Art. 10 SW zorgt ervoor dat je belast wordt alsof je niet een verboden handeling had verricht.
Standaard voorbeeld is dat X de woning verkoopt Y maar het vruchtgebruik voorbehoudt. Tijdens het
lever heb je geen offer gedaan. Het huis valt niet in de nlp en je mag rekening met het vruchtgebruik
bij het bepalen van de koopprijs. Lucratieve manier om je nlp te verlagen.
Tegenwoordig met art. 10 SW wordt de waarde van de gehele woning toch belast als fictieve
verkrijging, rekening houdend met de opofferingen die je daarvoor hebt gedaan.
Opgave 1
Vader (72 jaar) verkoopt zijn woning (WOZ-waarde € 500.000) aan zijn enig kind. Afgesproken wordt
dat vader voor onbepaalde tijd in de woning mag blijven wonen zonder dat hij daarvoor enige
vergoeding verschuldigd is.
Beantwoord de volgende vragen:
a. Wat is de waarde van het door vader voorbehouden genot?
Antwoord:
Het gaat hier om omzetting van eigendomsrechten in genotsrechten (art. 10 SW). Berekend moet
worden de waarde van het genotsrecht. Dat is 6% * € 500.000 * 7 (factor) = € 210.000,-. De waarde
van de koopprijs is dus € 290.000,-.
b. Maakt het uit of het genot bestaat uit:
• een vruchtgebruik; (bij notariële akte, kun je overdragen)
• het recht van gebruik en bewoning welk recht eindigt bij het om welke reden dan ook
metterwoon verlaten van de woning; of (bij notariële akte, kun je niet overdragen)
• een persoonlijk genotsrecht zolang hij feitelijk in de woning woont? (onderhands, persoonlijk
recht)
Antwoord:
Nee, het zijn allemaal genotsrechten in de zin van art. 10 SW. Art. 10 moet ruim worden uitgelegd,
het gaat om het feitelijk genot (zie ook art. 18 SW).
Dat het recht van gebruik en bewoning welk recht eindigt bij het om welke reden dan ook
metterwoon verlaten van de woning, maakt voor art. 10 SW niet uit. Deze is gewoon van toepassing
tenzij deze situatie zich voordoet (niet binnen 180-dagen voor overlijden).
Afstand doen van een vruchtgebruik is nog wel een schenking.
c. Zes jaar na de overdracht van de woning als hiervoor bedoeld, wordt vader opgenomen in een
verzorgingstehuis. Wat is het gevolg voor de heffing van erfbelasting als hij negen maanden na de
opname in het verzorgingstehuis overlijdt? Betrek in uw antwoord de situatie dat sprake is van:
• een vruchtgebruik;
• het recht van gebruik en bewoning welk recht eindigt bij het om welke reden dan ook
metterwoon verlaten van de woning; of
• een persoonlijk genotsrecht zolang hij in de woning woont?
Antwoord:
Situatie 1: vruchtgebruik
, Indien het vruchtgebruik eindigt bij overlijden had vader dus nog het vruchtgebruik van de woning.
Het verschil tussen de waarde van de woning en het door het kind opgeofferde bedrag (opgerent, art.
7 lid 1 en 3 SW) wordt in de heffing van de erfbelasting betrokken.
Op grond van art. 10 is € 500.000 - € 290.000 (+ oprenting) = € 210.000,- fictieve verkrijging.
Let op: altijd kijken naar art. 7, je mag aftrekken wat je hebt betaald. Eerst artikel 10, dan artikel 7.
Situatie 2: recht van gebruik en bewoning (…)
Het recht van gebruik en bewoning is geëindigd toen vader de woning negen maanden voor zijn
overlijden metterwoon verliet. Vader heeft niet tot zijn overlijden het genot van de woning gehad
(art. 10 lid 1 sub a SW) en na 180 dagen (art. 10 lid 4 sub b SW), dus dat betekent dat er geen
toepassing is van art. 10 SW.
Situatie 3: een persoonlijk genotsrecht zolang hij in de woning woont
Hetzelfde als bij situatie 1, het genotsrecht eindigt bij overlijden dus toepassing van art. 10 SW.
*Je weet niet wat er is afgesproken, je kan er vanuit gaan dat bij het verlaten van de woning wordt
gezegd, nu eindigt de afspraak. En dan is art. 10 SW niet van toepassing. Eventueel schenkbelasting
verschuldigd vanwege het afstand doen, maar allemaal niet zichtbaar in de praktijk dus lastig te
bewijzen voor de belastingdienst.
Opgave 2
Op aanraden van een financieel adviseur heeft moeder enkele jaren geleden haar woonhuis
overgedragen aan haar kinderen en voor zichzelf een levenslang genotsrecht voorbehouden. Deze
constructie zou erfbelasting besparen bij haar overlijden. Via een vriendin verneemt moeder dat deze
constructie echter niet helpt voor de erfbelasting. De vriendin raadt moeder aan om een zakelijke
huur aan de kinderen te betalen. Moeder volgt dit advies op. Welke gevolgen ziet u voor de heffing
van erfbelasting en schenkbelasting?
Antwoord:
Een levenslang genotsrecht is een fictieve verkrijging op grond van art. 10 SW. Indien er sprake is van
een zakelijke huur op grond van art. 10 lid 3 SW (6%) is art. 10 niet van toepassing.
Maar let op: een beetje genot is ook genot!! Dan moet dit dus ook wel echt betaald worden en moet
het 6% zijn!!! (van de WOZ-waarde)
Als je eenmaal in art. 10 SW zit, dan zit het er helemaal in. Als je de huur niet direct betaald, komt dat
er nog eens bovenop (want daar behoudt je ook genot voor, dan betaal je dubbel belasting,
doodzonde!!).
Indien er een huurrecht van minder dan 6% van de WOZ-waarde wordt afgesproken en dit wordt
betaald, zit nog steeds de gehele woning in art. 10 SW!!! Dit heeft dan dus ook weinig zin (behalve
dat je op die manier wel de nalatenschap verkleint?? Even navragen..)
Indien 6% huur wordt afgesproken, dan is de eerste maanden die huur nog steeds niet betaald, en is
er dus een beetje genot, en een beetje genot is ook genot, dus art. 10 SW. Staatssecretaris (14
november 2011 (heeft gezegd, als je het omzet naar een huursituatie met 6% vergoeding, dan kun je
dat niet repareren!!! Dit heeft dus geen zin.
Maar sommige mensen hadden wel afstand gedaan van hun vruchtgebruik, en daarover
schenkbelasting betaald. En betaalde netjes de huur. Maar dan worden ze dus dubbel belast… Toen is
er een beleidsbesluit 18 oktober 2016 gekomen dat je dat wel weer fiscaal gunstig kan omzetten naar
het vruchtgebruik hoe het was.