Validiteit van Hyperactiviteit, en Onderzoeksverslag Individuele Testscore van de SDQ-
Vragenlijst.
naam
Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam
Meten en Diagnostiek 1
docent
28 maart 2025
, 2
Deelverslag I - De Betrouwbaarheid van de SDQ-Vragenlijst
Methode
Participanten
De participanten waren 606 kinderen (298 meisjes, 308 jongens). De leeftijd van de
participanten varieerde tussen de 7 en 12 jaar (M = 9,03; SD = 1,25).
Materialen
Participanten hebben de Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) ingevuld
(Goodman et al., 1997). Deze vragenlijst meet psychosociale problemen en vaardigheden,
evenals de invloed van deze problemen op het functioneren van een kind. De doelgroep van
deze vragenlijst is kinderen van 2 tot en met 17 jaar oud. De vragenlijst bestaat uit 25 vragen,
verdeeld over 5 subschalen: Hyperactiviteit, Emotionele problemen, Problemen met
leeftijdsgenoten, Gedragsproblemen en Prosociaal gedrag. Voorbeelditems zijn
respectievelijk: ‘Constant aan het wiebelen of friemelen’, ‘Klaagt vaak over hoofdpijn,
buikpijn of misselijkheid’, ‘Nogal op zichzelf, neigt ertoe alleen te spelen’, ‘Heeft vaak
driftbuien of woede-uitbarstingen’ en ‘Aardig tegen jongere kinderen’. Elke vraag kan
beantwoord worden met: niet waar (gescoord met 0 punten), deels waar (gescoord met 1
punt) en zeker waar (gescoord met 2 punten). Vragen 7, 11, 14, 21 en 25 moeten omgescoord
worden. Elke subschaal bestaat uit 5 item; de score van de subschaal kan variëren tussen de 0
en 10 punten. De totale score van de vragenlijst kan variëren tussen de 0 en 50. In dit
onderzoek richten we ons op de betrouwbaarheid van de subschalen Hyperactiviteit en
Prosociaal gedrag en gaan we in op de Totale probleemschaal (bestaande uit de 25 items,
exclusief de 5 items binnen de subschaal Prosociaal gedrag). Een hogere score op de
probleemschalen duidt op een sterkere aanwezigheid van problemen. Een lagere score duidt
op een mindere mate van problemen. Een hogere score op de prosociale schaal duidt op een
grotere aanwezigheid van prosociaal gedrag en andersom (Goodman et al., 1997).
Analyses
Voor de data-analyse zijn alle rapportcijfers van de Strengths and Difficulties
Questionnaire (SDQ) in JASP verwerkt.
Om de betrouwbaarheid van de Totale probleemschaal te meten, hebben we een
eendimensionale betrouwbaarheidsanalyse uitgevoerd, bestaande uit de 20 items verdeeld
over de 4 probleemschalen. Hiermee hebben we de interne consistentie gemeten. Binnen de
analyse zijn de variabelen item_07, item_11, item_14, item_21 en item_25 vervangen door de
omgescoorde versies: item_07R, item_11R, item_14R, item_21R en item_25R. Om de
analyses te interpreteren hebben we gekeken naar de Cronbach’s alfa, de individuele