Inhoudsopgave
De rechtspersoon als strafrechtelijk rechtssubject...........................................2
Het begrip rechtspersoon...............................................................................3
Daderschap van de rechtspersoon..................................................................4
Opzet en schuld van de rechtspersoon............................................................6
Functioneel daderschap.................................................................................7
Feitelijk leidinggeven.....................................................................................9
Opdracht geven........................................................................................... 12
Vervolgbaarheid van de rechtspersoon, ontbinding, voortzetting en
maatschappelijke realiteit............................................................................13
Strafrechtelijke immuniteit van overheden....................................................15
Nemo tenetur en medewerkingsplichten.......................................................17
Sancties....................................................................................................... 19
Procespositie van de rechtspersoon..............................................................22
1
, De rechtspersoon als strafrechtelijk rechtssubject
De rechtspersoon is in het Nederlandse strafrecht een volwaardig rechtssubject.
Art. 51 Sr brengt tot uitdrukking dat strafbare feiten kunnen worden begaan door
natuurlijke personen en rechtspersonen. Daarmee is gebroken met het oudere
uitgangspunt dat de rechtspersoon op strafrechtelijk terrein geen zelfstandige
betekenis zou hebben. Uit de gedeelde literatuur volgt dat deze erkenning breed
is, maar dat de wettelijke regeling summier is gebleven. De wetgever heeft veel
kernvragen niet zelf uitgewerkt, waardoor de rechtspraak de centrale leerstukken
heeft moeten vormen. Art. 51 Sr vormt bovendien het startpunt voor een
tweesporenbenadering: naast de rechtspersoon zelf kunnen onder
omstandigheden ook anderen, zoals opdrachtgevers en feitelijke leidinggevers,
strafrechtelijk aansprakelijk zijn.
Tentamenrelevant is vooral dat de rechtspersoon niet als uitzondering of
afgeleide figuur moet worden benaderd, maar als zelfstandig strafrechtelijk
aanknopingspunt.
Leerregel
Art. 51 Sr erkent de rechtspersoon als zelfstandig strafrechtelijk rechtssubject. De
rechtspersoon is dus niet slechts een civielrechtelijke constructie die indirect
relevant is voor strafbaarheid van natuurlijke personen, maar kan zelf dader zijn
van strafbare feiten. De wettelijke regeling is echter beperkt uitgewerkt, zodat
fundamentele vragen over de strafrechtelijke positie van de rechtspersoon
grotendeels door de rechtspraak zijn ingevuld. Vanuit art. 51 Sr kan de
strafvervolging zich vervolgens richten op de rechtspersoon zelf en daarnaast,
onder de voorwaarden van lid 2, op andere betrokken rechtssubjecten.
Sleutelarresten en relevantie
De literatuur van Doorenbos in Meer aandacht voor de rechtspersoon is hier de
basis. De relevante lijn is dat de wetgever de rechtspersoon wel heeft erkend als
strafrechtelijk rechtssubject, maar veel uitwerking heeft nagelaten. Dat verklaart
waarom de Hoge Raad in latere rechtspraak zo’n grote rol heeft gekregen bij het
vormgeven van het ondernemingsstrafrecht.
Wat past hier inhoudelijk onder:
de algemene erkenning van de rechtspersoon als drager van strafrechtelijke
aansprakelijkheid;
de historische omslag van niet-erkenning naar volwaardige erkenning;
het ontbreken van een uitgewerkte wettelijke regeling;
de noodzaak van rechterlijke normvorming bij thema’s als daderschap, opzet,
schuld, feitelijk leidinggeven, vervolgbaarheid en sancties;
de plaats van art. 51 Sr als basisbepaling voor zowel aansprakelijkheid van de
rechtspersoon als van in lid 2 genoemde betrokkenen.
Valkuil
De rechtspersoon beschouwen als slechts een hulpmiddel om uiteindelijk
natuurlijke personen te kunnen pakken, of art. 51 Sr lezen als een louter
aanvullende bepaling naast de “echte” aansprakelijkheid van natuurlijke
personen.
2