Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

COMPLETE SAMENVATTING MATERIEEL STRAFRECHT

Rating
-
Sold
-
Pages
157
Uploaded on
08-04-2026
Written in
2024/2025

Complete samenvatting van het vak Materieel Strafrecht. De samenvatting bevat de stof voor de onderwijsgroepen, jurisprudenties, hoorcollege-aantekeningen en de stappenplannen voor alle 8 problemen! Deze samenvatting bevat de complete inhoud die nodig is om het tentamen met een voldoende af te sluiten. P.S. met deze samenvatting heb ik een 9,2 behaald!

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Inhoudsopgave
Probleem 1 2
Probleem 2 13
Probleem 3 26
Probleem 4 36
Probleem 5 45
Probleem 6 59
Probleem 7 71
Probleem 8 82
Hoorcollege 94
Stappenplannen 147




1

,Probleem 1 leerdoelen

1. Hoe wordt het bestanddeel wederrechtelijk uitgelegd in theorie?
2. Hoe wordt het bestanddeel wederrechtelijk uitgelegd in jurisprudentie?
3. Wanneer is een gedraging wel of niet wederrechtelijk/welke uitzonderingsgebieden zijn er?

Strafbaar feit
1) Een persoonlijke (menselijke) gedraging die – krachtens het legaliteitsbeginsel – 2) een wettelijke
delictsomschrijving vervult en daarnaast, 3) behalve aan schuld te wijten, 4) ook wederrechtelijk is.

Wederrechtelijkheid (theorie)
Wederrechtelijk gedrag is gedrag dat strijdig is met normen van behoren, van maatschappelijke
betamelijkheid, van gebruik en gewoonte en dus met alle zowel geschreven als ongeschreven
verplichtingen. Wederrechtelijkheid heeft betrekking op het normoverschrijdende karakter van de
gedraging die in de delictsomschrijving is strafbaar gesteld. Wederrechtelijkheid duidt op de situatie
waarbij een feitelijke handeling die een strafbaar feit zou opleveren, in strijd is met het recht.
- Diffuus begrip: Wederrechtelijkheid is meer een algemeen normatief dan een specifiek
juridisch begrip. Het begrip brengt tot uitdrukking wat in de maatschappij als geheel wordt
afgekeurd: strijdigheid met het objectieve recht, dat zowel het geschreven als het
ongeschreven recht omvat.
- Ultimum remedium-gedachte: In beginsel worden zoveel mogelijk enkel
gedragingen met een hoog wederrechtelijkheidsgehalte door de wetgever als
strafbare feiten bestempeld. Van de wetgever moet dus worden verlangd dat
hij een rationeel strafbaarstellingsbeleid voert en eerst andere wegen moet
zoeken om wederrechtelijke gedragingen te voorkomen of tegen te gaan,
alvorens de strafrechtelijke weg in te slaan.

De wederrechtelijkheid is in ieder geval een stilzwijgend element van het strafbare
feit. Het uitgangspunt is dat bij het vervullen van de delictsomschrijving een vermoeden van
wederrechtelijkheid bestaat. In het strafrecht is het uitgangspunt dat iedere delictsomschrijving een
omschrijving is van een wederrechtelijke gedraging en dat de vervulling van de delictsomschrijving de
veronderstelling wettigt dat sprake is geweest van een wederrechtelijke gedraging (element).

Wederrechtelijkheid als wettelijk bestanddeel
De wederrechtelijkheid wordt als bestanddeel opgenomen in de delictsomschrijving indien het
strafbaar gestelde gedrag ook veelvuldig voorkomt als niet wederrechtelijk gedrag. Dat gebeurt om
voldoende onderscheid te maken tussen strafbaar en niet strafbaar gedrag.

Als bestanddeel: in uitzonderingsgevallen heeft de wetgever de wederrechtelijkheid als bestanddeel
in een delictsomschrijving ondergebracht.
 Vaak wordt daarbij voor het woord ‘wederrechtelijk’ gekozen, maar er worden ook andere termen

gebruikt, vb. ‘zonder daartoe gerechtigd te zijn’ (art. 435 Sr), ‘zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming’(art. 151a Sr), ‘zonder verlof van het bevoegd gezag’ (art. 430 Sr), ‘ontuchtige’ (art.
245 Sr), ‘binnendringen’ (art. 138 Sr), ‘opruit’ (art. 131 Sr), ‘mishandeling’ (art. 300 Sr).
De reden voor opname van de wederrechtelijkheid als bestanddeel is dat het soms nodig is in de
delictsomschrijving een term te gebruiken die kernachtig gevallen terzijde schuift, welke anders
onder de delictsomschrijving zouden vallen en waarvoor die delictsomschrijving niet bedoeld is. Het
opnemen van de wederrechtelijkheid in de delictsomschrijving beperkt dus deze delictsomschrijving.
Immers, in het algemeen geld dat hoe meer bestanddelen de delictsomschrijving bevat, hoe kleiner
de reikwijdte daarvan zal zijn. Zo baken je alleen de gedragingen af die je strafbaar wilt stellen.

2

, Vb. diefstal (art. 310 Sr), als wederrechtelijk niet opgenomen was, dan zou op afspraak een goed
wegnemen van een voorwerp bij degene die het de wegnemer cadeau heeft geven ook strafbaar zijn.
 In gevallen waarin de wederrechtelijkheid delictsbestanddeel is, zal het OM dit bestanddeel
in de tenlastelegging moeten verwerken en zal dit bestanddeel dus ook bewezen moeten
kunnen worden, wil het uiteindelijk tot een veroordeling voor het desbetreffende delict
kunnen komen.

Twee opvattingen over de betekenis van het bestanddeel wederrechtelijk
 Eng wederrechtelijkheidsbegrip:
In iedere strafbepaling welke het begrip ‘wederrechtelijk’ bevat komt dit begrip een eigen,
specifieke betekenis toe in overeenstemming met het doel en de strekking van de
desbetreffende bepaling. De betekenis wordt d.m.v. een teleologische interpretatiemethode
uit de delictsomschrijving afgeleid.
- Facetwederrechtelijkheid: Toekennen van een beperkte, enge betekenis aan het begrip
wederrechtelijkheid omdat het van het ruime scala wederrechtelijkheid in het algemeen
slechts één bepaald facet vertegenwoordigt. (Gaat in op de context van dat specifieke
wetsartikel, staat dichterbij tekst van wet)(bevat ook andere woorden wederrechtelijkheid)
- De betekenis varieert naar gelang de strekking van de bepaling waarin de
wederrechtelijkheid voorkomt. Het is die betekenis waarin de wederrechtelijkheid dan ook
steeds bewezen zal moeten worden.
 Ruim wederrechtelijkheidsbegrip: (vb. vermogensdelicten)
Dit begrip interpreteert wederrechtelijkheid als ‘strijd met het objectieve recht’. De betekenis
van wederrechtelijkheid, als bestanddeel in de delictsomschrijving, is steeds min of meer
gelijk aan de betekenis van het element van wederrechtelijkheid. Wederrechtelijkheid kan
worden bewezen, zodra kan worden vastgesteld dat de gedraging van de verdachte in strijd
is met normen van behoren, van maatschappelijke betamelijkheid en dus met het objectieve
recht. Dit als uitgangspunt nemen, betekent evenwel het bewerkstelligen van een grotere
reikwijdte van de strafbaarheid. (staat bijna gelijk aan wederrechtelijkheid als element)


Rechtspraak
De invulling van het bestanddeel wederrechtelijkheid in de rechtspraak bij verschillende soorten
delicten
A) Een ruime opvatting bij de vermogensdelicten
De ruime opvatting wordt toegepast in gevallen waarin de daders van een vermogensdelict, ook
indien zij eventueel wel degelijk over een zeker eigen recht beschikken, gebruik maken van een
methode die op zichzelf onbehoorlijk is, zodat van de gehele gang van zaken rond het feitelijk
gebeurde niet kan worden gezegd dat deze de toets van het recht en wel het recht ‘in ruimste zin van
het woord’ kan doorstaan.

De HR interpreteert het bestanddeel wederrechtelijkheid (in vermogensdelicten) ruim: het is in
oplichtingszaken min of meer vaste jurisprudentie dat het bestanddeel ‘wederrechtelijke
bevoordeling’ (waarop het oogmerk gericht moet zijn geweest) vervuld wordt geacht in gevallen
waarin de gehele gang van zaken weliswaar (hoogst) onbehoorlijk is, maar waarin niet gezegd kan
worden dat elk recht op het beoogde resultaat bij de verdachte zou ontbreken.
M.a.w.: het is de weg waarlangs dit resultaat wordt bereikt die onrechtmatig is, maar niet het
resultaat op zichzelf behoeft noodzakelijkerwijs onrechtmatig te zijn.
 Vb. Het Medemblikse schoolhoofd
Een schoolhoofd had geld dat bestemd was voor subsidie in eigen zak gestoken. Vervolgd wegens

3

, oplichting stelde hij ter zitting dat bij hem het ‘oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling’ had
ontbroken aangezien het geld een voorschot was op achterstallig salaris. HR stelde dat de verdachte,
door zich op listige en bedrieglijke wijze geld voor een bepaald doel te doen geven, zich opzettelijk
wederrechtelijk had bevoordeeld, nu hij dat geld niet voor dat doel, maar te eigen bate had
aangewend. De verdachte had wellicht recht op geld van het bestuur, maar niet op dít geld dat op
déze wijze was verkregen. (in facetwederrechtelijkheid wss niet strafbaar geweest, want oogmerk
van wederrechtelijke bevoordeling ontbrak; maar de weg naar het resultaat was hier onrechtmatig)
 Vb. Hohner muziekinstrumenten
S. beweerde dat concurrent K. een verbod had geschonden van de Hohnerfabrieken om hun
muziekinstrumenten aan particulieren te leveren en daarbij lagere dan de vastgestelde
grossierprijzen te vragen. Om dit aan de Hohnerfabrieken te kunnen aantonen, wilde S. inzicht in de
papieren van K. en heeft dit stiekem gedaan door zich als een vertegenwoordiger van K. voor te
doen. Zijn primaire doel was dus het aan de kaak stellen van K’s gedrag, niet per se bevoordeling.
Wel gaf S. toe daarbij begrepen te hebben dat hiervan het gevolg zou zijn dat K. zou worden
uitgesloten, hetgeen zijn eigen financiële positie ten goede zou komen. HR stelt dat wel sprake was
van wederrechtelijke bevoordeling (zijn concurrentiepositie verbeteren) waar hij geen recht op had.
 Vb. Dreigbrief
Er was sprake van poging tot afpersing d.m.v. dreigende brieven, waarbij de briefschrijver verklaarde
recht te hebben op het geld. De HR stelt dat de requirant moet hebben beseft dat hij de grenzen van
het maatschappelijke betamelijke met het schrijven van brieven waarin met wraakacties werd
gedreigd verre overschreed en dat verdachte bij een en ander bijgevolg heeft gehandeld met het
oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen.
 Vb. Gestolen auto
Verzekeringsmaatschappij ‘steelt’ onder het mom van ‘een proefrit maken’ een gestolen auto terug
van de garage. HR stelt dat er sprake is van wederrechtelijkheid, namelijk handelen zonder recht op
beoogde bevoordeling.

B) Andere delicten waarbij een ruime opvatting wordt toegepast
Er zijn nog andere gevallen dan van genoemde vermogensmisdrijven waarin een ruimte interpretatie
van het wettelijke wederrechtelijkheidsbegrip aan de orde is. Hierbij gaat het niet om situaties
waarin een op zichzelf bestaand (of ingeroepen) eigen vermogensrecht door een ruime betekenis
van wederrechtelijkheid wordt overvleugeld, maar waarin hooguit enig subjectief belang in het spel
is dat door de verdachte op een andere, niet strafbaar gestelde, wijze had moeten worden behartigd.

 Vb. belaging (‘stalking’, art. 285b Sr)
In het verband van deze bepaling heeft wederrechtelijkheid een eigen betekenis. De dader moet
zonder eigen subjectief recht hebben gehandeld (zoals een deurwaarder dat bijvoorbeeld doet).

C) Delicten waarbij de enge opvatting wordt gebruikt
De Hoge Raad gaat dus veelal uit van een ruime opvatting van de betekenis van het woord
‘wederrechtelijk’ binnen delictsomschrijvingen. Dit is niet bij ieder delict zo. Bij bepaalde delicten
wordt wel degelijk de opvatting van facetwederrechtelijkheid gehanteerd. Dit gebeurt bijvoorbeeld
waar de wetgever zelf met een andere term dan de term ‘wederrechtelijk’ slechts een bepaald facet
van de wederrechtelijkheid in ruime zin in de delictsomschrijving tot uitdrukking heeft gebracht.

Wederrechtelijkheid als bestanddeel en beroepen op rechtvaardigingsgronden
De heersende opvatting luidt dat in het geval de wederrechtelijkheid in de delictsomschrijving is
opgenomen dat het honoreren van een rechtvaardigingsgrond in beginsel steeds moet leiden tot
vrijspraak. De wederrechtelijkheid komt dan aan het gedrag te ontvallen, hetgeen betekent dat om

4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 8, 2026
Number of pages
157
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$19.09
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
lieswijnen

Get to know the seller

Seller avatar
lieswijnen Erasmus Universiteit Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
11 months
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions