11.1 Waarom helpen mensen anderen?
In dit hoofdstuk gaan we kijken naar de belangrijkste oorzaken van prosociaal gedrag: Elke
handeling die bijdraagt aan het welzijn of het welbevinden van een ander. We zijn dan vooral
gericht op het prosociaal gedrag vanuit altruïsme: Het verrichten van een handeling ten
gunste van een ander, zonder daar zelf enig belang of voordeel bij te hebben.
Iemand kan zich prosociaal gedragen in de hoop er iets voor terug te krijgen. Dat is niet
altruïsme. Altruïsme houdt namelijk echt in dat de een er geen belang bij heeft. Je wilt echt de
ander helpen, ook al kost het je misschien iets.
11.1.1 Evolutionaire psychologie: insecten en genen
Verschillende psychologen, zoals Wilson en Dawkins, gebruikte de evolutie om sociale
gedragspatronen als agressie en altruïsme te verklaren. Dit is het begin geweest van de
evolutionaire psychologie: de poging om sociaal gedrag te verklaren aan de hand van
genetische factoren die in de loop der tijd zijn geëvolueerd volgens de principes van natuurlijke
selectie.
Darwin bedacht zich al snel dat zijn evolutietheorie geen verklaring gaf op altruïsme. Want het
doel van de mens is volgens zijn theorie voornamelijk gericht op hun eigen overleving. Dit
schetst een groot vraagstuk waar evolutionaire psychologen mee aan de slag zijn gegaan.
Volgens evolutionair psychologen zijn er verschillende soorten altruïsme, die elk een andere
oorzaak hebben en daarmee een andere verklaring bieden voor prosociaal gedrag.
- Verwantschapsaltruïsme;
- Wederkerigheidsaltruïsme;
- Groepsaltruïsme.
Verwantschapsaltruïsme
Verwantschapsaltruïsme: Onbaatzuchtig gedrag dat gericht is op genetische verwanten en
dat de kans op overdracht van genen vergroot.
Dit wordt door evolutionaire psychologen verklaard doordat genen van de mens ook
doorgegeven kunnen worden doordat de broers en zussen of andere familieleden voortplanten.
De kans dat de gemeenschappelijk genen van de persoon toekomstige generaties overleven is
groter indien zij de bloedverwanten proberen veilig te stellen.
Uit onderzoek is gebleken dat in levensbedreigende situaties mensen eerder bloedverwanten
redden dan niet-bloedverwanten. Dit ondersteunt de verwantschapsaltruïsme. We bedenken ons
niet eerst dat we onze eigen genen willen redden, maar dit zit diep in menselijk gedrag.
Wederkerigheidssaltruïsme
Wederkerigheidssaltruïsme: Onbaatzuchtig gedrag dat we richten op niet-verwanten en dat
de kans vergroot dat hulpontvangers in de toekomst iets voor de hulpgevers zullen terugdoen.
Dit idee is ontstaan doordat holbewoners die individueel in een eigen grot leefden meer moeite
hadden te overleven dan holbewoners die oog hadden voor belangen van anderen en die had
leren samenwerken. Er werd dan uitgegaan van een ongeschreven regel: Ik help jou nu, onder
het voorbehoud dat jij mij later helpt.
, Sommige onderzoekers stellen dat de emotie dankbaarheid tot de ontwikkeling is gekomen om
wederkerigheid te reguleren. We zijn dankbaar als iemand iets voor ons heeft gedaan en dit
gevoel motiveert ons iets terug te doen voor diegene.
Groepsaltruïsme
In principe is de klassieke evolutietheorie gericht op het individu. Echter redeneren sommige
onderzoekers dat er ook natuurlijke selectie plaatsvindt op groepsniveau en dat noemen ze
groepsaltruïsme: Onbaatzuchtige groepsleden kunnen beter samenwerken en daardoor over
generaties beter overleven.
BV: Er zijn twee dorpen aangrenzend aan elkaar, één dorp heeft alleen maar egoïsten en het
andere dorp alleen maar groepsaltruïsmen. Het dorp met altruïsten heeft natuurlijk de meeste
kans op overleving. Denk aan samen de wacht houden of het andere dorp aanvalt of individueel
de wacht houden.
Echter is de vraag of we hier dan niet alsnog te maken hebben met altruïsme op individueel
niveau. Het gaat namelijk uiteindelijk alsnog hoe groot de kans is dat je het zelf overleeft. Op de
theorie over groepsaltruïsme is sterke kritiek.
Kritiekpunt voor alle drie de soorten altruïsme is waarom er dan alsnog zoveel mensen hun
eigen belang nastreven.
11.2.2 Sociale uitwisseling: de kosten en baten van behulpzaamheid
Sociaal psychologen kunnen zich vinden in de opvatting dat mensen anderen helpen vanuit
eigenbelang. De sociale uitwisselingstheorie stelt dat mensen in relaties hun opbrengsten willen
maximaliseren en de kosten willen minimaliseren. Deze theorie gaat niet uit van een genetische
basis.
Behulpzaamheid kan lonend zijn op verschillende manieren:
- Behulpzaamheid kan de kans vergroten dat iemand ons later ook helpt;
- Sociale uitwisselingtheorie is de verwachting van iets terugdoen een uitgangspunt en
investeer je dus in de toekomst;
- Hulp verlenen kan stress/angst wegnemen bij de hulpgever;
- Door behulpzaam te zijn, helpen we ook beloningen voor onszelf te creëren, zoals sociale
goedkeuring van anderen en een groter gevoel van zelfwaardering.
Helpen kan ook kostbaar zijn. Indien de hulp kostbaar is bieden mensen dit ook minder snel aan.
De sociale uitwisselingstheorie stelt dat altruïsme niet bestaat en dat mensen alleen helpen als
ze er zelf iets voor terugkrijgen. Er zijn wel velen manieren waarop iemand een voordeel kan
halen voor zichzelf uit iemand helpen. Zo zou het helpen van de anderen er ook al één van zijn.
Prosociale daden zijn dubbel lonend, omdat ze zowel de hulpgever als de ontvanger belonen.
11.1.3 Empathie: een voorwaarde voor altruïsme
Batson is de voorstander van het idee dat mensen vaak helpen uit goedheid. Hij ontkent niet dat
sommige mensen zelfzuchtig zijn, maar gij stelt ook dat de motieven van mensen zuiver
altruïstisch kunnen zijn. Mensen kunnen wel degelijk als doel hebben de andere persoon te
helpen, ook al gaat dat ten koste van zichzelf.
Empathie: Het vermogen om je in een ander te verplaatsen en om gebeurtenissen en emoties
net zo te ervaren als de ander. Empathie kan volgens Batson een rede zijn waardoor iemand
overgaat op zuiver altruïsme.