden
voldaan:
• Usus: men moet zich binnen een groep met enige regelmaat conform het gewoonterecht
gedragen
• Opinio Urus: men moet ervan overtuigd zijn dat het gewoonterecht doen te worden nageleefd
Ongeschreven rechtsbeginselen: een rechtsbeginsel is een regel waarin een waarde is geformuleerd die
als maatstaf functioneert voor gedragingen
De grotverkenners:
Vijf mannelijke grotverkenners gaan op ontdekkingstocht in een grot. Deze mannen komen door een
aardverschuiving vast te zitten in een grot voor 32 dagen. Na de bevrijding wordt duidelijk dat Whetmore,
een van de mannen, zou zijn opgegeten door de andere vier mannen. Waarom is Whetmore opgegeten?
De mannen zouden het geen tien dagen volhouden zonder voedsel, Whetmore zou daarom hebben
,voorgesteld om te dobbelen wie zou worden opgegeten. Iedereen ging akkoord, maar vlak voor het
dobbelen zou Whetmore zich hebben teruggetrokken, maar dit werd niet geaccepteerd door de andere
mannen. Bij terugkomst in de bewoonde wereld werden de vier overgebleven mannen aangeklaagd voor
de moord op Whetmore. Uiteindelijk zijn ze door de jury schuldig bevonden met een levenslange
gevangenisstraf tot gevolg. Door een gratieverzoek ontstond een doodsvonnis.
Rechters:
Rechter Keen (rechter Truepenny recht positivistische trekjes): rechtspositivisme
• Hij houdt het vonnis van de rechtbank in stand
• Strikte scheiding tussen recht en moraal
• Strikte scheiding tussen recht en politiek
• Het geschreven recht als belangrijkste rechtsbron
Rechter Foster: natuurrecht
• Hij houdt het vonnis van de rechtbank niet in stand
• Recht en moraal zijn onlosmakelijk met elkaar verweven. Met de hogere rechtsbron wordt
gedoeld op morele waarden
• Geen noodzakelijke scheiding tussen recht en politiek, maar ook geen logische combinatie
tussen deze twee
• De hogere rechtsbron als belangrijkste rechtsbron
Rechter Handy: rechtsrealisme
• Hij houdt het vonnis van de rechtbank niet in stand
• Geen noodzakelijke scheiding of samenkomst van recht en moraal
• Combinatie recht en politiek is mogelijk, het rechtsrealisme laat ruimte voor een instrumentele
toepassing van recht
• Rechtersrecht, het recht is onvoorspelbaar en wordt mede bepaald door de opvattingen in de
samenleving over het recht
Rechter Tatting: geen stroming – trekt zich terug
Rechtspositivisme:
• De wet is de wet
• Normatief rechtspositivisme: volgens deze stroming moet de wet gehoorzaamd worden
• Beschrijvend rechtspositivisme: het gaat om of de regel tot stand is gekomen via de juiste
procedure. Morele overwegingen spelen geen rol
H.L.A Hart:
Belangrijk element van de theorie van Hart is het schommelstoelexperiment over de primitieve
samenleving.
Primaire regels:
• Regels die doodslag en mishandeling verbieden
• Regels die eigendom beschermen
• Regels die het sluiten van overeenkomsten en het maken van afspraken mogelijk maken
• Regels die sancties beschrijven voor het overtreden van de andere regels
Problemen bij primaire regels:
• Onzekerheid
• Veranderende omstandigheden
• Handhaving
• Gemeenschapstaken
Oplossende secundaire regels:
, • Herkenningsregels: regels die specificeren waaraan een primaire rechtsregel moet voldoen om
een rechtsregel te worden
• Veranderingsregels: regels die aangeven hoe en door wie regels veranderd mogen worden
• Handhavingsregels: regels die aangeven wie bevoegd is de rechtsregels bindend toe te passen
Gustav Radbruch:
Een belangrijk element van de theorie van Radbruch is de Radbruch-formule.
Vroege essentie: het recht diende drie beginselen
• Rechtszekerheid: het recht is nodig om conflict over het doel van het recht te beëindigen
• Rechtvaardigheid: een regel die niet in alle gelijke gevallen geldt, is geen regel
• Doelmatigheid: het recht krijgt concrete inhoud in een samenleving door de bepaalde doelen het
dient
Late essentie: door de Tweede Wereldoorlog heeft Radbruch een transitie doorgemaakt van recht
positivistisch, naar meet natuurrechtelijk georiënteerd.
• Radbruch-formule: ‘het positieve recht geldt altijd, zelfs als het een onrechtvaardige inhoud
heeft, tenzij de kloof tussen gerechtigheid en rechtszekerheid onverdraaglijk groot wordt, dan
moet de rechtszekerheid wijken voor de gerechtigheid.’
o Arrest HR Van Hese/De Schelde: wet moest wijken voor redelijkheid en billijkheid
Dworkin:
Antipositivisme: regels én beginselen -> zit tussen rechtspositivisme en natuurrecht
• Rechtsregels uiting van rechtvaardigheid
• Beginselen ten grondslag aan regel
• Regel interpreteren/reconstrueren m.b.v. beginsel
• Geen universele moraal, maar moraal van rechtssysteem
Rechtsrealisme:
• Onbepaaldheidsthese: het recht is nooit helemaal bepaald
• Sociale kritiek: rechters moeten oog hebben voor de gevolgen van rechtsregels in de samenleving
• Recht als beleidsinstrument: recht mag worden gebruikt om maatschappelijk rechtvaardige
doelen na te streven
• Law in the books: abstracte concepten en geleerde theorieën
• Law in action: hoe het recht in de praktijk functioneert
Vranken: nieuw rechtsrealisme
Recht is geen gesloten systeem van regels, maar wordt ook beïnvloed door omstandigheden.
• Onderzoeksstrategieën:
o Ontmaskeren: kritisch doorlichten van verouderde begrijppen, verborgen
politieke/ethische keuzes blootleggen en empirische aannames toetsen
o Aanvullen: sociaalwetenschappelijke kennis naast juridische dogmatiek plaatsen: niet
ter vervanging, maar als aanvulling
• Legal formalism: recht is een gesloten systeem van regels
• Legal realism: recht is open systeem met o.a. sociale, economische en morele factoren
• Rule skeptics, Llewellyn: regels zijn te vaag of flexibel, recht ontstaat vooral in de toepassing van
rechters
• Fact skeptics, Frank: de feitenvaststelling in trial courts is onzeker en beïnvloedt de uitkomst
minstens zo sterk als de regel zelf
Holmes:
SAMENVATTING
Positief recht: recht dat in bepaalde gemeenschap door de bevoegde autoriteiten is vastgesteld of
erkend
Wenselijk recht: recht dat men nastrevenswaardig vindt
Objectief recht: verzameling van alle erkende rechtsvormen
Subjectief recht: juridische uitspraak die aan objectief recht te ontlenen is
Nationaal recht: recht dat binnen nationale staten tot stand komt en geldig is
Internationaal recht: verdragen tussen staten en besluiten van internationale organisaties
Privaatrecht: regelt verhoudingen tussen burgers en organisaties onderling, kenmerkt zich door
juridische gelijkheid tussen partijen onderling
Publiekrecht: regelt verhoudingen tussen burgers en overheid of overheden met elkaar, kenmerkt zich
door juridische ongelijkheid tussen partijen
Dwingend recht: rechtsregels waar partijen niet van mogen afwijken
Aanvullend recht: rechtsregels waarvan afgeweken mag worden door overeenkomsten te sluiten
Formeel recht: alle regels die betrekking hebben op effectuering van recht
Materieel recht: rechten, plichten en bevoegdheden die burgers hebben
Gelding:
• positieve regels doorgaans gelding, dus heeft voor een bepaalde plaats en tijd voor een bepaalde
groep personen aanspraak
• brengen juridische afdwingbare rechten, plichten of bevoegdheden met zich mee
• verbindende werken van recht
effectiviteit:
• recht wordt in algemeen daadwerkelijk gehoorzaamd
grondrechten:
klassieke grondrechten: deze garanderen de burger een sfeer waarin de overheid niet zonder
rechtvaardiging kan optreden, zoals vrijheid van meningsuiting
sociale grondrechten: deze vragen de overheid juist op te treden. Het is een inspanningsverplichting van
de overheid om bepaalde rechten te garanderen. Hierbij kan men denken aan het recht op
gezondheidszorg
ongeschreven recht:
gewoonterecht: recht dat door justitiabelen zelf wordt gevormd. Het is niet van bovenaf door autoriteiten
opgelegd, maar is geleidelijk ontstaan in het dagelijkse leven. Twee voorwaarden waaraan moet worden
voldaan:
• Usus: men moet zich binnen een groep met enige regelmaat conform het gewoonterecht
gedragen
• Opinio Urus: men moet ervan overtuigd zijn dat het gewoonterecht doen te worden nageleefd
Ongeschreven rechtsbeginselen: een rechtsbeginsel is een regel waarin een waarde is geformuleerd die
als maatstaf functioneert voor gedragingen
De grotverkenners:
Vijf mannelijke grotverkenners gaan op ontdekkingstocht in een grot. Deze mannen komen door een
aardverschuiving vast te zitten in een grot voor 32 dagen. Na de bevrijding wordt duidelijk dat Whetmore,
een van de mannen, zou zijn opgegeten door de andere vier mannen. Waarom is Whetmore opgegeten?
De mannen zouden het geen tien dagen volhouden zonder voedsel, Whetmore zou daarom hebben
,voorgesteld om te dobbelen wie zou worden opgegeten. Iedereen ging akkoord, maar vlak voor het
dobbelen zou Whetmore zich hebben teruggetrokken, maar dit werd niet geaccepteerd door de andere
mannen. Bij terugkomst in de bewoonde wereld werden de vier overgebleven mannen aangeklaagd voor
de moord op Whetmore. Uiteindelijk zijn ze door de jury schuldig bevonden met een levenslange
gevangenisstraf tot gevolg. Door een gratieverzoek ontstond een doodsvonnis.
Rechters:
Rechter Keen (rechter Truepenny recht positivistische trekjes): rechtspositivisme
• Hij houdt het vonnis van de rechtbank in stand
• Strikte scheiding tussen recht en moraal
• Strikte scheiding tussen recht en politiek
• Het geschreven recht als belangrijkste rechtsbron
Rechter Foster: natuurrecht
• Hij houdt het vonnis van de rechtbank niet in stand
• Recht en moraal zijn onlosmakelijk met elkaar verweven. Met de hogere rechtsbron wordt
gedoeld op morele waarden
• Geen noodzakelijke scheiding tussen recht en politiek, maar ook geen logische combinatie
tussen deze twee
• De hogere rechtsbron als belangrijkste rechtsbron
Rechter Handy: rechtsrealisme
• Hij houdt het vonnis van de rechtbank niet in stand
• Geen noodzakelijke scheiding of samenkomst van recht en moraal
• Combinatie recht en politiek is mogelijk, het rechtsrealisme laat ruimte voor een instrumentele
toepassing van recht
• Rechtersrecht, het recht is onvoorspelbaar en wordt mede bepaald door de opvattingen in de
samenleving over het recht
Rechter Tatting: geen stroming – trekt zich terug
Rechtspositivisme:
• De wet is de wet
• Normatief rechtspositivisme: volgens deze stroming moet de wet gehoorzaamd worden
• Beschrijvend rechtspositivisme: het gaat om of de regel tot stand is gekomen via de juiste
procedure. Morele overwegingen spelen geen rol
H.L.A Hart:
Belangrijk element van de theorie van Hart is het schommelstoelexperiment over de primitieve
samenleving.
Primaire regels:
• Regels die doodslag en mishandeling verbieden
• Regels die eigendom beschermen
• Regels die het sluiten van overeenkomsten en het maken van afspraken mogelijk maken
• Regels die sancties beschrijven voor het overtreden van de andere regels
Problemen bij primaire regels:
• Onzekerheid
• Veranderende omstandigheden
• Handhaving
• Gemeenschapstaken
Oplossende secundaire regels:
, • Herkenningsregels: regels die specificeren waaraan een primaire rechtsregel moet voldoen om
een rechtsregel te worden
• Veranderingsregels: regels die aangeven hoe en door wie regels veranderd mogen worden
• Handhavingsregels: regels die aangeven wie bevoegd is de rechtsregels bindend toe te passen
Gustav Radbruch:
Een belangrijk element van de theorie van Radbruch is de Radbruch-formule.
Vroege essentie: het recht diende drie beginselen
• Rechtszekerheid: het recht is nodig om conflict over het doel van het recht te beëindigen
• Rechtvaardigheid: een regel die niet in alle gelijke gevallen geldt, is geen regel
• Doelmatigheid: het recht krijgt concrete inhoud in een samenleving door de bepaalde doelen het
dient
Late essentie: door de Tweede Wereldoorlog heeft Radbruch een transitie doorgemaakt van recht
positivistisch, naar meet natuurrechtelijk georiënteerd.
• Radbruch-formule: ‘het positieve recht geldt altijd, zelfs als het een onrechtvaardige inhoud
heeft, tenzij de kloof tussen gerechtigheid en rechtszekerheid onverdraaglijk groot wordt, dan
moet de rechtszekerheid wijken voor de gerechtigheid.’
o Arrest HR Van Hese/De Schelde: wet moest wijken voor redelijkheid en billijkheid
Dworkin:
Antipositivisme: regels én beginselen -> zit tussen rechtspositivisme en natuurrecht
• Rechtsregels uiting van rechtvaardigheid
• Beginselen ten grondslag aan regel
• Regel interpreteren/reconstrueren m.b.v. beginsel
• Geen universele moraal, maar moraal van rechtssysteem
Rechtsrealisme:
• Onbepaaldheidsthese: het recht is nooit helemaal bepaald
• Sociale kritiek: rechters moeten oog hebben voor de gevolgen van rechtsregels in de samenleving
• Recht als beleidsinstrument: recht mag worden gebruikt om maatschappelijk rechtvaardige
doelen na te streven
• Law in the books: abstracte concepten en geleerde theorieën
• Law in action: hoe het recht in de praktijk functioneert
Vranken: nieuw rechtsrealisme
Recht is geen gesloten systeem van regels, maar wordt ook beïnvloed door omstandigheden.
• Onderzoeksstrategieën:
o Ontmaskeren: kritisch doorlichten van verouderde begrijppen, verborgen
politieke/ethische keuzes blootleggen en empirische aannames toetsen
o Aanvullen: sociaalwetenschappelijke kennis naast juridische dogmatiek plaatsen: niet
ter vervanging, maar als aanvulling
• Legal formalism: recht is een gesloten systeem van regels
• Legal realism: recht is open systeem met o.a. sociale, economische en morele factoren
• Rule skeptics, Llewellyn: regels zijn te vaag of flexibel, recht ontstaat vooral in de toepassing van
rechters
• Fact skeptics, Frank: de feitenvaststelling in trial courts is onzeker en beïnvloedt de uitkomst
minstens zo sterk als de regel zelf
Holmes: