Casus 1
AFPF:
Inleiding tot de anatomie & de bouw van het lichaam
Richtingsaanduidingen in de anatomie
Anterior (ventraal) – voorzijde van het lichaam
Posterior (dorsaal) – achterzijde
Superior (craniaal) – richting het hoofd
Inferior (caudaal) – richting de voeten
Mediaal – naar de middellijn toe
Lateraal – van de middellijn af
Proximaal – dichter bij de romp (voor ledematen)
Distaal – verder van de romp
Sinister – links
Dexter – rechts
Belangrijke beenderen
Skeletdelen:
o Schedel: cranium
o Borstkas: sternum, costae, clavicula, scapula
o Armen: humerus, radius, ulna, ossa carpi, metacarpales,
phalanges
o Bekken & benen: pelvis, femur, patella, tibia, fibula, ossa tarsi,
metatarsales, phalanges
o Wervelkolom: 7 cervicale, 12 thoracale, 5 lumbale wervels,
sacrum, coccyx, disci intervertebrales
Lichaamsholten
Craniale holte – bevat de hersenen
Thoracale holte – bevat hart, longen, grote bloedvaten
Abdominale holte – bevat maag, lever, darmen
Pelvische holte – bevat blaas, voortplantingsorganen
, Inwendig milieu en homeostase & lichaamsvloeistoffen
Begrippen ‘milieu intérieur’ en ‘homeostase’
Milieu intérieur: het stabiele interne milieu van het lichaam
(Claude Bernard).
Homeostase: het dynamisch evenwicht waarbij het interne milieu
constant wordt gehouden ondanks externe veranderingen (bv.
temperatuur, pH, bloedsuiker).
Negatieve vs. positieve feedback
Negatieve feedback:
o Werkt stabiliserend.
o Een verandering wordt tegengegaan.
o Voorbeeld: stijging lichaamstemperatuur → zweten →
afkoeling.
Positieve feedback:
o Versterkt de oorspronkelijke verandering.
o Komt minder vaak voor.
o Voorbeeld: weeën bij bevalling (oxytocine stimuleert
contracties).
Osmose vs. diffusie
Diffusie: passieve verplaatsing van moleculen van hoge naar lage
concentratie.
Osmose: diffusie van water door een semi-permeabel membraan,
van lage naar hoge concentratie opgeloste stoffen.
Toepassing in het lichaam:
o Gasuitwisseling in longen (diffusie van O₂ en CO₂).
o Waterverplaatsing tussen bloed en weefselvloeistof (osmose).
Intra- en extracellulaire vloeistof
Intracellulaire vloeistof (ICV): vloeistof in de cellen (~2/3 van het
lichaamswater).
Extracellulaire vloeistof (ECV): vloeistof buiten de cellen (~1/3),
waaronder:
AFPF:
Inleiding tot de anatomie & de bouw van het lichaam
Richtingsaanduidingen in de anatomie
Anterior (ventraal) – voorzijde van het lichaam
Posterior (dorsaal) – achterzijde
Superior (craniaal) – richting het hoofd
Inferior (caudaal) – richting de voeten
Mediaal – naar de middellijn toe
Lateraal – van de middellijn af
Proximaal – dichter bij de romp (voor ledematen)
Distaal – verder van de romp
Sinister – links
Dexter – rechts
Belangrijke beenderen
Skeletdelen:
o Schedel: cranium
o Borstkas: sternum, costae, clavicula, scapula
o Armen: humerus, radius, ulna, ossa carpi, metacarpales,
phalanges
o Bekken & benen: pelvis, femur, patella, tibia, fibula, ossa tarsi,
metatarsales, phalanges
o Wervelkolom: 7 cervicale, 12 thoracale, 5 lumbale wervels,
sacrum, coccyx, disci intervertebrales
Lichaamsholten
Craniale holte – bevat de hersenen
Thoracale holte – bevat hart, longen, grote bloedvaten
Abdominale holte – bevat maag, lever, darmen
Pelvische holte – bevat blaas, voortplantingsorganen
, Inwendig milieu en homeostase & lichaamsvloeistoffen
Begrippen ‘milieu intérieur’ en ‘homeostase’
Milieu intérieur: het stabiele interne milieu van het lichaam
(Claude Bernard).
Homeostase: het dynamisch evenwicht waarbij het interne milieu
constant wordt gehouden ondanks externe veranderingen (bv.
temperatuur, pH, bloedsuiker).
Negatieve vs. positieve feedback
Negatieve feedback:
o Werkt stabiliserend.
o Een verandering wordt tegengegaan.
o Voorbeeld: stijging lichaamstemperatuur → zweten →
afkoeling.
Positieve feedback:
o Versterkt de oorspronkelijke verandering.
o Komt minder vaak voor.
o Voorbeeld: weeën bij bevalling (oxytocine stimuleert
contracties).
Osmose vs. diffusie
Diffusie: passieve verplaatsing van moleculen van hoge naar lage
concentratie.
Osmose: diffusie van water door een semi-permeabel membraan,
van lage naar hoge concentratie opgeloste stoffen.
Toepassing in het lichaam:
o Gasuitwisseling in longen (diffusie van O₂ en CO₂).
o Waterverplaatsing tussen bloed en weefselvloeistof (osmose).
Intra- en extracellulaire vloeistof
Intracellulaire vloeistof (ICV): vloeistof in de cellen (~2/3 van het
lichaamswater).
Extracellulaire vloeistof (ECV): vloeistof buiten de cellen (~1/3),
waaronder: