Hout
Basiscomponenten:
- Cellulose (41-41%)
- Hemicellulose (20-30%)
- Lignine (23-27%)
- Chemische opbouw is vooral C, O en H
Eigenschappen materiaal:
- Cellulair materiaal en verschilt dus per houtsoort.
- Heterogeen materiaal: kernhout binnen en spinthout buiten.
- Orthotroop materiaal: richtingen zijn loodrecht op elkaar, longitudinaal, radiaal en tangentieel.
- Hygroscopisch materiaal: reageert op vocht, dus krimpt en zwelt.
- Is licht isolerend, lage warmtecapaciteit.
- Is brandbaar, maar bewaart lang sterkte dankzij een koollaag die vormt.
Loofhout verliest zijn bladeren in de winter en heeft grote houtvaten, terwijl naaldhout groen blijft in de
winter en groeit vooral in de lengte.
Soorten hout
- Gezaagd hout: minder bewerking, bevat geen lijm, minder sterk door defecten, meer onderhevig
aan krimp en zwelling.
- Gelamineerd hout: meer bewerking, bevat meestal lijm, defecten worden uitgemiddeld, minder
onderhevig aan krimp en zwelling.
- Glulam (GLT of Glue Laminated Timber): Gestapelde verlijmde balken die in dezelfde richting
liggen. Wordt vooral als constructie element gebruikt.
- CLT: kruislaagshout, gestapelde en verlijmde balken die loodrecht op elkaar liggen. Vooral
gebruikt voor vloeren en wanden.
- LVL (Laminated Veneer Lumber): Gestapelde en verlijmde fineerlaagjes in dezelfde richting.
- Kanaalplaat: een hol plaatelement dat grotere vloeroverspanningen kan maken.
Type constructies:
- Houtskeletbouw: gebruikt een gridmethode en je kan makkelijk isolatie ertussen plaatsen.
- Paal-en-balk: veel gelamineerd hout, heeft minder materiaal nodig en kan grotere
overspanningen maken.
- Schijvenbouw: is minder open, zorgt voor betere akoestiek en wordt vooral voor wanden en
gevels gebruikt.