Huwelijksvermogensrecht
Opdrachten
Opdracht A: Casus
Een Zwitserse vrouw (Erika) en een Duits/Nederlandse man (Robert) treden in 2014 in Berlijn, waar
zij ook wonen en werken, in het huwelijk. In 2022 verhuizen Erika en Robert naar Amsterdam
(Nederland) in verband met het werk van Erika. Erika zal in Nederland een tak van een grote Duitse
hotelketen gaan runnen. Robert verwacht niet te veel moeite te zullen hebben in de financiële wereld
werk te kunnen vinden. Hoewel dit ook lukt, blijken de carrièreperspectieven voor Robert niet goed.
Inmiddels ondervindt de relatie tussen Erika en Robert ook moeilijkheden en in 2024 lijkt een
scheiding de enige optie. Robert gaat terug naar Duitsland met het idee zich daar opnieuw te vestigen.
Erika en Robert dienen in januari 2024 een gezamenlijk verzoek tot echtscheiding in bij de
Nederlandse rechter. Daarnaast verzoeken zij om verdeling van de huwelijksgemeenschap.
Vraag 1:
Is de Nederlandse rechter bevoegd van het nevenverzoek tot verdeling van de huwelijksgemeenschap
kennis te nemen?
Antwoord:
Bevoegdheidsvraag verdeling huwelijksgemeenschap
Voorvragen:
- IPR Vraag? Internationale bevoegdheid
- Op welk terrein? Verdeling huwelijksgemeenschap (+ echtscheiding)
- Welke bron(nen)? Verordening Huwelijksvermogensstelsel (H II) (Vo-HVS)
Materieel toepassingsgebied (art. 1 lid 1 jo. 3 lid 1 sub a Vo-HVS)
Huwelijksvermogensstelsels = geheel van regels betreffende de vermogensrechtelijke betrekkingen
die, ten gevolge van het huwelijk of de ontbinding daarvan, tussen de echtgenoten onderling en tussen
echtgenoten en derden bestaan. Gaat over de verdeling, dus aan voldaan.
Temporeel toepassingsgebied (art. 69 lid 1 Vo-HVS) (lid 1 voor bevoegdheid)
De verordening is van toepassing op gerechtelijke procedures die zijn ingesteld na 29 januari 2019.
Ingesteld in januari 2024, dus ook aan voldaan.
Formeel toepassingsgebied (art. 4-11Vo-HVS)
Geen algemene regels (geen beperkingen) Universeel, dus ja
Conclusie: dus de verordening is van toepassing.
Vervolgvraag: is de Nederlandse rechter bevoegd?
De hoofdregels voor echtscheiding staan in art. 5 Vo-HVS. het Gerecht van de lidstaat die bevoegd is
om te beslissen op verzoek tot echtscheiding, is ook bevoegd om te beslissen in zaken betreffende het
huwelijksvermogensstelsel die met dat verzoek verband houden. Als de Nederlandse rechter zich
bevoegd geacht t.a.v. de echtscheiding dan is hij tevens bevoegd t.a.v. de verdeling.
1
, Extra vraag: Is de Nederlandse rechter bevoegd tot het verzoek van echtschieiding op grond
van B-II ter:
M: Ja
F: Ja
T: Ja
B-II ter is van toepassing.
Is de Nederlandse rechter bevoegd? Kijken naar art. 3 B-II ter, ja op grond van sub a onder II en
IV.
MAAR art. 5 lid 2 sub a HVS bepaalt dat er in situaties een overeenkomst tussen echtgenoten nodig
is voor bevoegdheid van Nederlandse rechte. In casu de uitzondering niet van toepassing, niet de
Romeinse V of VI uit art. 3 B-II ter.
Antwoord:
Dus de Nederlandse rechter is bevoegd t.a.v. het hoofdverzoek tot echtscheiding en daarmee ook tot
het verzoek tot verdeling.
Vraag 2:
Gesteld dat de Nederlandse rechter zich bevoegd acht van het nevenverzoek tot verdeling van de
huwelijksgemeenschap kennis te nemen, naar welk recht zal hij het huwelijksvermogensregime van
Erika en Robert beoordelen?
Antwoord:
Voorvragen:
- IPR Vraag? Toepasselijk recht
- Op welk terrein? Huwelijksvermogensrecht (verdeling)
- Welke bron(nen)? Haags Huwelijksgevolgenverdrag 1905; HR Chelouche / Van Leer;
Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978; Verordening Huwelijksvermogensstelsels.
Voorvraag (2):
Welke bron is van toepassing?
Het huwelijks heeft plaatsgevonden in 2014 in Berlijn. Dit betekent dat het Verdrag 1978 van
toepassing is.
Bevoegdheid Verdrag 1978:
Materieel toepassingsgebied (art. 1)
Is van toepassing op het huwelijksvermogensregime. In casu gaat het om een verdeling, dus aan
voldaan.
Temporeel toepassingsgebied (art. 21 lid 1)
Huwelijken gesloten na 1 september 1992 of rechtskeuzes die op of na die datum zijn uitgebracht.
Gehuwd in 2014, dus aan voldaan.
Formeel toepassingsgebied (art. 2)
Universeel.
Dus het Verdrag 1978 is van toepasing.
2