HAVO BIOLOGIE SAMENVATTING
1. CELBIOLOGIE
Verschil tussen cellen
Er zijn twee soorten cellen:
Prokaryoten (bacteriën)
o Geen celkern → DNA ligt los in cytoplasma
o Klein en simpel
Eukaryoten (planten, dieren, schimmels)
o Wel celkern
o Groter en complexer
Examenvraag: “Noem 2 verschillen tussen prokaryote en eukaryote
cellen”
Onderdelen van een cel (heel belangrijk!)
Celmembraan
Dun vlies om de cel
Selectief permeabel → laat sommige stoffen door
Bestaat uit fosfolipiden + eiwitten
Belangrijk: actief vs passief transport
Cytoplasma
Vloeistof in de cel
Hier gebeuren veel chemische reacties
Celkern
Bevat DNA
Regelt alles in de cel
, Mitochondriën
“Energiecentrales”
Hier gebeurt verbranding → ATP
Ribosomen
Maken eiwitten
Alleen bij planten:
Bladgroenkorrels (chloroplasten) → fotosynthese
Vacuole → opslag + stevigheid
Celwand → stevigheid (cellulose)
Transport door membranen
Diffusie
Van hoge → lage concentratie
Kost geen energie
Osmose
Waterverplaatsing via membraan
Naar plek met hogere concentratie opgeloste stoffen
Examenvraag: “Wat gebeurt er met een cel in zout water?”
→ Cel krimpt (water gaat eruit)
Actief transport
Tegen concentratie in
Kost energie (ATP)
2. STOFWISSELING
Fotosynthese (altijd kennen!)
1. CELBIOLOGIE
Verschil tussen cellen
Er zijn twee soorten cellen:
Prokaryoten (bacteriën)
o Geen celkern → DNA ligt los in cytoplasma
o Klein en simpel
Eukaryoten (planten, dieren, schimmels)
o Wel celkern
o Groter en complexer
Examenvraag: “Noem 2 verschillen tussen prokaryote en eukaryote
cellen”
Onderdelen van een cel (heel belangrijk!)
Celmembraan
Dun vlies om de cel
Selectief permeabel → laat sommige stoffen door
Bestaat uit fosfolipiden + eiwitten
Belangrijk: actief vs passief transport
Cytoplasma
Vloeistof in de cel
Hier gebeuren veel chemische reacties
Celkern
Bevat DNA
Regelt alles in de cel
, Mitochondriën
“Energiecentrales”
Hier gebeurt verbranding → ATP
Ribosomen
Maken eiwitten
Alleen bij planten:
Bladgroenkorrels (chloroplasten) → fotosynthese
Vacuole → opslag + stevigheid
Celwand → stevigheid (cellulose)
Transport door membranen
Diffusie
Van hoge → lage concentratie
Kost geen energie
Osmose
Waterverplaatsing via membraan
Naar plek met hogere concentratie opgeloste stoffen
Examenvraag: “Wat gebeurt er met een cel in zout water?”
→ Cel krimpt (water gaat eruit)
Actief transport
Tegen concentratie in
Kost energie (ATP)
2. STOFWISSELING
Fotosynthese (altijd kennen!)