Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

Werkgroep 4 – Vragen en Uitwerkingen Estate Planning

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
5
Geüpload op
07-04-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit document bevat zowel de vragen als de uitwerkingen van werkgroep 4 van het vak Estate Planning. De stof wordt overzichtelijk behandeld, waardoor je inzicht krijgt in de vraagstelling en de toepassing van de regels. Ideaal om te oefenen en je voor te bereiden op het tentamen.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

WC 4 – Estate Planning (Schenkingen)

Vraag 1
François (62) heeft twee kinderen, Sarah en René. Hij wil zijn dochter, die sinds kort een relatie
heeft, graag assisteren met de aankoop van een nieuwe woning, die zij wil aankopen voor een
bedrag van € 400.000 (WOZ-waarde € 350.000). Hij overweegt hiertoe om haar een geldlening
te verstrekken, waarbij er in termen van voorwaarden een aantal mogelijkheden zijn. Beschrijf
de fiscale gevolgen van de volgende situaties. Indien u van mening bent dat zich
schenkbelastinggevolgen voordoen, graag zo mogelijk de omvang van de verkrijging (voor
aftrek van een eventuele vrijstelling) berekenen.

a) François leent zijn dochter op 1 maart 2026 € 400.000, direct opeisbaar en zonder rente te
berekenen.
Civielrechtelijk is geen sprake van een schenking, omdat François het bedrag op elk moment
kan opeisen en dus niet definitief verarmt. Fiscaal wordt dit echter aangemerkt als een fictieve
schenking op grond van art. 15 SW. De dochter geniet jaarlijks een rentevoordeel doordat zij
geen rente betaalt. Dit voordeel wordt forfaitair gesteld op 6% van de hoofdsom. De jaarlijkse
schenking bedraagt daarmee € 24.000. Over dit bedrag is jaarlijks schenkbelasting
verschuldigd, na aftrek van de vrijstelling. Van belang is dat deze heffing zich jaarlijks herhaalt
zolang de lening niet wordt opgeëist. Voor het tentamen is essentieel dat je onderscheid maakt
tussen civielrechtelijk geen schenking en fiscaal wel een fictieve schenking.

b) François leent zijn dochter op 1 maart 2009 € 400.000, direct opeisbaar en zonder rente te
berekenen.
Hier is geen schenkbelasting verschuldigd. De regeling van art. 15 SW is pas per 1 januari
2010 ingevoerd. Voor 2010 kon een renteloze direct opeisbare lening worden verstrekt zonder
fiscale gevolgen. Er is geen overgangsrecht, waardoor vanaf 2010 wel jaarlijks een fictieve
schenking wordt aangenomen. Het is op tentamen belangrijk dat je het tijdstip van de lening
expliciet benoemt.

c) François leent zijn dochter op 1 maart 2026 € 400.000, opeisbaar na 30 jaar en zonder rente
te berekenen.
In dit geval is sprake van een echte schenking. François kan gedurende 30 jaar niet over zijn
geld beschikken en verarmt daarmee. Het rentevoordeel van de dochter moet worden
gekapitaliseerd. Op grond van art. 6 Uitvoeringsbesluit SW wordt het jaarlijkse voordeel van 6%
van € 400.000, dus € 24.000, vermenigvuldigd met de relevante factoren. Dit leidt tot een
waarde van circa € 331.200. Vervolgens moet worden getoetst aan het maximum van 17 maal
het jaarbedrag, wat neerkomt op € 408.000. Dit maximum wordt niet overschreden en staat
ergens daar of op de volgende pagina die moet je altijd gewoon voor volledigheid evdn toetsen.
De belaste schenking bedraagt dus € 331.200. De kern is dat bij een niet-opeisbare renteloze
lening een eenmalige schenking ontstaat die moet worden gekapitaliseerd.

d) François leent zijn dochter op 1 maart 2026 € 400.000, annuïtair af te lossen en tegen een
marktconforme rente van 5%.
Hier is geen sprake van een schenking. De lening is zakelijk vormgegeven doordat een
marktconforme rente wordt gehanteerd en er annuïtair wordt afgelost. Fiscaal speelt dit vooral
in de inkomstenbelasting. De lening kan kwalificeren als eigenwoningschuld, waardoor de
dochter recht heeft op renteaftrek. Voor de schenkbelasting is er geen probleem. Op tentamen
is het belangrijk om expliciet te benoemen dat de zakelijkheid de doorslag geeft.

e) François leent zijn dochter op 1 maart 2026 € 400.000, annuïtair af te lossen, met een recht
van hypotheek en een rente van 7%, terwijl 5% marktconform is.


In deze situatie wordt een rente overeengekomen die hoger is dan de marktconforme rente.
Civielrechtelijk kan worden betoogd dat de dochter hierdoor wordt benadeeld en François wordt
bevoordeeld. In die zin zou je kunnen spreken van een bevoordeling van de vader.

, Voor de schenkbelasting is dit echter niet zonder meer een belastbare schenking. Er zou alleen
sprake zijn van een schenking indien François een vermogensvoordeel verkrijgt dat voortvloeit
uit een bevoordelingsbedoeling. In theorie zou dit kunnen worden gezien als een vorm van een
zogenoemd “negatief genotsrecht” of negatief fictief vruchtgebruik, omdat de dochter meer
betaalt dan zakelijk is. In de literatuur wordt echter verdedigd dat hiervan geen sprake is, met
name indien de lening op ieder moment (boetevrij) kan worden afgelost. In dat geval ontbreekt
een duurzaam voordeel en daarmee een belastbaar moment voor de schenkbelasting.

De beoordeling hangt dus sterk af van de voorwaarden van de lening, met name de vraag of
vervroegde aflossing mogelijk is en of de hoge rente duurzaam is vastgelegd.

In de inkomstenbelasting speelt dit nadrukkelijk wel. De dochter kan de rente slechts aftrekken
voor zover deze zakelijk is. Uit jurisprudentie volgt dat de Belastingdienst en de rechter de rente
corrigeren naar een marktconforme rente. In een uitspraak van de rechtbank Den Haag (4
september 2018) werd een rente van 9% gecorrigeerd naar 4,5% bij een marktrente van circa
3%. In een uitspraak van 12 oktober 2023 werd een rente van 7,3% gecorrigeerd naar 2,75%.
Het meerdere is dus niet aftrekbaar in box 1.

Voor deze vraag moet je op tentamen altijd drie lagen behandelen: civielrechtelijk (mogelijke
bevoordeling), schenkbelasting (meestal geen belastbare schenking) en inkomstenbelasting
(aftrekbeperking tot zakelijke rente).

f) François leent zijn dochter op 1 maart 2026 € 400.000, opeisbaar bij zijn overlijden en tegen
een rente van 2%, terwijl 5% marktconform is.
In deze situatie is civielrechtelijk sprake van een schenking, omdat François bewust een lagere
rente rekent dan zakelijk is en daarmee zijn dochter bevoordeelt.

Fiscaal wordt dit aangemerkt als een schenking van een genotsrecht in de zin van art. 18
Successiewet. Het voordeel bestaat uit het renteverschil. Voor de berekening wordt in de
Successiewet uitgegaan van een forfaitair rendement van 6%, zodat het voordeel wordt gesteld
op 6% − 2% = 4% van de hoofdsom. Dit betekent een jaarlijks voordeel van € 16.000.

Dit voordeel kwalificeert als een fictief vruchtgebruik (genotsrecht). Omdat de lening pas
opeisbaar is bij overlijden van François, is de duur van het genotsrecht afhankelijk van zijn
leven. Daarom moet de waarde van dit genotsrecht worden gekapitaliseerd met behulp van de
leeftijdsafhankelijke factor uit art. 5 Uitvoeringsbesluit SW.

De uiteindelijke schenking is dus de contante waarde van dit jaarlijkse voordeel, berekend met
de factor die hoort bij de leeftijd van François.

Voor het tentamen is van belang dat je hier herkent: lage rente + niet-opeisbaar (tot overlijden) =
schenking van een genotsrecht, oftewel fictief vruchtgebruik, dat moet worden gekapitaliseerd
met een leeftijdsfactor.

g) François leent zijn dochter op 1 maart 2026 € 400.000, opeisbaar na 9 maanden en tegen
een rente van 2%, terwijl 5% marktconform is.


Omdat de looptijd korter is dan één jaar, geldt een bijzondere regel uit de jurisprudentie (HR 25
juni 1986). De schenking wordt bepaald als het verschil tussen de nominale waarde en de
contante waarde van de vordering. Deze berekening kan hier niet worden uitgevoerd wegens
ontbrekende gegevens, maar het is voldoende om de juiste methode te noemen. Het is
belangrijk om te beseffen dat bij korte looptijden niet automatisch art. 15 SW wordt toegepast.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Onbekend

Documentinformatie

Geüpload op
7 april 2026
Aantal pagina's
5
Geschreven in
2025/2026
Type
OVERIG
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

$10.98
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
notarieelstudentvu Vrije Universiteit Amsterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
103
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
18
Documenten
141
Laatst verkocht
4 dagen geleden

3.8

5 beoordelingen

5
2
4
0
3
3
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen