Ziekteleer
,Farmacologie
- Kan medicatie benoemen die vaak wordt voorgeschreven, in relatie tot veel
voorkomende ziektebeelden en kent de verschillende toedieningsvormen van deze
medicatie
- Verklaart met de begrippen farmacodynamiek en farmacokinetiek de (bij) werkingen
van medicatie voor specifieke doeleinden en kan deze kennis toepassen op een
casus
- Verklaart behandelprotocollen die toegepast worden in de mondzorg en past de
betekenis daarvan toe op papieren casuïstiek
- Verklaart de relatie tussen (ongezonde) leefstijlfactoren en (chronische)
ziektebeelden en de gevolgen daarvan voor de mondgezondheid en behandeling
- Past de kennis over acute medische situaties in de mondzorgpraktijk toe in de
casuïstiek die past bij de 2e jaar patiëntenzorg
,H2 Mc Fadden, Farmacodynamiek: hoe werkt het
gnm?
Farmacokinetiek → werking van het geneesmiddel op het lichaam (wat doer het lichaam
met het geneesmiddel)
Farmacodynamiek → werking van het geneesmiddel (wat doet het geneesmiddel met het
lichaam)
Boodschapper, signaal en effect
Verschillende toepassingen van geneesmiddelen
- Curatief (causale werking; bijv. Antibiotica; bacterie gedood)
- Symptoombestrijding (oorzaak blijft, symptoom als pijn verdwijnt)
- Preventieve werking (bijv. Hepatitis B vaccinatie, anticonceptie)
- Diagnostiek (contrastmiddel bij Röntgen)
- Aanvulling tekorten (Vit. D, insuline)
- Placebo-effect
, Eiwitten
Categorie 1: Receptoren
- receptoren (eiwitten) op de cel blokkeren of stimuleren
Receptoren: Agonist/ antagonist
- Agonist: zelfde effect als neurotransmitter
- Antagonist: tegengesteld effect door blokkade.
Voorbeeld: Bètablokker
Blokkeert de receptor waardoor signaal om hartfrequentie te verhogen, niet aankomt;
blokkade van de stimulerende werking van adrenaline.
Vraag: voor welke ziekte helpt dit?
,Farmacologie
- Kan medicatie benoemen die vaak wordt voorgeschreven, in relatie tot veel
voorkomende ziektebeelden en kent de verschillende toedieningsvormen van deze
medicatie
- Verklaart met de begrippen farmacodynamiek en farmacokinetiek de (bij) werkingen
van medicatie voor specifieke doeleinden en kan deze kennis toepassen op een
casus
- Verklaart behandelprotocollen die toegepast worden in de mondzorg en past de
betekenis daarvan toe op papieren casuïstiek
- Verklaart de relatie tussen (ongezonde) leefstijlfactoren en (chronische)
ziektebeelden en de gevolgen daarvan voor de mondgezondheid en behandeling
- Past de kennis over acute medische situaties in de mondzorgpraktijk toe in de
casuïstiek die past bij de 2e jaar patiëntenzorg
,H2 Mc Fadden, Farmacodynamiek: hoe werkt het
gnm?
Farmacokinetiek → werking van het geneesmiddel op het lichaam (wat doer het lichaam
met het geneesmiddel)
Farmacodynamiek → werking van het geneesmiddel (wat doet het geneesmiddel met het
lichaam)
Boodschapper, signaal en effect
Verschillende toepassingen van geneesmiddelen
- Curatief (causale werking; bijv. Antibiotica; bacterie gedood)
- Symptoombestrijding (oorzaak blijft, symptoom als pijn verdwijnt)
- Preventieve werking (bijv. Hepatitis B vaccinatie, anticonceptie)
- Diagnostiek (contrastmiddel bij Röntgen)
- Aanvulling tekorten (Vit. D, insuline)
- Placebo-effect
, Eiwitten
Categorie 1: Receptoren
- receptoren (eiwitten) op de cel blokkeren of stimuleren
Receptoren: Agonist/ antagonist
- Agonist: zelfde effect als neurotransmitter
- Antagonist: tegengesteld effect door blokkade.
Voorbeeld: Bètablokker
Blokkeert de receptor waardoor signaal om hartfrequentie te verhogen, niet aankomt;
blokkade van de stimulerende werking van adrenaline.
Vraag: voor welke ziekte helpt dit?