Definitie Te snel werkende schildklier waardoor er te veel
schildklierhormoon wordt aangemaakt en afgegeven aan het
bloed.
Cijfers 1-4 op de 1000 zwangere heeft hyperthyreoïdie en bij 90% is
dit op basis van een auto-immuunziekte
70-80% van de patiënten met hyperthyreoïdie heeft ziekte
van Graves
Risicogroepen
Vrouwen met ziekte van Graves in het heden of verleden
Familieanamnese voor schildklierziekten
Andere auto-immuunziekten
Recente partus (< 1 jaar)
Medicatie die schildklier kan beïnvloeden (jodium bevattende
contrastmiddelen, lithium of amiodaron)
Postpartumthyreoïditis in voorgeschiedenis
Behandeling hyperthyreoïdie met radio actief jodium
Radiotherapie van hoofd-hals gebied
Syndroom van Down
Symptomen
Gewichtsverlies ondanks normale eetlust
Diarree
Hartkloppingen
Tremors
Nervositeit
Oftalmopathie (oogziekte van Graves)
Emotionele labiliteit
Warmte intolerantie
Moeheid
Misselijkheid
Struma
Proximale spierzwakte
Diagnostiek
+ afkapwaarden TSH, FT4 en TSH-receptor antistoffen bepaald te worden via
lab.
TSH: 0,4-4,0 mlU/L
Totaal T3: 1,2-3,4 nmol/L
Vrij T3: 3-8 pmol/L
Totaal T4: 64-154 nmol/L
Vrij T4: 9-24 pmol/L
Primaire oorzaak in de schildklier = verlaagd TSH en
verhoogd fT4
Centrale oorzaak (niet primair in de schildklier) = TSH niet
verlaagd maar wel verhoogd fT4.
, Medicatie 1e trimester: PTU (Propylthiouracil).
Vanaf 2e trimester: strumazol /carbimazol of PTU. PTU
heeft een klein risico op levertoxiciteit bij moeder.
Welke medicatie niet? Kaliumjodide, thiamazol
Preconceptie Behandeling van de hyperthyreoïdie doormiddel medicatie,
operatie of radioactief jodium.
Bij behandeling met Radioactief jodium is het advies om
minimaal 6 maanden te wachten met zwanger worden.
Prenataal Risico’s moeder: Risico’s kind:
Pre eclampsie, - foetale groeirestrictie
Vroeggeboorte - laag geboortegewicht
Klachten (zie symptomen) - foetale thyreotoxicose
Behandeling: Elke 4-6 weken TSH, FT4 en TSH-receptor
antistoffen (TSI en TBII) laten prikken.
Medicatie slikken in een lage dosering. (PTU (1ste
trimester) of strumazol (2e trimester))
Partus Normale vaginale partus.
TSH receptor antistoffen + medicatie = ziekenhuis onder
begeleiding arts
à Positieve TSH-receptor antistoffen à
navelstrengbloedfagenomen afnemen ter bepaling van de
schildklierfunctie van het kind.
TSH receptor antistoffen <5 U/L en geen medicatie = met
eigen verloskundige bevallen in de eerste lijn.
Post partum Na 6 weken lab prikken om TSH FT3 en FT4 te
bepalen.
Medicatie laten her beoordelen en eventueel terug naar de
medicatie en hoeveelheid die voor de zwangerschap werd
geslikt.
Borstvoeding Ja borstvoeding mag gewoon gegeven worden, ook met de
volgende medicatie. PTU (<300 mg per dag), thiamazol
30mg/dag, carbimazol 20mg/dag. Kaliumjodide mag niet
tijdens borstvoeding.
Doorverwijzen Meestal à Ja, bij TSH-receptor antistoffen en/of medicatie
doorverwijzen naar de tweede lijn (internist en gynaecoloog)
schildklierhormoon wordt aangemaakt en afgegeven aan het
bloed.
Cijfers 1-4 op de 1000 zwangere heeft hyperthyreoïdie en bij 90% is
dit op basis van een auto-immuunziekte
70-80% van de patiënten met hyperthyreoïdie heeft ziekte
van Graves
Risicogroepen
Vrouwen met ziekte van Graves in het heden of verleden
Familieanamnese voor schildklierziekten
Andere auto-immuunziekten
Recente partus (< 1 jaar)
Medicatie die schildklier kan beïnvloeden (jodium bevattende
contrastmiddelen, lithium of amiodaron)
Postpartumthyreoïditis in voorgeschiedenis
Behandeling hyperthyreoïdie met radio actief jodium
Radiotherapie van hoofd-hals gebied
Syndroom van Down
Symptomen
Gewichtsverlies ondanks normale eetlust
Diarree
Hartkloppingen
Tremors
Nervositeit
Oftalmopathie (oogziekte van Graves)
Emotionele labiliteit
Warmte intolerantie
Moeheid
Misselijkheid
Struma
Proximale spierzwakte
Diagnostiek
+ afkapwaarden TSH, FT4 en TSH-receptor antistoffen bepaald te worden via
lab.
TSH: 0,4-4,0 mlU/L
Totaal T3: 1,2-3,4 nmol/L
Vrij T3: 3-8 pmol/L
Totaal T4: 64-154 nmol/L
Vrij T4: 9-24 pmol/L
Primaire oorzaak in de schildklier = verlaagd TSH en
verhoogd fT4
Centrale oorzaak (niet primair in de schildklier) = TSH niet
verlaagd maar wel verhoogd fT4.
, Medicatie 1e trimester: PTU (Propylthiouracil).
Vanaf 2e trimester: strumazol /carbimazol of PTU. PTU
heeft een klein risico op levertoxiciteit bij moeder.
Welke medicatie niet? Kaliumjodide, thiamazol
Preconceptie Behandeling van de hyperthyreoïdie doormiddel medicatie,
operatie of radioactief jodium.
Bij behandeling met Radioactief jodium is het advies om
minimaal 6 maanden te wachten met zwanger worden.
Prenataal Risico’s moeder: Risico’s kind:
Pre eclampsie, - foetale groeirestrictie
Vroeggeboorte - laag geboortegewicht
Klachten (zie symptomen) - foetale thyreotoxicose
Behandeling: Elke 4-6 weken TSH, FT4 en TSH-receptor
antistoffen (TSI en TBII) laten prikken.
Medicatie slikken in een lage dosering. (PTU (1ste
trimester) of strumazol (2e trimester))
Partus Normale vaginale partus.
TSH receptor antistoffen + medicatie = ziekenhuis onder
begeleiding arts
à Positieve TSH-receptor antistoffen à
navelstrengbloedfagenomen afnemen ter bepaling van de
schildklierfunctie van het kind.
TSH receptor antistoffen <5 U/L en geen medicatie = met
eigen verloskundige bevallen in de eerste lijn.
Post partum Na 6 weken lab prikken om TSH FT3 en FT4 te
bepalen.
Medicatie laten her beoordelen en eventueel terug naar de
medicatie en hoeveelheid die voor de zwangerschap werd
geslikt.
Borstvoeding Ja borstvoeding mag gewoon gegeven worden, ook met de
volgende medicatie. PTU (<300 mg per dag), thiamazol
30mg/dag, carbimazol 20mg/dag. Kaliumjodide mag niet
tijdens borstvoeding.
Doorverwijzen Meestal à Ja, bij TSH-receptor antistoffen en/of medicatie
doorverwijzen naar de tweede lijn (internist en gynaecoloog)