Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Uitgebreide samenvatting aansprakelijkheidsrecht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
77
Geüpload op
09-04-2026
Geschreven in
2025/2026

De samenvatting bevat tevens de relevante jurisprudentie en een uitwerking van oefencasussen. Met deze samenvatting heb ik een 8,1 behaald voor het tentamen.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Leereenheid 1

1
Aansprakelijkheidsrecht = verbintenissen uit de wet en schadevergoedingen.

Bronnen waaruit verbintenissen kunnen voortvloeien:
- Overeenkomst = een partij verbindt zich moedwillig door een rechtshandeling
- De wet = de wet verbindt een verbintenis aan bepaald handelen, ongeacht of partijen dit hebben
beoogd.

2
Verbintenis = een rechtsplicht waarmee een subjectief vermogensrecht correspondeert. Op wie door
onrechtmatig handelen schade veroorzaakt, rust volgens art 6:162 BW een verbintenis om de schade te
vergoeden = de passieve zijde van de verbintenis.
Degene die door de onrechtmatige daad is benadeeld, heeft een aanspraak = het recht op een
schadevergoeding = de actieve zijde van de verbintenis. Dat subjectieve recht is een goed (art 3:1 BW) en een
vermogensrecht (art 3:6 BW).

Rechtsplicht = men is een ander verplicht zich te onthouden van het toebrengen van schade door onrechtmatig
handelen = kale rechtsplichten omdat er – zolang er geen schade is veroorzaakt – geen vermogensrecht
tegenover staat.

Van rechtsplichten kan in beginsel nakoming worden gevorderd, art 3:296 BW.

Nakoming van een kale rechtsplicht vorderen = om schade te voorkomen.
Nakoming van verbintenissen uit de wet is, behalve in art 2:296 BW, ook geregeld in art 6:27 BW.

Soms rust op iemand een verplichting waarvan geen nakoming kan worden gevorderd, maar waarvan niet-
naleving andere gevolgen heeft. Bijvoorbeeld: verplichting tot beperking van de schade, anders treft hem eigen
schuld, art 6:101 BW.

3
Verbintenissen uit de wet zijn geregeld in art 6:74 e.v. en art 6:162 e.v. BW. De algemene bepalingen zijn van
toepassing (art 6:1 – 6:161 BW). Verbintenissen uit de wet strekken tot schadevergoeding, art 6:95 e.v. BW.
Verbintenissen uit onverschuldigde betaling strekken tot ongedaanmaking.

4
Overeenkomsten kunnen op verschillende wijzen een bron vormen van verbintenissen:
1: de overeenkomst kan zelf een verbintenis in het leven roepen = primaire verplichtingen.
2: niet-nakoming van een primaire verplichting verplicht onder omstandigheden tot schadevergoeding, art 6:74
BW.

Als iemand tekortschiet in de nakoming van een verbintenis uit overeenkomst, kan dat aangemerkt worden als
onrechtmatige daad. Art 6:74 BW voorziet in een afzonderlijke regeling van de gevolgen van niet nakoming van
verbintenissen.

Als er meer rechtsregels tegelijkertijd toepasbaar zijn op eenzelfde gebeurtenis, spreekt men van samenloop.
Uitgangspunt = dat toepasselijke rechtsgronden cumulatief van toepassing zijn en dat, indien ze tot
verschillende rechtsgevolgen leiden, de eiser zelf een keuze mag maken. Maar dit lijdt slechts tot een
uitzondering indien de wet dat voorschrijft.

,Nu de wet voor verschillende grondslagen (art 6:74, 6:162, 6:169 BW) eenzelfde schadevergoedingsregeling
kent, maakt het meestal niet uit op welke grondslag de aansprakelijkheid wordt gebaseerd. Er kan wel verschil
zijn met betrekking tot de omgang van de aansprakelijkheid, omdat in art 6:95 BW soms naar de aard van de
aansprakelijkheid wordt onderscheiden.

Tot slot zij men erop bedacht dat op grond van een onrechtmatige daad een verbintenis tot schadevergoeding
ontstaat, art 6:162 BW, en dat de niet-nakoming van díe verbintenis ook wordt beheerst door de regeling inzake
tekortschieten in de nakoming van verbintenissen (art 6:74 BW).
Degene die nalaat een verbintenis tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad na te komen is tevens
aansprakelijk voor de schade die wordt geleden door de niet-nakoming.

5
Als verbintenissen ontstaan door een rechtshandeling, dan wordt het bestaan ervan gerechtvaardigd doordat
partijen dat rechtgevolg hebben gewild, art 3:33 BW.
In gevallen waarin verbintenissen niet door een rechtshandeling, maar rechtstreeks uit de wet ontstaan, vraat
dit om een eigensoortige rechtvaardiging, bijvoorbeeld onrechtmatige daad: de rechtvaardiging = de
verplichting om een ander niet onrechtmatig te behandelen, anders treft hem een verwijt (schuld) en dient hij
de schade te vergoeden.

6
Het vertrekpunt van buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht = ieder draagt zijn eigen schade. Men kan zich
tegen dergelijke risico’s soms indekken door verzekeringen af te sluiten, zoals een zorgverzekering. Maar het
aansprakelijkheidsrecht biedt belangrijke uitzonderingen: wanneer iemand anders verantwoordelijk kan
worden gehouden, kan die schade op hem worden afgewenteld.
Hij zal eerst de grondslag voor afwenteling moeten kiezen en moeten stellen of bewijzen dat aan de gestelde
vereisten voor aansprakelijkheid is voldaan.
Vervolgens moet hij bewijzen dat de schade het gevolg is van de gebeurtenis én hoe groot de schade is, art
6:95 BW.

7
Aansprakelijkheid:
- Uit contract = wegens tekortschieten in de contractuele verplichtingen (art 6:74 e.v. BW)
- Uit de wet = aanspraken uit onrechtmatige daad (art 6:162 BW) en kwalitatieve aansprakelijkheden (art
6:169 BW).
Die aanspraken kunnen strekken tot schadevergoeding, maar ook tot nakoming (art 3:296 BW).

Het aansprakelijkheidsrecht heeft tot doel de aanspraken vast te stellen en (met behulp van
rechtsvorderingen) te handhaven. Rechtsvorderingen tot nakoming van kale rechtsplichten (art 3:296 BW) en
schadevergoeding (art 6:95 BW).

Aansprakelijkheid is ook gebaseerd op gedrag (doen of nalaten) of een toestand die het resultaat is van
bepaald gedrag (kwalitatieve aansprakelijkheden). Het kan ook gezien worden als gedragsrecht: wat mag wel
en niet en wat zijn de gevolgen.

9
Een benadeelde kan zichzelf tegen bepaalde schade verzekeren (= firstpartyverzekeringen). Er geldt een
verzekeringsovereenkomst tussen de verzekeraar en de verzekerde (art 7:925 BW). De verplichting tot
schadevergoeding berust rechtstreeks op de overeenkomst en er is geen wettelijke verplichting tot
schadevergoeding in de zin van art 6:95 BW.

Men kan zich ook verzekeren tegen de financiële gevolgen van aansprakelijkheid (= thirdpartyverzekeringen) =
de financiële gevolgen van het feit dat men door een derde aansprakelijk wordt gesteld worden gedekt. Doel =

,vermogen van de aansprakelijke partij wordt beschermd, maar ook de benadeelde partij wordt beschermd
tegen financieel onvermogen van de aansprakelijke.
Art 7:954 BW: de benadeelde krijgt direct van de verzekeraar uitbetaald.

Voor bijvoorbeeld motorrijtuigen geldt een verplichte verzekering, art 6 WAM. Meerwaarde = dat de verzekeraar
bepaalde verweermiddelen die hij jegens de verzekerde heeft, niet tegen het slachtoffer kan inroepen.

Regresrecht = het recht om gemaakte kosten terug te vorderen van een derde partij die aansprakelijk is voor de
schade. Wordt vaak toegepast door zorgverzekeraars om medische kosten te verhalen op aansprakelijke
derden.

De combinatie van aansprakelijkheidsverzekeringen en firstpartyverzekeringen, die na uitkering veelal leiden
tot het ontstaan van regresrecht t.b.v. de verzekeraar/uitkeringsinstantie, leidt in zekere zin tot een ‘tweede
laag’ van aansprakelijkheidsrecht:
Niet alleen de benadeelde partij van de onrechtmatige daad heeft een aanspraak. Uit art 6:162 BW jegens de
aansprakelijke die deze kan afwenden op zijn verzekeraar, maar ook bijvoorbeeld de zorgverzekeraar van de
benadeelde heeft voor een bedrag van de door hem gedane uitkering door subrogatie (art 7:962 BW) een
verhaalsrecht op de aansprakelijke en diens verzekeraar.
Om dit regrescircus (rondpompen van geld onder verzekeraars) te beperken, heeft de wetgever met art 6:197
BW getracht het regres te beperken.

Subrogatie = de juridische overgang van een vordering op een derde, waarbij een nieuwe schuldeiser in de
plaats van de oorspronkelijke treedt en diens rechten en plichten overneemt.

10
De wetgever en rechter moeten het aansprakelijkheidsrecht bij de tijd houden. Aansprakelijkheid moet worden
beoordeeld aan de hand van de maatstaven die golden op het moment van handelen of nalaten.

Dat is problematisch omdat het vaak moeilijk is om destijds geldende normen te achterhalen, in het bijzonder
bij ongeschreven normen.
Het is ook moeilijk om vast te stellen wanneer een risico voldoende werd onderkend om het nalaten om
maatregelen te nemen als onrechtmatig aan te merken, bijvoorbeeld vroeger bij asbest.
De vraag is dan: welke maatregelen van gebruikers of producenten vanaf welk moment mochten worden
verwacht. De gezichtspunten zijn dan:
- Aard van de risico’s;
- Ernst van de risico’s;
- Mate van zekerheid dat zij zich zullen verwezenlijken; en
- De maatschappelijke waardering van de risicovolle activiteit.

11
Het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht is in de afgelopen decennia in toenemende mate beïnvloed door
Europese regelgeving en rechtspraak:
1. Regelgeving die aansprakelijkheidsrechtelijke regels uniformeert
2. Regels van Europese origine die nationaalrechtelijke open normen inkleuren.
Verschillende bepalingen zijn mede in Brussel tot stand gekomen, maar ze zijn ook voorbehouden aan het Hof
van Justitie voor de EU. De uitspraken van het HvJ EU zijn van betekenis voor het nationale Nederlandse recht
op dit gebied.

Bepalingen van EU-recht en horizontaal werkende bepalingen uit mensenrechtenverdragen zijn ook ‘wettelijke
plichten’ in de zin van art 6:162 BW. Ze kunnen ook een afwegingskader bieden voor vaststelling van wat
volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (art 6:162 BW) = constitutionalisering van
het privaatrecht.

, De Nederlandse rechter is niet alleen gebonden aan het EVRM, maar ook aan het Handvest.

12
Nederland is een van de weinige landen die een dergelijke vorm van aansprakelijkheid kennen. Het vindt zijn
oorsprong in het Romeinse en oudvaderlandse recht, het Franse het en het Duitse recht.

Voor het aansprakelijkheidsrecht zijn in het bijzonder van belang: de Principles of European Tort Law en de
Draft Common Frame of References, bijvoorbeeld bij smartengeld voor nabestaanden.

Leereenheid 2

14
De grondslag van de schadevergoedingsverplichting van art 6:162 BW is de toerekenbare onrechtmatige
gedraging van een persoon. Dat wil zeggen: een doen of nalaten van gedaagde dat rechtens achterwege had
behoren te blijven.

Art 6:162 BW maakt een onderscheid tussen:
1. Kwalificatie van het gedrag van de dader dat als onrechtmatig moet kunnen worden aangemerkt.
2. De voorwaarden voor de toerekening van dit onrechtmatige gedrag aan de dader.
Onrechtmatigheid = het gedrag
Toerekening (schuld) = de dader.

15
Gronden voor onrechtmatige gedraging:
1. Inbreuk op een recht (bijv. het octrooirecht)
2. Doen/nalaten in strijd met een wettelijke plicht (bijv. verkeersregels negeren en iemand aanrijden)
3. Doen/nalaten in strijd met ongeschreven recht en wat in het maatschappelijke verkeer betaamt /
ongeschreven zorgvuldigheidsnorm (bijv. het Kelderluikarrest).
Voorwaarde voor de laatste grond: het moet wel een de dader kunnen worden toegerekend.

16
Toerekening aan de dader:
1. Schuld = verwijtbaar (lichtste graad van schuld volstaat)
2. Oorzaak welke krachtens de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van de dader komt.
Schuld is dan niet noodzakelijk.

17
Rechtspersonen kunnen ook onrechtmatig handelen en daarvoor krachtens art 6:162 BW aansprakelijk zijn.
2 mogelijke gronden waarop een rechtspersoon aansprakelijk kan worden gesteld:
1. Als door een formeel bevoegd orgaan (bijv de directeur) van de rechtspersoon onrechtmatig wordt
gehandeld.
2. Als de gedragingen van een niet-formeel bevoegde persoon toch aan de rechtspersoon worden
toegerekend omdat zij in het maatschappelijke verkeer als gedragingen van die rechtspersoon hebben
te gelden (wethouder à Knabbel en Babbel arrest) = vereenzelvigingstheorie.

Een rechtspersoon kan ook aansprakelijk zijn voor het gedrag van natuurlijke personen, art 6:170 BW.
Bijvoorbeeld als werkgever voor fouten van de werknemers. Als de rechtspersoon aansprakelijk is, kan óók de
natuurlijke persoon aansprakelijk zijn. Werkgever: art 6:170 BW. Werknemer: art 6:162 BW.

18
Een rechtvaardigingsgrond heeft tot gevolg dat een handeling niet meer onrechtmatig is:
- Overmacht (als noodtoestand)

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
9 april 2026
Aantal pagina's
77
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$25.10
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
ou123

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
ou123 Open Universiteit
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
1 maand
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen