,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Wat is Peformance Behavior?............................................................3
1.1 Relatie tussen prestatie en gedrag................................................................3
1.2 Verwerking van informatie naar gedrag........................................................4
1.3 Gedragsprofielen........................................................................................... 5
1.4 Prestaties van de organisatie........................................................................7
1.5 De prestatiekant van performance behavior.................................................9
1.6 De gedragskant van peformance behaviour................................................10
1.7 Sturing en verantwoording van gedrag en prestatie...................................12
Hoofdstuk 2: De standaard bewaken: sturen en verantwoorden..........................13
2.1 De standaard bewaken in vijf routinestappen.............................................13
2.2 Stap 1 Stel het (verbeter)doel scherp.........................................................14
2.3 Stap 2 Stel een uitvoeringsplan op met daarin alle standaarden................14
2.4 Stap 3 Voer het plan uit volgens de standaarden........................................15
2.5 Stap 4 Meet het resultaat............................................................................ 16
2.6 Stap 5 Bevestig het resultaat als het gelijk is aan het doel, of stuur bij als
het daarvan afwijkt............................................................................................ 18
2.7 Voorbeeld van de standaard bewaken: 5s...................................................19
Hoofdstuk 3: De standaard verbeteren: afwijking van de norm als continue
verbetertrigger..................................................................................................... 20
3.1 Van de standaard bewaken naar de standaard verbeteren in tien
verbeterstappen................................................................................................ 20
Hoofdstuk 4: De standaard vernieuwen: zes stappen om onderscheidend te
innoveren............................................................................................................. 23
4.1 Projecten beheersen en problemen oplossen..............................................23
4.2 De 6 stappen............................................................................................... 24
Hoofdstuk 5: Van veranderen naar continu verbeteren........................................26
5.1 Waarom organisaties doorlopend moeten veranderen................................26
5.2 Weerstand tegen verandering.....................................................................27
5.3 Veranderen in fasen.................................................................................... 28
5.4 Succesfactoren voor verandering................................................................29
5.5 Lean als referentiepunt voor continu verbeteren........................................30
5.6 Het ontwikkelen van de verbeterstrategie: van potentie naar prestatie.....31
DIT IS ONDERZOEK!.............................................................................................. 33
3.3 Is de dataverzameling betrouwbaar en valide?...........................................33
,Hoofdstuk 1: Wat is Peformance Behavior?
Gedrag is het totaal aan waarneembare en niet-waarneembare handelingen van
een persoon, een groep personen of een heel bedrijf.
Prestatie is het resultaat van alle inspanningen; daarbij gaat het om alle
gewenste, maar ook alle ongewenste resultaten. Peformance behavior
onderscheidt persoonlijke prestaties waar het de prestaties van een individu
betreft en organisatieprestaties waar het de prestaties van een groep
medewerkers binnen een bedrijf betreft.
Prestatiegedrag houdt in dat er een meetbare relaties is gelegd tussen het
resultaat en het daarvoor benodigde gedrag. Het specificeert en meet het gedrag
dat nodig is om het geformuleerde resultaat te bereiken. Als de relatie voldoet
aan een vooraf gedefinieerd resultaat of een kwaliteitsnorm, dan is het
prestatiegedrag in de termen van peformance behavior geseald of afgehecht.
1.1 Relatie tussen prestatie en gedrag
Als we binnen peformance behavior praten over gedrag dan vallen daar alle
handelingen onder die een persoon verricht. Dat ‘verrichten’ kunnen we
onderverdelen in uiterlijke handelingen (mensen kunnen deze handelingen zien)
en innerlijke handelingen (gedrag en bedenkingen die mensen niet zien).
iedereen verwerkt in zijn hoofd de informatie die hij binnenkrijgt op basis van zijn
eigen mentale representatie en maakt bewust en onbewust keuzes, die voor een
deel waarneembaar en voor een deel niet
waarneembaar zijn voor andere. Deze
informatieverwerking staat niet op zichzelf.
Ze wordt beïnvloed door collega’s,
ervaringen, leidinggevenden,
instructieborden, e-mails, internet, de
krant, televisie en andere
informatiebronnen. Het gedrag van een
persoon wordt in belangrijke mate bepaald
door wie hij is, door sociale factoren, door
hoe hij zich voelt, door culturele en
geografische factoren en tot slot door
spirituele factoren zoals geloof en
overtuigingen.
Er zijn vier basiselementen die een rol
spelen bij de totstandkoming van gedrag:
1. De fysieke actie om het gedrag te
laten plaatsvinden;
2. De emotie die iemand ervaart en uit als hij het gedrag vertoont;
3. De psychologische reactie die bij het gedrag hoort;
4. De gedachten die het gedrag vergezellen.
, De kern van de theorie in deze tekst is dat menselijk gedrag binnen een
organisatie geen willekeurig verschijnsel is, maar een optelsom van
persoonlijkheid, situatie en omgevingsfactoren. Hoewel gedrag onder normale
omstandigheden stabiel is, kan het veranderen door ingrijpende wijzigingen in de
omgeving, zoals een sterfgeval of een veranderde werksituatie. De manier
waarop iemand deze factoren interpreteert, bepaalt de uiteindelijke acties,
emoties en gedachten.
Een cruciaal onderdeel van deze theorie is de relatie tussen de analyse van
gedrag en de voorspelbaarheid van resultaten. De stelling is dat zodra men in
staat is om de factoren die gedrag veroorzaken te benoemen, dit gedrag ook
voorspeld kan worden. In een zakelijke context is dit essentieel: hoe
voorspelbaarder het gedrag van de medewerkers, hoe voorspelbaarder het
resultaat van de gehele onderneming. Hierbij wordt de prestatie van een
medewerker gedefinieerd als de som van diens inspanningen, terwijl het
bedrijfsresultaat de optelsom is van al die individuele prestaties.
Ten slotte wijst de theorie op het belang van afstemming en perceptie. Gedrag is
namelijk altijd gericht op een resultaat, maar dit resultaat kan per persoon
verschillend worden geïnterpreteerd. Wanneer een medewerker (zoals de
operator in het voorbeeld) een ander beeld heeft van het gewenste resultaat dan
de leidinggevende, ontstaat er een kloof tussen de geleverde inspanning en het
verwachte organisatiedoel. Effectief performance behaviour vereist dus niet
alleen voorspelbaar gedrag, maar ook een gedeelde visie op wat het uiteindelijke
doel precies inhoudt.
1.2 Verwerking van informatie naar gedrag
Iedereen verwerkt informatie op een andere manier, wat vaak leidt tot
verschillende verwachtingen tussen managers en medewerkers over het te
behalen resultaat. Hoe wij nieuwe informatie verwerken en omzetten in gedrag,
gebeurt grotendeels onbewust.
Ons onbewuste brein heeft een enorme verwerkingscapaciteit van ongeveer 11
miljoen bits per seconde, terwijl ons bewuste brein slechts 60 bits per seconde
aankan. Om deze enorme stroom aan informatie te ordenen, maken onze
hersenen gebruik van mentale shortcuts:
Etiketten: We plakken direct een oordeel of mening op een waarneming
(bijv. een banaan op de grond is 'vies') om snel te kunnen reageren.
Scripts: Dit zijn vaste patronen of 'draaiboeken' voor sociale interacties,
waardoor we weten hoe we ons in bepaalde situaties moeten gedragen
zonder erbij na te denken.
Schema's: Dit zijn de innerlijke landkaarten die ons vertellen hoe de wereld
werkt en hoe we acties (zoals autorijden of sporten) moeten uitvoeren.
Deze systemen beïnvloeden sterk wat we waarnemen en onthouden. We
onderscheiden hierin drie soorten situaties:
1. Consistente schema's: De situatie is precies zoals we verwachten; we
hoeven hier geen actieve aandacht aan te besteden.
Hoofdstuk 1: Wat is Peformance Behavior?............................................................3
1.1 Relatie tussen prestatie en gedrag................................................................3
1.2 Verwerking van informatie naar gedrag........................................................4
1.3 Gedragsprofielen........................................................................................... 5
1.4 Prestaties van de organisatie........................................................................7
1.5 De prestatiekant van performance behavior.................................................9
1.6 De gedragskant van peformance behaviour................................................10
1.7 Sturing en verantwoording van gedrag en prestatie...................................12
Hoofdstuk 2: De standaard bewaken: sturen en verantwoorden..........................13
2.1 De standaard bewaken in vijf routinestappen.............................................13
2.2 Stap 1 Stel het (verbeter)doel scherp.........................................................14
2.3 Stap 2 Stel een uitvoeringsplan op met daarin alle standaarden................14
2.4 Stap 3 Voer het plan uit volgens de standaarden........................................15
2.5 Stap 4 Meet het resultaat............................................................................ 16
2.6 Stap 5 Bevestig het resultaat als het gelijk is aan het doel, of stuur bij als
het daarvan afwijkt............................................................................................ 18
2.7 Voorbeeld van de standaard bewaken: 5s...................................................19
Hoofdstuk 3: De standaard verbeteren: afwijking van de norm als continue
verbetertrigger..................................................................................................... 20
3.1 Van de standaard bewaken naar de standaard verbeteren in tien
verbeterstappen................................................................................................ 20
Hoofdstuk 4: De standaard vernieuwen: zes stappen om onderscheidend te
innoveren............................................................................................................. 23
4.1 Projecten beheersen en problemen oplossen..............................................23
4.2 De 6 stappen............................................................................................... 24
Hoofdstuk 5: Van veranderen naar continu verbeteren........................................26
5.1 Waarom organisaties doorlopend moeten veranderen................................26
5.2 Weerstand tegen verandering.....................................................................27
5.3 Veranderen in fasen.................................................................................... 28
5.4 Succesfactoren voor verandering................................................................29
5.5 Lean als referentiepunt voor continu verbeteren........................................30
5.6 Het ontwikkelen van de verbeterstrategie: van potentie naar prestatie.....31
DIT IS ONDERZOEK!.............................................................................................. 33
3.3 Is de dataverzameling betrouwbaar en valide?...........................................33
,Hoofdstuk 1: Wat is Peformance Behavior?
Gedrag is het totaal aan waarneembare en niet-waarneembare handelingen van
een persoon, een groep personen of een heel bedrijf.
Prestatie is het resultaat van alle inspanningen; daarbij gaat het om alle
gewenste, maar ook alle ongewenste resultaten. Peformance behavior
onderscheidt persoonlijke prestaties waar het de prestaties van een individu
betreft en organisatieprestaties waar het de prestaties van een groep
medewerkers binnen een bedrijf betreft.
Prestatiegedrag houdt in dat er een meetbare relaties is gelegd tussen het
resultaat en het daarvoor benodigde gedrag. Het specificeert en meet het gedrag
dat nodig is om het geformuleerde resultaat te bereiken. Als de relatie voldoet
aan een vooraf gedefinieerd resultaat of een kwaliteitsnorm, dan is het
prestatiegedrag in de termen van peformance behavior geseald of afgehecht.
1.1 Relatie tussen prestatie en gedrag
Als we binnen peformance behavior praten over gedrag dan vallen daar alle
handelingen onder die een persoon verricht. Dat ‘verrichten’ kunnen we
onderverdelen in uiterlijke handelingen (mensen kunnen deze handelingen zien)
en innerlijke handelingen (gedrag en bedenkingen die mensen niet zien).
iedereen verwerkt in zijn hoofd de informatie die hij binnenkrijgt op basis van zijn
eigen mentale representatie en maakt bewust en onbewust keuzes, die voor een
deel waarneembaar en voor een deel niet
waarneembaar zijn voor andere. Deze
informatieverwerking staat niet op zichzelf.
Ze wordt beïnvloed door collega’s,
ervaringen, leidinggevenden,
instructieborden, e-mails, internet, de
krant, televisie en andere
informatiebronnen. Het gedrag van een
persoon wordt in belangrijke mate bepaald
door wie hij is, door sociale factoren, door
hoe hij zich voelt, door culturele en
geografische factoren en tot slot door
spirituele factoren zoals geloof en
overtuigingen.
Er zijn vier basiselementen die een rol
spelen bij de totstandkoming van gedrag:
1. De fysieke actie om het gedrag te
laten plaatsvinden;
2. De emotie die iemand ervaart en uit als hij het gedrag vertoont;
3. De psychologische reactie die bij het gedrag hoort;
4. De gedachten die het gedrag vergezellen.
, De kern van de theorie in deze tekst is dat menselijk gedrag binnen een
organisatie geen willekeurig verschijnsel is, maar een optelsom van
persoonlijkheid, situatie en omgevingsfactoren. Hoewel gedrag onder normale
omstandigheden stabiel is, kan het veranderen door ingrijpende wijzigingen in de
omgeving, zoals een sterfgeval of een veranderde werksituatie. De manier
waarop iemand deze factoren interpreteert, bepaalt de uiteindelijke acties,
emoties en gedachten.
Een cruciaal onderdeel van deze theorie is de relatie tussen de analyse van
gedrag en de voorspelbaarheid van resultaten. De stelling is dat zodra men in
staat is om de factoren die gedrag veroorzaken te benoemen, dit gedrag ook
voorspeld kan worden. In een zakelijke context is dit essentieel: hoe
voorspelbaarder het gedrag van de medewerkers, hoe voorspelbaarder het
resultaat van de gehele onderneming. Hierbij wordt de prestatie van een
medewerker gedefinieerd als de som van diens inspanningen, terwijl het
bedrijfsresultaat de optelsom is van al die individuele prestaties.
Ten slotte wijst de theorie op het belang van afstemming en perceptie. Gedrag is
namelijk altijd gericht op een resultaat, maar dit resultaat kan per persoon
verschillend worden geïnterpreteerd. Wanneer een medewerker (zoals de
operator in het voorbeeld) een ander beeld heeft van het gewenste resultaat dan
de leidinggevende, ontstaat er een kloof tussen de geleverde inspanning en het
verwachte organisatiedoel. Effectief performance behaviour vereist dus niet
alleen voorspelbaar gedrag, maar ook een gedeelde visie op wat het uiteindelijke
doel precies inhoudt.
1.2 Verwerking van informatie naar gedrag
Iedereen verwerkt informatie op een andere manier, wat vaak leidt tot
verschillende verwachtingen tussen managers en medewerkers over het te
behalen resultaat. Hoe wij nieuwe informatie verwerken en omzetten in gedrag,
gebeurt grotendeels onbewust.
Ons onbewuste brein heeft een enorme verwerkingscapaciteit van ongeveer 11
miljoen bits per seconde, terwijl ons bewuste brein slechts 60 bits per seconde
aankan. Om deze enorme stroom aan informatie te ordenen, maken onze
hersenen gebruik van mentale shortcuts:
Etiketten: We plakken direct een oordeel of mening op een waarneming
(bijv. een banaan op de grond is 'vies') om snel te kunnen reageren.
Scripts: Dit zijn vaste patronen of 'draaiboeken' voor sociale interacties,
waardoor we weten hoe we ons in bepaalde situaties moeten gedragen
zonder erbij na te denken.
Schema's: Dit zijn de innerlijke landkaarten die ons vertellen hoe de wereld
werkt en hoe we acties (zoals autorijden of sporten) moeten uitvoeren.
Deze systemen beïnvloeden sterk wat we waarnemen en onthouden. We
onderscheiden hierin drie soorten situaties:
1. Consistente schema's: De situatie is precies zoals we verwachten; we
hoeven hier geen actieve aandacht aan te besteden.