Assessment Primary Science (Harrison & Howard, 2010)
Het artikel bespreekt de doelen en functies van beoordeling (assessment) in het
basisonderwijs en benadrukt dat beoordeling essentieel is voor goed onderwijs.
Zoals het document zegt: “Assessment is at the heart of teaching and learning.”
1. Waarom beoordelen?
Beoordeling helpt leerkrachten bepalen wat leerlingen nodig hebben om
verder te leren.
Vroeger lag de nadruk op kennis reproduceren; nu draait onderwijs meer
om vaardigheden zoals probleemoplossing, communicatie en
samenwerking.
Veel traditionele toetsvormen passen niet meer bij deze moderne doelen.
2. Twee hoofdvormen van beoordeling
A. Formatieve beoordeling (assessment for learning)
Gebeurt tijdens het leren.
Helpt leerkrachten begrijpen wat leerlingen al weten en wat ze nog
moeten leren.
Helpt leerlingen om samen te werken, feedback te gebruiken en zichzelf te
beoordelen.
Doel: leerlingen zelfstandige, reflectieve leerders maken.
B. Summatieve beoordeling (assessment of learning)
Vat samen wat leerlingen op een bepaald moment kunnen.
Wordt gebruikt voor rapportage, verantwoording en certificering.
Kan bestaan uit testen, werkvergelijking of activiteiten die laten zien wat
leerlingen zelfstandig kunnen.
3. Het juiste doel koppelen aan de juiste aanpak
Voor individuele voortgang heb je rijke, langdurige gegevens nodig.
Voor verantwoording volstaan momentopnames.
Te veel nadruk op summatieve toetsen kan formatief leren onderdrukken.
Het PACE-onderzoek liet zien dat:
Leerkrachten meer summatief gingen werken.
De focus verschoof van leren naar prestaties.
Leerlingen zelf summatieve taal gingen gebruiken om hun werk te
beoordelen.
4. De balans tussen formatief en summatief
, Leerkrachten moeten zoeken naar een gezonde balans.
Formatieve beoordeling moet centraal staan, omdat dit het leren direct
ondersteunt.
Summatieve beoordeling moet op de achtergrond blijven en alleen worden
ingezet wanneer nodig.
Programma’s zoals APP (Assessing Pupils’ Progress) helpen om
summatieve gegevens te verzamelen zonder het leerproces te verstoren.
Een leerling uit het onderzoek zei treffend: “Now I know she is interested in what
I think, not in whether I can get the right answer.”
Formatieve beoordeling is de motor van leren en moet de hoofdrol spelen in de
klas. Summatieve beoordeling is nuttig, maar moet ondersteunend en beperkt
blijven. Een goede balans zorgt voor betere leerprocessen én betere informatie
voor ouders en scholen
VLOO-handleiding (Boonstra, Gielen, & Joosten, 2012)
De Vaardigheden Lijst Onderzoeken en Ontwerpen is bedoeld als hulpmiddel bij
het vormgeven van het onderwijs
VLOO kan ik kaart brengen welke vaardigheden op het gebied van wetenschap en
techniek leerlingen beschikken
Denkers en doeners
Jongere kinderen zijn meestal meer doeners dan denkers
Denkers zijn meer geneigd volgens een plan te werk te gaan, en ze kunnen dat
ook van tevoren uitleggen
Vaardigheden en houding
Zes categorieën waaruit je kunt afleiden of een leerling over deze vaardigheden
beschikt:
Verwonderen
Vertalen
Verzamelen
Verwerken
Verbanden leggen
Verspreiden
Houdingsaspecten -> is de manier waarop leerlingen het gedrag bij de zes V’s
laten zien
Plezier
Systematiek
Verbeeldingskracht
Eerlijkheid
Leerjaar 3 tot en met leerjaar 8
VLOO is voor alle leerlingen van leerjaar 3 t/m 8 hetzelfde -> dit is met opzet
gedaan omdat hiermee een doorgaande lijn in het onderwijs duidelijk kan worden
, Waarvoor kunt u de VLOO gebruiken?
De VLOO geeft inzicht in de vaardigheden van leerlingen op het gebied van
wetenschap en techniek. De resultaten laten zien wat leerlingen al beheersen en
waar nog ontwikkelkansen liggen. Dat biedt concrete aanknopingspunten voor
het vormgeven van onderwijs, zowel individueel als op groepsniveau.
Individueel niveau: De VLOO maakt zichtbaar welke vaardigheden een leerling
nog onvoldoende laat zien. Wanneer een leerling bijvoorbeeld laag scoort op
‘verspreiden’, kun je gericht oefenen door hem vaker iets te laten presenteren,
uitleggen of schrijven. Door de VLOO zowel aan het begin als aan het einde van
het jaar af te nemen, kun je de ontwikkeling van elke leerling volgen.
Groepsniveau: De VLOO ondersteunt opbrengstgericht werken binnen
wetenschap en techniek. Door te analyseren op welke vaardigheden de groep als
geheel lager scoort, kun je je lessen daarop afstemmen. Als veel leerlingen
moeite hebben met ‘verspreiden’, kan dat betekenen dat deze stap in het
onderzoeksproces te weinig aandacht krijgt of dat de groep dit lastig vindt. Je
kunt dan differentiëren in opbouw: eerst delen met één klasgenoot, daarna in
kleine groepjes, en pas later plenair.
Doel: Door te onderzoeken waar lage scores vandaan komen, kun je je onderwijs
gerichter vormgeven en de ontwikkeling van zowel individuele leerlingen als de
hele groep versterken.
Verwonderen
1. Stelt een vraag
De leerling raakt of is geïnteresseerd en stelt een vraag of herkent
een probleem.
Hij observeert de situatie, luistert naar anderen en vraagt door op
het onderwerp
2. Activeert voorkennis
De leerling reageert op een situatie en vergelijkt deze met
voorbeelden uit zijn eigen ervaring
Belangrijk is het gegeven dat ze proberen om verbanden te leggen,
het is minder belangrijk of deze ook kloppen
3. Verkent het probleem
De leerling rommelt aan met het object/organisme of verschijnsel,
verzamelt informatie en denkt na of oppert ideeën over
oplossingsmogelijkheden
De (oudere) leerling stelt kritische vragen om het probleem helder
te krijgen
Vertalen
4. Bakent vraag/doel af
De leerling bedenkt wat hij wil weten of wat zijn ontwerp moet
kunnen
Hij geeft daarbij aan wanneer hij tevreden is met zijn antwoord of
ontwerp en aan welke eisen het moet voldoen
5. Formuleert verwachtingen
De leerling voorspelt wat er kan gebeuren en benoemt verschillende
mogelijkheden