Casus IA (30 punten)
De statuten van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond (KNSB) bepalen (onder meer) het volgende:
Leden
Artikel 5
5.1 Leden van de KNSB zijn:
a. leden van een bij een regionale bond aangesloten schaakvereniging;
b. leden van een bijzondere bond (leden die niet het Nederlanderschap casu quo het Nederlands
ingezetenschap bezitten, kunnen door de betrokken bond buiten beschouwing worden gelaten);
c. individuele leden, zijnde anderen dan de hiervoor genoemden.
5.2 Regionale bonden zijn, bij de KNSB aangesloten, in Nederland gevestigde verenigingen, waarbij
schaakverenigingen binnen nader omschreven geografische grenzen zijn aangesloten. Onder
schaakverenigingen worden mede verstaan de schaakafdelingen van verenigingen met meervoudige
doelstellingen.
De verkrijging van het lidmaatschap en de erkenning als regionale of bijzondere bond
Artikel 7
7.1 Het lidmaatschap wordt verkregen voor leden genoemd onder artikel 5 lid 1 sub a en b door
aanmelding bij en toelating tot bedoelde schaakvereniging casu quo bijzondere bond.
7.2 Voor de leden genoemd onder artikel 5 lid 1 sub c wordt het lidmaatschap verkregen door
aanmelding bij en toelating door het bestuur. Tegen niet-toelating staat beroep open bij de algemene
vergadering.
7.3 Als aangesloten bij de KNSB wordt beschouwd een door de algemene vergadering als zodanig
erkende regionale of bijzondere bond. Het Huishoudelijk Reglement stelt nadere regelen inzake deze
erkenning.
Regionale en bijzondere bonden
Artikel 21
21.1 De aangesloten regionale en bijzondere bonden zijn binnen hun geografische grenzen,
respectievelijk op hun specifieke terrein, autonoom, in zoverre geen beperkingen zijn of worden
opgelegd door enig reglement van de KNSB of door, om gewichtige redenen genomen, besluiten van de
algemene vergadering.
21.2 (…)
21.3 Geschillen tussen de bonden en het bestuur van de KNSB worden aan de algemene vergadering ter
beslissing voorgelegd.
1
, 21.4 Geschillen tussen deze bonden onderling worden beslist door het bestuur van de KNSB, indien een
van de betrokken bonden hiertoe de wens te kennen geeft.
Vraag 1 Wat voor type vereniging zijn de regionale bonden? (4 pt)
Federaties, hoofdvereniging waar andere verenigingen met rechtspersoonlijkheid lid van zijn. Je moet
verwijzen naar artikel 5.2 van de statuten en federatie.
Vraag 2 Hoe kwalificeert u de verhouding tussen de regionale bonden en de KNSB? (10 pt)
De KNSB staat boven de regionale bonden, die op hun beurt weer schaakverenigingen onder zich
hebben. De kernvraag is of de regionale bonden binnen deze structuur als afdelingen van de KNSB
kunnen worden aangemerkt.
Volgens art. 5.2 zijn regionale bonden “aangesloten” bij de KNSB. Dat sluit een kwalificatie als
afdeling echter niet uit. Het gaat er vooral om of de regionale bonden voldoen aan de kenmerken van
een afdeling:
geografische indeling,
een organisatorische eenheid binnen de vereniging,
een functionele relatie met de hoofdvereniging.
Uit art. 21 lid 1 blijkt dat regionale bonden een eigen autonomie hebben, maar wel organisatorisch
en functioneel zijn ingebed in de structuur van de KNSB. Er is geen sprake van lidmaatschap van de
regionale bonden zelf; dat is ook niet vereist om als afdeling te kwalificeren. Doorslaggevend is dat
de natuurlijke personen die lid zijn van een schaakvereniging daarmee óók lid worden van de
regionale bond én van de KNSB.
Omdat de regionale bonden geografisch zijn ingedeeld, organisatorisch deel uitmaken van de
structuur en een duidelijke functionele taak vervullen binnen het geheel, moeten zij worden
aangemerkt als afdelingen van de KNSB.
Conclusie:
De regionale bonden kwalificeren als afdelingen van de KNSB: zij vormen geografisch afgebakende
organisatorische eenheden met een functionele relatie tot de KNSB, ondanks hun autonome positie
en het feit dat zij zelf geen lid zijn van de KNSB.
Verhouding tussen lid en aangeslotene is dat je als aangeslotene niet per direct gebonden bent aan alle
beslissingen van knsb, aangeslotene contractuele basis.
2