Werkcollege 2: Personen- en familierecht (II)
Opdrachten
Opdracht A: Casus
Pools afstammingsrecht
De in Polen geboren en getogen Joasia (Poolse nationaliteit) woont sinds 2017 in Nederland.
In 2018 ontmoet zij de in Nederland geboren en getogen Ilias (Nederlandse nationaliteit) met
wie zij een relatie krijgt. De relatie verloopt niet soepel: om de paar maanden gaan zij uit
elkaar om vervolgens na een paar maanden weer een tijd samen te zijn. Het komt er niet van
om samen te gaan wonen. Wanneer Joasia in 2021 zwanger blijkt te zijn is de relatie juist
enkele maanden daarvoor definitief tot een einde gekomen. Het kind (Patryk) wordt in 2022
geboren. Ilias wil het kind erkennen en deel laten uitmaken van zijn leven. Joasia wil dit
beslist niet. Wel werkt zij mee aan een DNA test waaruit blijkt dat Ilias de biologische vader
is van Patryk. Zij weigert echter Ilias toestemming te geven om Patryk te erkennen.
Ilias richt zich uiteindelijk tot de rechtbank Noord-Holland locatie Haarlem met het verzoek
tot vervangende toestemming voor erkenning.
Vraag 1
Is de rechtbank Noord-Holland bevoegd van het verzoek kennis te nemen?
Antwoord:
Voorvragen:
- IPR Vraag? Internationale bevoegdheid
- Op welk terrein? Erkenning ouderschap (afstamming)
- Welke bron(nen)? Art. 3 sub a en sub c Rv jo. art. 9 sub b Rv
(Geen formeel, temporeel en materieel toepassingsgebied bij commuun recht).
Toepassing:
De rechtbank Noord-Holland kan in eerste instantie bevoegdheid toekomen op grond van:
1. Art. 3 sub a Rv: woonplaats of gewone verblijfplaats van (een van de) verzoeker(s).
2. Art. 3 sub c Rv: zaak anderszins voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden.
In casu woont Ilias (verzoeker) in Nederland , dus is de rechtbank Noord-Holland bevoegd.
Vraag 2
Welk recht is van toepassing op het verzoek van Ilias?
1
, Antwoord:
Voorvragen:
- IPR Vraag? Wat is het toepasselijk recht?
- Op welk terrein? Erkenning ouderschap (afstamming)
- Welke bron(nen)? Boek 10, Titel 5, specifiek Art. 10:95 BW voor erkenning.
Toepassing:
Vervangende toestemming nodig van de rechter, dus art. 10:95 lid 3 BW (zie ook slotzin). De
moeder is Pools dus op grond van lid 3 is het Poolse recht van toepassing.
Noem voor de volledigheid lid 4 (het peilmoment)
Op basis van art. 10:95 lid 1 BW is het toepasselijk recht trapsgewijs bepaald op grond van:
1. Nationaliteit(en) erkenner, indien erkenning niet mogelijk is;
2. Gewone verblijfplaats van het kind, indien erkenning niet mogelijk is;
3. Nationaliteit(en) kind, indien erkenning niet mogelijk is;
4. Gewone verblijfplaats erkenner.
Slechts het Nederlandse recht is (trapsgewijs) van toepassing, bij alle mogelijkheden komt
het Nederlandse recht naar voren. (Tenzij het kind ook de Poolse nationaliteit heeft).
Vraag 3
Stel dat Pools recht van toepassing is. Op grond van welke ipr-redenering zou de rechter
alsnog tot het oordeel kunnen komen dat de rechter de mogelijkheid heeft te toetsen of
vervangende toestemming gegeven zou moeten worden?
Gegeven:
Naar Pools recht kan de rechter geen vervangende toestemming voor erkenning geven
wanneer de moeder dit weigert.1 Naar Nederlands recht kan dit – onder bepaalde
omstandigheden – wel (vgl. artikel 1:204 lid 3 BW).
Antwoord:
Eventueel een beroep op de openbare orde, buitengrenscriterium (Pools recht naar inhoud
onaanvaardbaar) en binnengrenscriterium (gevolg van het toepassen van een regel die in
strijd is met de openbare orde)
Gevolg van strikte toepassing van het Poolse recht, brengt met zich mee dat wij niet de
afweging kunnen maken op grond van art. 8 EVRM, wat tot gevolg heeft dat er een strijd
bestaat met de openbare orde. Tevens afhankelijk van hoe nauw verbonden met het
Nederlandse recht.
1 Overigens is het niet zo dat naar Pools recht een vermoedelijke vader geen mogelijkheid zou hebben op
andere wijze zijn wens tot het vestigen van een afstammingsrelatie via een gerechtelijke procedure te laten
beoordelen: naar Pools recht is dit mogelijk in de vorm van een procedure tot vaststelling vaderschap. Naar
Nederlands recht zou dit niet kunnen: alleen een kind of de moeder kan een verzoek tot vaststelling van het
ouderschap indienen.
2