, 1 Zelfbeeld: een theoretisch kader
1.1 Een goede relatie
Een kwalitatief goede relatie tussen leerkracht en kind vormt de basis voor een gezonde ontwikkeling
van het zelfbeeld. Deze relatie wordt gekenmerkt door:
Emotionele veiligheid
Wederzijds respect
Betrokkenheid en beschikbaarheid
Consistent en voorspelbaar gedrag
1.2 Een goede relatie en zicht op het zelfbeeld
De manier waarop een kind spreekt over eigen prestaties
Reacties op succes en falen
Sociale interacties met leeftijdsgenoten
Mate van initiatief en doorzettingsvermogen
1.3 Het zelfbeeld: een begripsbepaling
Het zelfbeeld kan worden omschreven als een cognitief-affectieve representatie van het zelf,
bestaande uit meerdere dimensies:
Cognitief: overtuigingen over eigen capaciteiten
Emotioneel: gevoelens van eigenwaarde
Sociaal: percepties van sociale acceptatie
Fysiek: beleving van het eigen lichaam en uiterlijk
Deze dimensies zijn onderling verbonden en ontwikkelen zich in de loop van de tijd. Het zelfbeeld is
niet statisch, maar veranderlijk en contextafhankelijk. Schoolervaringen spelen hierin een belangrijke
rol, omdat kinderen hier geconfronteerd worden met prestaties, vergelijkingen en feedback.
1.4 Basishouding
De basishouding van de leerkracht is cruciaal in het ondersteunen van een gezond zelfbeeld. Deze
houding wordt gekenmerkt door:
Onvoorwaardelijke acceptatie van het kind
Empathisch vermogen
Echtheid en congruentie
Sensitiviteit voor individuele verschillen
Een dergelijke houding draagt bij aan een klimaat waarin kinderen zich veilig voelen om zichzelf te
zijn. Belangrijk is dat de leerkracht onderscheid maakt tussen het kind als persoon en diens gedrag.
Afkeuring van gedrag mag nooit leiden tot afwijzing van het kind als individu.