Casus I (46 punten)
Een Nederlands/Zweedse vrouw (Sigrid) en een Nederlands/Zweedse man (Bernd) treden in 2021 in
Stockholm, waar Sigrid is geboren en opgegroeid, in het huwelijk. Bernd en Sigrid hadden elkaar in
2019 ontmoet in Spanje waar Bernd een B&B heeft. Bernd is geboren in Nederland en op 10-jarige
leeftijd met zijn ouders naar Spanje verhuisd. Tussen 2019 en 2023 ontmoet het koppel elkaar
regelmatig afwisselend in Zweden en Spanje. Pas twee jaar na het huwelijk kopen zij in Spanje een
huis waar zij samen gaan wonen in de buurt van de B&B die zij vanaf dat moment samen runnen.
Eind 2023 wordt zoon Lucio geboren. Lucio heeft zowel de Spaanse, Nederlandse als Zweedse
nationaliteit. In de zomer van 2024 blijkt Sigrid toch niet goed te kunnen aarden in Spanje en
ondervindt de relatie tussen haar en Bernd ook moeilijkheden. Sigrid besluit te remigreren naar
Zweden en neemt met toestemming van Bernd Lucio met zich mee.
Bernd wil zo snel mogelijk scheiden en dient een verzoek tot echtscheiding in bij de Nederlandse
rechter (rechtbank Den Haag). Sigrid voert verweer. Zij stelt in de eerste plaats dat de Nederlandse
rechter niet bevoegd is nu zowel Bernd als zijzelf geen werkelijke maatschappelijke band hebben met
Nederland. Voorts verzoekt zij ten behoeve van Lucio om alimentatie. Dit verzoek dient naar haar
mening op grond van het Nederlandse recht beoordeeld te worden. Tevens verzoekt zij verdeling van
de huwelijksgemeenschap. Bernd refereert zich ten aanzien van de door Sigrid in haar verweer
opgeworpen punten aan het oordeel van de rechter.
Gegevens:
1) Uit het aan de rechtbank Den Haag overgelegde echtscheidingsdossier blijkt dat Bernd schriftelijk
ermee heeft ingestemd dat het nevenverzoek tot verdeling van het huwelijksvermogen wordt
voorgelegd aan de rechtbank Den Haag als echtscheidingsrechter. Let op: de schriftelijke instemming
van Bernd kan niet worden gekwalificeerd als forumkeuzebeding.
2) Lucio heeft zowel naar Nederlands, Spaans als Zweeds recht, recht op kinderalimentatie. Op grond
van Nederlands recht zou het maandelijkse bedrag 200 euro hoger uitvallen dan naar Spaans en
Zweeds recht.
Vraag 1
Is de Nederlandse rechter bevoegd van het verzoek tot echtscheiding kennis te nemen? Betrek in uw
antwoord het standpunt van Sigrid. (8 punten)
Vraag 2
Gesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek tot alimentatie ten
behoeve van Lucio, aan de hand van welk recht zal de Nederlandse rechter dit verzoek beoordelen? (7
punten)
Vraag 3
Gesteld dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van het echtscheidingsverzoek
kennis te nemen, is de Nederlandse rechter dan ook internationaal bevoegd om van het nevenverzoek
tot scheiding en deling van het huwelijksvermogen kennis te nemen? (6 punten)
1
, Vraag 4a
Gesteld dat de Nederlandse rechter zich bevoegd acht van het nevenverzoek tot verdeling van de
huwelijksgemeenschap kennis te nemen, naar welk recht zal hij het huwelijksvermogensregime van
Sigrid en Bernd beoordelen? (8 punten).
Vraag 4b
Hoe luidt uw antwoord op vraag 4b indien het echtpaar zou zijn getrouwd in 1973? (8 punten)
Vervolg Casus I
Stel dat vlak nadat Sigrid naar Zweden is vertrokken, Bernd een gerucht ter ore komt dat hij niet de
biologische vader van Lucio is. Sigrid ontkent het gerucht niet en wanneer een DNA test bewezen
heeft dat de Spaanse Juan de biologische vader is van Lucio bespreekt Bernd met Sigrid de
mogelijkheid tot het starten van een procedure tot ontkenning van het vaderschap. Sigrid is bereid
hieraan mee te werken. Juan is bereid Lucio te erkennen.
Bernd informeert bij u – zijnde een advocaat-stagiaire te Den Haag – of de Nederlandse rechter
bevoegd zou zijn van een verzoek tot ontkenning van het vaderschap kennis te nemen en of de rechter
dit verzoek naar Nederlands recht zou kunnen beoordelen.
Gegevens (fictief): Zowel het Spaanse als Zweedse recht kent niet de mogelijkheid tot ontkenning
van het vaderschap. Naar Nederlands recht is dit wel mogelijk.
Vraag 5
Gesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is van het verzoek kennis te nemen, wat adviseert u
Bernd met betrekking tot de vraag of dit verzoek naar Nederlands recht beoordeeld zou kunnen
worden? (9 punten)
Casus II (14 punten)
De 70-jarige Nederlandse man Joost Heldring overlijdt op 8 mei 2020 in Kopenhagen (Denemarken)
waar hij sinds 1980 woont. Hij laat achter een Deense echtgenote met wie hij in 1983 getrouwd is en
twee kinderen waarvan er een in Nederland woont (Anna) en een in Denemarken (Bea). Joost heeft
geen testament gemaakt. Hij is ten tijde van zijn overlijden eigenaar van een klein appartement in
Utrecht (NL).
Gegeven:
Naar Deens IPR is de nationale wet van de erflater ten tijde van zijn overlijden op de afwikkeling van
de erfenis van toepassing.
Vraag 6a
Is een Nederlandse notaris – als Anna hierom vraagt - bevoegd om aan Anna een Europese verklaring
van erfrecht af te geven? Motiveer uw antwoord. (7 punten)
Vraag 6b
Stel dat tussen de erfgenamen een geschil ontstaat over de afwikkeling van de erfenis en de
Nederlandse rechter zich bevoegd acht van dit geschil kennis te nemen: aan de hand van welk recht
zal de rechter dit geschil beoordelen? (7 punten)
2