1. Inleiding deel I: Wat is levensbeschouwing?..........................................................................3
2. Levensbeschouwing op de basisschool..................................................................................4
3. Wat is levensbeschouwelijk leren?.........................................................................................4
4. Verhalen vertellen en vragen stellen in de praktijk................................................................5
5. Professioneel omgaan met levensbeschouwelijke diversiteit................................................6
6. Islam en dialoog in de klas.....................................................................................................8
7. Verhalen en vragen als focus van vieren................................................................................9
DEEL II – Verhalen en vragen voor levensbeschouwelijk leren................................................10
8. Eerste vraag: Hoe kom ik tot een oordeel?..........................................................................10
9. Tweede vraag: Wat kom ik hier doen?.................................................................................11
10. Derde vraag: Wie ligt mij na aan het hart?........................................................................12
11. Vierde vraag: Hoe kan ik goed (samen)leven?...................................................................12
12. Vijfde vraag: Is er meer tussen hemel en aarde?...............................................................13
13. Zesde vraag: Waar is alles (om) begonnen?.......................................................................14
14. Zevende vraag: Hoe kan ik omgaan met verlies?...............................................................15
15. Achtste vraag: Wat is (er na) de dood?..............................................................................15
16. Negende vraag: Waar vind ik inspiratie?............................................................................16
DEEL III – Betekenisvol burgerschap (visie en aanpak)............................................................17
17. Visie op betekenisvol burgerschap.....................................................................................17
18. Betekenisvol burgerschap in het onderwijs.......................................................................18
DEEL IV – Vaardigheden, verhalen en vragen voor betekenisvol burgerschap........................18
19. Kernthema 1: Wijs in de wereld.........................................................................................18
20. Kernthema 2: Democratie..................................................................................................19
21. Kernthema 3: Diversiteit.....................................................................................................19
22. Kernthema 4: Wij in de wereld...........................................................................................19
, Voordeel van deze samenvatting is dat hij erg praktisch is met direct toepasbare
handelingen in de klas. Het boek heeft de neiging om wollig te zijn, dat heb ik er uitgehaald.
DEEL I – Vakdidactiek levensbeschouwelijk leren
1. Inleiding deel I: Wat is levensbeschouwing?
1.1 Leerkracht met hart en ziel
De rol van de leerkracht is cruciaal binnen levensbeschouwelijk leren. Niet alleen de kennis
en vaardigheden van de leerkracht zijn van belang, maar vooral ook diens houding en
betrokkenheid. Een leerkracht met hart en ziel:
toont oprechte interesse in de leefwereld van leerlingen
durft eigen vragen en twijfels te erkennen
creëert een veilige sfeer waarin leerlingen zich durven uitspreken
handelt vanuit respect voor diversiteit
De persoonlijke levensbeschouwing van de leerkracht speelt hierbij een rol, maar mag nooit
normatief of dwingend zijn. Het gaat om authentiek en open aanwezig zijn, zonder de ruimte
van de leerling te beperken.
1.2 Wat is levensbeschouwing?
Levensbeschouwing kan worden opgevat als een samenhangend geheel van opvattingen,
waarden en overtuigingen waarmee mensen hun bestaan interpreteren. Dit omvat zowel
religieuze als niet-religieuze perspectieven.
Kenmerkend voor levensbeschouwing zijn:
zingeving: het zoeken naar betekenis en richting
normativiteit: ideeën over goed en kwaad
verbondenheid: relaties met anderen en de wereld
transcendentie: het overstijgen van het alledaagse
Levensbeschouwing is dynamisch en ontwikkelt zich gedurende het leven. Bij kinderen
gebeurt dit in interactie met hun omgeving, ervaringen en onderwijs.
1.3 Uitgangspunten van de didactiek van levensbeschouwelijk leren
De didactiek van levensbeschouwelijk leren kent een aantal belangrijke uitgangspunten:
Ervaringsgerichtheid: aansluiten bij de leefwereld en ervaringen van leerlingen
Dialogisch leren: leren door gesprek, uitwisseling en ontmoeting
Meervoudig perspectief: ruimte bieden aan verschillende levensbeschouwingen
Reflectie: stimuleren van nadenken over eigen opvattingen
Openheid: geen gesloten antwoorden, maar ruimte voor vragen