Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting: Inleiding in de forensische psychologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
57
Geüpload op
07-04-2026
Geschreven in
2025/2026

De samenvatting is gebaseerd op de artikelen en hoorcolleges voor inleiding in de forensische psychologie uit jaar 2025/2026. Ik heb met deze samenvatting een 8,5 gehaald.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting: Inleiding in de Forensische psychologie
COLLEGE 1: INTRODUCTIE
Slechte hersenen, slechte mensen: Immoreel gedrag en de psychiatrie in de 19e eeuw
Inleiding:
- In de tweede helft van de 19e eeuw ontstond binnen de psychiatrie een discussie
over de relatie tussen hersenstoornissen en moreel wangedrag. Wetenschappers
begonnen immoraliteit te beschouwen als een gevolg van hersenziekte of mentale
stoornis, in plaats van enkel zonde of misdaad. Hierdoor ontstond een nieuw type
immoreel persoon (= iemand die zowel ziek als moreel afwijkend was door een
defect in het brein).
- Klinische forensische psychologie houdt zich bezig met afwijkend gedrag,
persoonlijkheid, cognities, preventie, interventie, diagnostiek en is een snijvlak met
de andere takken van psychologie (medisch, biologisch, ontwikkelings of sociale).
Klinisch forensische psychologie bekijkt verstoord gedrag vanuit een klinische
diagnose (zoals persoonlijkheidsstoornissen of schizofrenie).

Werkveld:
- Politiebureau en huis van bewaring (= mensen die wachten op hun rechtszaak).
- Gevangenis en penitentiair psychiatrisch centrum (PPC). PPC is voor mensen die
een mentale problematiek ervaren (zoals een verstandelijk beperkte).
- Pro-justita rapportage (NIFP: Nederlandse Instituut voor Forensische Psychiatrie
en Psychologie).
- Zorginstellingen:
1. Forensisch psychiatrische poliklinieken deeltijdbehandeling (zoals
ambulante zorg).
2. Forensische woonbegeleiding (F-RIBW) - Niveau 1.
3. Forensische psychiatrische afdelingen (FPA) - Niveau 2.
4. Forensische psychiatrische klinieken (FPK) - Niveau 3.
5. Forensische verslavingszorgklinieken (FVK).
6. Forensische Psychiatrische centra (FPC) = TBS kliniek - Niveau 4.
- Hoe hoger het niveau, hoe zwaarder de beveiliging.

Historische achtergrond: Van zonde naar ziekte
- Hippocrates (460-377 v. Christus) steunde rechters in het uitdelen van straffen, en
liet de rechters een minder zware straf opleggen als iemand een geestelijke ziekte
had (was ontoerekeningsvatbaar).
- In de middeleeuwen (ca. 500-1500) zagen mensen de familie als verantwoordelijk
voor mensen met een geestelijke ziekte (bijvoorbeeld de persoon opsluiten).
- Voor de verlichting. 15e eeuw werden de dolhuizen (voorlopers op de
psychiatrische instellingen) ontwikkeld. Mensen werden ook gezien als bezeten en
heksen werden vervolgd (16e en 17e eeuw). Ze sloten deze mensen op in kerken
tijdens een tocht. Johannes Wier (1515-1588) was de eerste die dacht dat er een
oorzaak lag in de hersenstructuren.
- Een ommekeer: De verlichting. 18e eeuw bracht de Franse Revolutie het verlichte
denken (= iedereen kan voor zichzelf bepalen of iets goed of fout is) teweeg.
Verschillende wetboeken werden ook geïntroduceerd, om machtsmisbruik van
rechters tegen te gaan. De eerste boeken (Code Pénal FR, Crimineel Wetboek,
Code Pénal NL) waren heel streng (veel doodstraffen), maar in 1886, met de

, invoering van Wetboek van Strafrecht, lijkt meer op het wetboek zoals we die nu
kennen (meer genuanceerd).
- Aan het begin van de 19e eeuw breidde de psychiatrie haar domein uit tot emoties
en gedrag. Nieuwe diagnoses zoals morele krankzinnigheid (Prichard, 1835) of
moordzuchtige waanzin (Ray, 1838) beschouwden immoraliteit als een mentale
afwijking, niet als morele schuld.
- Pinel toonde aan dat delicten ook zonder aantasting van het verstand (lage
intelligentie) konden worden gepleegd (= manie sans delire). Hierdoor veranderde
het doel om de dader te verbeteren in plaats van straffen. Dit leidde tot de eerste
krankzinnigenwet (1841) en een nieuwe krankzinnigenwet (1884), en nog later
(1993) Wet bijzondere opnemingen in Psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ).
- Daarbij ontstonden verschillende biologische verklaringen:
1. Erfelijkheid (= moreel of crimineel gedrag zou worden doorgegeven via de
familie). Psychologische kenmerken worden overgeërfd van voorouders,
crimineel gedrag is erfelijk en immoreel gedrag is af te leiden uit uiterlijke
kenmerken (zoals een doorlopende wenkbrauw, hoewel dit niet waar was,
was hij wel voorloper op het creëren van maten voor crimineel gedrag).
2. Degeneratie (= morele of geestelijke ziekten verslechterden met elke
generatie).
3. Evolutie (= immoraliteit werd gezien als een terugval naar een primitieve
staat, Darwin).
4. Hersenlokalisatie (= pogingen om morele functies in specifieke
hersengebieden te plaatsen, zoals frenologie).
- Kern: Immoreel gedrag werd een medisch probleem, niet enkel een ethisch of
juridisch.

Strafrecht:
- Eerst (in de verlichting) werd er geen onderscheid gemaakt tussen kind of
volwassenen. Maar tijdens de Code Pénal, werden kinderen onder de 16 toch
minder hard gestraft met de gedachte dat zij nog niet goed konden nadenken. Later
werden kinderen onder de 10 jaar helemaal niet gestraft en nog later (1905) werden
alle kinderen onder de 18 jaar niet gestraft.
- 20e eeuw. Voorstel Van Hamel (= de ingrijpen van de rechter moeten passen bij het
soort delict dat is gepleegd, bijvoorbeeld een lichtere vergrijping werd een maatregel
opgelegd). In 1928 werden de psychopatenwetten (= opname strafrecht in TBS, toen
TBR), maar dit zorgde voor overvolle instellingen, wat leidde tot de stopwet in 1933.
- Ontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog. In de Tweede Wereldoorlog werd
gekeken of mensen wel thuis hoorden in een instelling. Pioniers zijn Baan, Pompe
en Kempe. Zij focussen op betere zorg voor gevangenen en het verbeteren van
gedrag. Ook werd er gekeken naar de duur van de tbs maatregel (jaren 60),
waarmee in 1995 de Longstay-afdelingen werden geïntroduceerd.
- Van TBR naar TBS (in 1988).

Straffen en behandelen:
- Er wordt gekeken waar iemand van wordt verdacht, of iemand ziek is en of de
noodzaak op straffen of behandelen ligt. Verschillende criteria spelen mee:
1. Proportionaliteit (= de ingreep of maatregel moet in verhouding staan tot het
te voorkomen gevaar).

, 2. Subsidiariteit (= een ingrijpende maatregel is alleen toelaatbaar als met een
lichtere niet kan worden volstaan).
3. Doelmatigheid (= de behandeling of maatregel moet effectief zijn in het
afwenden van het gevaar).
- Criteria voor TBS. Het delict wat is gepleegd moet minimaal 4 jaar
gevangenisstraf voor worden opgelegd. De persoon moet niet helemaal
verantwoordelijk zijn, als gevolg van een psychische ziekte. Indien de persoon niet
wordt behandeld, zal het delict worden herhaald.
- Na TBS zouden delicten dus 100% moeten verdwijnen, maar dit is natuurlijk niet zo
in de praktijk.
- TBS is een behandelmaatregel, dus geen directe straf. Ze worden geresocialiseerd
(= terug in de maatschappij), maar tot die tijd wordt de persoon beschermd van de
samenleving. Er is een zorg-controle verhouding (= hoe verder de persoon is in zijn
proces, hoe meer versoepeling hij krijgt). Een onderdeel hiervan is verlof (= oefenen
met resocialisatie).
- TBS werkt goed wanneer het lang wordt aangeboden en hoog van kwaliteit is.
Verlof is een gevoelig onderwerp omdat er in verlof soms ook nog delicten worden
gepleegd. Toch is het belangrijk omdat het de percentages van delicten in algemene
zin omlaag haalt.
- Behandeling in TBS is herstelgericht. De patiënt wordt meegenomen in beslissen (=
shared decision making), omdat de motivatie bij deze patiënten vaak laag is (ze
willen hun gedrag niet aanpassen). Daarom kan de zorg vaak bevelshuishouding (=
in een gedwongen setting) zijn. De zorg is gefaseerd (= gaat in fases), dus je bouwt
rustig af.
- België, internering. Het doel is bescherming aan de maatschappij geven en zorg
bieden. Het is ook voor mensen met een psychische aandoening. Er moet een
strafbaar feit worden gepleegd (of risico op een strafbaar feit, collocatie =
voorzorgsmaatregel vóór een strafbaar feit). Er is vaak geen controle over daden en
de TBS is voor onbepaalde duur. Er kwam kritiek op de Belgische gevangenissen
(2013) omdat de zorg slecht was en er geen toekomstperspectief was, hierdoor
raakten de klinieken ook overvol. Daarom werd de wet her ingezien (2016) en
werden alleen mensen die een gevaar waren voor de maatschappij, op fysiek of
mentaal niveau, geinterneringeerd.

Percentages (belgië internering):
- Soorten delicten: aanslag op goederen (24,3%), zedenfeiten (32,2%) en doodslag
(15,8%).
- De meest frequente diagnoses: persoonlijkheidsstoornissen (28,4%: 24,3% van
cluster B), middelengebruik (21,2%), psychotische stoornis (15,7%) en mentale
beperking (12,3%).

Vijf voorbeeldcases van immorele personen:
1. William Bigg. Bekend om wreedheid jegens dieren en mensen. Psychiater Daniel
Hack Tuke diagnosticeerde hem met morele krankzinnigheid (= een aangeboren
hersenafwijking waardoor de hogere morele hersenfuncties ontbraken). Bigg werd
gezien als een atavisme (= een terugval naar een primitief mensentype).
2. Charles J. Guiteau. De moordernaar van de Amerikaanse president Garfield (1881).
Zijn rechtszaak draaide om de vraag of hij krankzinnig was. Deskundigen verschilden

, van mening: sommige zagen erfelijke hersenafwijkingen, anderen vonden geen
anatomisch bewijs. Hij werd uiteindelijk schuldig verklaard en geëxecuteerd.
3. Jane Toppan. Verpleegster die meerdere mensen vergiftigde. Ondanks een normaal
intellect toonde ze geen berouw. Deskundigen wezen op erfelijke degeneratie als
oorzaak, maar discussieerden of ze werkelijk krankzinnig was of gewoon crimineel.
4. Patiënt E. (Bleuler). Een man zonder erfelijke belasting maar met een totaal gebrek
aan geweten. Bleuler zag hem als “morele idioot” (= een persoon met intact verstand
maar defecte morele functies in de hersenschors).
5. Christiana Edmunds. De “chocoladevergiftigster” uit Engeland. Henry Maudsley
beschouwde haar immoraliteit als puur hersenprobleem. Ze was moreel blind zoals
een kleurenblinde geen kleuren ziet. Haar brein bepaalde haar gedrag, ze had geen
keuze.

Controverses rond hersenverklaringen:
1. Verschillende verklaringsmodellen. Er bestonden uiteenlopende biologische
verklaringen (erfelijkheid, degeneratie, evolutie, hersenafwijking). Experts gebruikten
ze vaak naast elkaar. Over de exacte hersenmechanismen bestond geen consensus.
2. Beperkt bewijs. Empirisch bewijs ontbrak, hersenonderzoek was rudimentair en
autopsies gaven geen duidelijke conclusies. Vaak werd hersenstoornis aangenomen
zonder fysiek bewijs.
3. Vage definities. Diagnoses als morele waanzin of morele zwakzinnigheid werden
breed toegepast, vaak op verschillende soorten gedrag. Er was onenigheid of morele
gevoelens los van intellect konden worden aangetast.
4. Grens tussen immoraliteit en criminaliteit. De overlap tussen “krankzinnigheid” en
“misdaad” zorgde voor juridische problemen. Als immoreel gedrag hersenen
gerelateerd was, kon men misdadigers niet verantwoordelijk houden. Sommige
experts pleitten voor voorzichtigheid, anderen verwierpen het onderscheid tussen
zonde en ziekte helemaal.

Gevolgen voor morele verantwoordelijkheid:
- Door immoraliteit als hersenziekte te zien, veranderde het begrip van morele
verantwoordelijkheid:
1. Vermindering van schuld. De hersenen werden als oorzaak gezien, niet de
persoon.
2. Nieuwe medische macht. Psychiaters kregen invloed op morele en juridische
oordelen.
3. Nieuwe status van de mens. De immorele mens werd zowel patiënt als dader,
deels biologisch bepaald, deels moreel wezen.
- Dit leidde tot nieuwe vragen over straf, schuld en behandeling.

Een moderne parallel: Brian Dugan:
- In de 21e eeuw onderzochten neurowetenschappers (zoals Kent Kiehl) opnieuw
immoreel gedrag via hersenscans. Dugan’s brein toonde “psychopathische”
patronen, wat als verzachtende omstandigheid werd ingebracht.
- Hoewel moderne technologie (zoals fMRI) en genetica verder ontwikkeld zijn, blijven
de fundamentele vragen dezelfde:
1. In hoeverre bepaalt het brein moreel gedrag?
2. Kan men nog spreken van verantwoordelijkheid?

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
7 april 2026
Aantal pagina's
57
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$9.16
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
juliekeusters

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
juliekeusters Tilburg University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
8 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
20
Laatst verkocht
3 maanden geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen