Samenvatting KWANO
Hoorcollege 1
Kwantitatief conceptueel model
Geeft de relaties weer tussen verschillende
variabelen
o Afhankelijke variabele
(uitkomstvariabele):
Aankoopintentie op Chinese
website. Het model probeert
te verklaren welke factoren invloed hebben op de intentie om iets te
kopen op een Chinese website.
o Onafhankelijke variabelen (invloedfactoren)
Productbeoordeling: hoe consumenten het product beoordelen
(bijvoorbeeld kwaliteit of prijs-kwaliteitsverhouding)
Risicobeoordeling: hoeveel risico een consument ervaart bij aankopen
op een Chinese website
Servicebeoordeling: de perceptie van klantenservice en ondersteuning
op de Chinese website.
Etnocentrisme: in hoeverre de consumenten voorkeur geven aan
nationale producten boven buitenlandse producten (zoals Chinese)
Duurzaamheid: hoe belangrijk duurzaamheid is voor de consument bij
het maken van een aankoopbeslissing.
Deze factoren hebben allemaal pijlen richting de
aankoopintentie, wat suggereert dat ze als voorspellers worden
getest.
o Controle variabelen
Leeftijd en gender. Deze variabelen kunnen de relatie tussen de
onafhankelijke variabelen en aankoopintentie beïnvloeden.
Bijvoorbeeld, de invloed van etnocentrisme op aankoopintentie kan
verschillen per leeftijdsgroep of tussen mannen en vrouwen.
Hoofdlijnen onderzoeksproces
Beschrijf de verschillende stadia van het onderzoeksproces
Het theoretische (conceptuele) niveau en het meetniveau (empirisch) begrijpen
o Conceptueel niveau: abstracte niveau waarin je werkt met theorieën en
begrippen
o Empirisch niveau: hier meet je concepten in de praktijk
Bespreek de opbouw en het gebruik van theorie
Begrijpen van enkele belangrijke begrippen, waaronder concepten, definities, theorie
en methoden
De doelstellingen van onderzoeksmethoden evalueren
,Onderzoeksproces (1)
Onderzoek wordt vaak beschouwd als een
proces, d.w.z. een reeks activiteiten die
zich in de loop van de tijd ontvouwen
Een proces heeft een aantal afzonderlijke
stadia, en de verschillende stadia brengen
verschillende taken met zich mee
In werkelijkheid is het proces niet zo
ordelijk en opeenvolgend
Onderzoeksproces (3)
Het uitgangspunt is het onderzoeksonderwerp, dat wil zeggen het te bestuderen
verschijnsel of thema
o Bijvoorbeeld hoe bedrijven (e-retailers) cross-border e-commerce bedrijven
In een volgende stap wordt een meer specifieke vraag behandeld
o Bijvoorbeeld, hebben meer op service gerichte cross-border e-retailers een
hogere omzet dan minder op service gerichte cross-border e-retailers?
Van onderzoeksonderwerp naar onderzoeksprobleem
Voortgang onderzoek (4)
Elk probleem moet worden vastgelegd of gerepresenteerd. Dit gebeurt door een reeks
onderling verbonden concepten, of een “model”, impliciet of expliciet
o Impliciet: je denkt erover na maar werkt het niet helemaal uit
o Expliciet: zoals het kwantitatief conceptueel model
Het onderzoeksontwerp heeft betrekking op de keuze van de strategie om de gegevens
te verzamelen die nodig zijn om het gestelde onderzoeksprobleem te “beantwoorden”.
o Kwantitatief, kwalitatief, gemengd
Goede metingen zijn een voorwaarde voor empirisch onderzoek van hoge kwaliteit.
Voortgang onderzoek (5)
De keuze van de gegevens en de wijze waarop ze worden verzameld, bij wie en op
welke wijze zijn belangrijk
De gegevens moeten worden verwerkt, geanalyseerd en geïnterpreteerd
De meeste onderzoeksinspanningen worden schriftelijk gerapporteerd
In het bedrijfsleven resulteert het resultaat van onderzoeksinspanningen vaak in of
beïnvloedt het acties
,Dataverzameling
Vragenlijst met gevalideerde multi-item schalen om de concepten te meten
Voorbeeld van Etnocentrisme, vragen van Shimp & Sharma
o Ik geef altijd de voorkeur aan binnenlandse producten boven buitenlandse
o Het is niet goed om buitenlandse producten te kopen, omdat dit mensen in
Nederland werkloos maakt
o Een echte Nederlander zou altijd binnenlandse producten moeten kopen
o We zouden producten moeten kopen die in Nederland gemaakt zijn, in plaats
van andere landen rijk te laten worden van ons
o Inwoners van Nederland zouden geen buitenlandse producten moeten kopen,
omdat dit binnenlandse bedrijven schaadt en werkloosheid veroorzaakt
Twee niveaus van onderzoek
Conceptueel (theoretisch)
o Denken over het onderzoek op
een abstract niveau
o Je formuleert concepten,
definities en theorieën die je
onderzoek sturen
o Hier stel je bijvoorbeeld hypothesen op en bouw je een conceptueel model
Meten (empirisch)
o Uitvoeren van het onderzoek in de praktijk
o Hier verzamel je data en meet je variabelen om te testen of je theoretische
ideeën kloppen
o Dit gebeurt bijvoorbeeld via enquêtes, experimenten of observaties
Meetniveau 2 weegt vaak zwaarder dan het conceptuele niveau in onderzoek, omdat
uiteindelijk empirische data nodig is om theorieën te testen
Niveaus van onderzoek
Alle onderzoek vereist activiteiten op conceptueel niveau
Zogenaamde “theoretische studies” gaan alleen over dit niveau
o Bijvoorbeeld studies in wiskunde en zuivere (theoretische) economie hebben
voornamelijk betrekking op specifieke problemen zonder empirisch bewijs te
zoeken
Een empirische studie vereist inspanningen op conceptueel niveau
Onderzoek en kennis
Het hoofddoel van onderzoek is inzichten of kennis te creëren
Nieuwe inzichten kunnen worden verworven in theorieën/modellen, concepten,
methoden/technieken of feiten
o De onderzoeker kan bijvoorbeeld een nieuwe theorie ontwikkelen om te
beschrijven en te verklaren hoe kopers zich gedragen
o Er kunnen bijvoorbeeld nieuwe methoden of technieken worden ontwikkeld
om bedrijfsmanagers bij hun besluitvorming te helpen, en er kunnen nieuwe
feiten aan het licht komen.
, Nieuwe inzichten kunnen worden verworven door zowel nieuwe praktische
implicaties van een theorie aan te tonen als
o Door het testen van hypothesen die zijn afgeleid uit theorie
Theoretische modellen voorspellen vaak hoe dingen werken
Door deze voorspellingen empirisch te testen, kun je bevestigen of een
theorie klopt
Dit helpt om een bestaande theorie te ondersteunen, te verfijnen of te
verwerpen
o Door een methode toe te passen op een nieuw probleem
Soms is een methode al eerder gebruikt, maar nog niet voor een
bepaald onderwerp
Door een bestaande onderzoeksmethode toe te passen op een nieuw
probleem, kun je nieuwe inzichten krijgen
Wat komt eerst: theorie of onderzoek?
Twee verschillende strategieën
Theorie vóór onderzoek, en
o Deductieve benadering
Onderzoek vóór theorie
o Inductieve benadering
Creëren en gebruik van theorie
Twee situaties:
1. Creatie: de voornaamste taak is het identificeren van relevante factoren en het
construeren van verklaringen (theorie)
a. Nieuwe theorie maken als er nog geen bestaande theorie is of als theorieën
onvoldoende verklaren wat er gebeurt
b. Nieuwe theorie ontwikkelen door patronen te ontdekken.
2. Gebruik: het identificeren van relevante concepten, theorieën enz. en het aanpassen
van concepten (theorie) aan het onderzochte probleem
a. Bestaande theorie aanpassen aan een nieuw probleem. Dit gebeurt als er al
bestaande theorieën zijn, maar je deze toepast op een nieuwe context of een
specifiek probleem.
b. Bestaande theorieën toepassen aan een specifiek probleem.
Concepten
Een concept is een abstractie die een object, een eigenschap van een object of een
bepaald verschijnsel voorstelt.
o Bijvoorbeeld “kosten”, “inkomsten”, “marktaandeel”, “klantloyaliteit” en
“vertrouwen”
Concepten zijn de basis van communicatie
Concepten introduceren een perspectief – een manier van kijken naar de empirische
wereld
Concepten zijn middelen voor classificatie en generalisatie
Hoorcollege 1
Kwantitatief conceptueel model
Geeft de relaties weer tussen verschillende
variabelen
o Afhankelijke variabele
(uitkomstvariabele):
Aankoopintentie op Chinese
website. Het model probeert
te verklaren welke factoren invloed hebben op de intentie om iets te
kopen op een Chinese website.
o Onafhankelijke variabelen (invloedfactoren)
Productbeoordeling: hoe consumenten het product beoordelen
(bijvoorbeeld kwaliteit of prijs-kwaliteitsverhouding)
Risicobeoordeling: hoeveel risico een consument ervaart bij aankopen
op een Chinese website
Servicebeoordeling: de perceptie van klantenservice en ondersteuning
op de Chinese website.
Etnocentrisme: in hoeverre de consumenten voorkeur geven aan
nationale producten boven buitenlandse producten (zoals Chinese)
Duurzaamheid: hoe belangrijk duurzaamheid is voor de consument bij
het maken van een aankoopbeslissing.
Deze factoren hebben allemaal pijlen richting de
aankoopintentie, wat suggereert dat ze als voorspellers worden
getest.
o Controle variabelen
Leeftijd en gender. Deze variabelen kunnen de relatie tussen de
onafhankelijke variabelen en aankoopintentie beïnvloeden.
Bijvoorbeeld, de invloed van etnocentrisme op aankoopintentie kan
verschillen per leeftijdsgroep of tussen mannen en vrouwen.
Hoofdlijnen onderzoeksproces
Beschrijf de verschillende stadia van het onderzoeksproces
Het theoretische (conceptuele) niveau en het meetniveau (empirisch) begrijpen
o Conceptueel niveau: abstracte niveau waarin je werkt met theorieën en
begrippen
o Empirisch niveau: hier meet je concepten in de praktijk
Bespreek de opbouw en het gebruik van theorie
Begrijpen van enkele belangrijke begrippen, waaronder concepten, definities, theorie
en methoden
De doelstellingen van onderzoeksmethoden evalueren
,Onderzoeksproces (1)
Onderzoek wordt vaak beschouwd als een
proces, d.w.z. een reeks activiteiten die
zich in de loop van de tijd ontvouwen
Een proces heeft een aantal afzonderlijke
stadia, en de verschillende stadia brengen
verschillende taken met zich mee
In werkelijkheid is het proces niet zo
ordelijk en opeenvolgend
Onderzoeksproces (3)
Het uitgangspunt is het onderzoeksonderwerp, dat wil zeggen het te bestuderen
verschijnsel of thema
o Bijvoorbeeld hoe bedrijven (e-retailers) cross-border e-commerce bedrijven
In een volgende stap wordt een meer specifieke vraag behandeld
o Bijvoorbeeld, hebben meer op service gerichte cross-border e-retailers een
hogere omzet dan minder op service gerichte cross-border e-retailers?
Van onderzoeksonderwerp naar onderzoeksprobleem
Voortgang onderzoek (4)
Elk probleem moet worden vastgelegd of gerepresenteerd. Dit gebeurt door een reeks
onderling verbonden concepten, of een “model”, impliciet of expliciet
o Impliciet: je denkt erover na maar werkt het niet helemaal uit
o Expliciet: zoals het kwantitatief conceptueel model
Het onderzoeksontwerp heeft betrekking op de keuze van de strategie om de gegevens
te verzamelen die nodig zijn om het gestelde onderzoeksprobleem te “beantwoorden”.
o Kwantitatief, kwalitatief, gemengd
Goede metingen zijn een voorwaarde voor empirisch onderzoek van hoge kwaliteit.
Voortgang onderzoek (5)
De keuze van de gegevens en de wijze waarop ze worden verzameld, bij wie en op
welke wijze zijn belangrijk
De gegevens moeten worden verwerkt, geanalyseerd en geïnterpreteerd
De meeste onderzoeksinspanningen worden schriftelijk gerapporteerd
In het bedrijfsleven resulteert het resultaat van onderzoeksinspanningen vaak in of
beïnvloedt het acties
,Dataverzameling
Vragenlijst met gevalideerde multi-item schalen om de concepten te meten
Voorbeeld van Etnocentrisme, vragen van Shimp & Sharma
o Ik geef altijd de voorkeur aan binnenlandse producten boven buitenlandse
o Het is niet goed om buitenlandse producten te kopen, omdat dit mensen in
Nederland werkloos maakt
o Een echte Nederlander zou altijd binnenlandse producten moeten kopen
o We zouden producten moeten kopen die in Nederland gemaakt zijn, in plaats
van andere landen rijk te laten worden van ons
o Inwoners van Nederland zouden geen buitenlandse producten moeten kopen,
omdat dit binnenlandse bedrijven schaadt en werkloosheid veroorzaakt
Twee niveaus van onderzoek
Conceptueel (theoretisch)
o Denken over het onderzoek op
een abstract niveau
o Je formuleert concepten,
definities en theorieën die je
onderzoek sturen
o Hier stel je bijvoorbeeld hypothesen op en bouw je een conceptueel model
Meten (empirisch)
o Uitvoeren van het onderzoek in de praktijk
o Hier verzamel je data en meet je variabelen om te testen of je theoretische
ideeën kloppen
o Dit gebeurt bijvoorbeeld via enquêtes, experimenten of observaties
Meetniveau 2 weegt vaak zwaarder dan het conceptuele niveau in onderzoek, omdat
uiteindelijk empirische data nodig is om theorieën te testen
Niveaus van onderzoek
Alle onderzoek vereist activiteiten op conceptueel niveau
Zogenaamde “theoretische studies” gaan alleen over dit niveau
o Bijvoorbeeld studies in wiskunde en zuivere (theoretische) economie hebben
voornamelijk betrekking op specifieke problemen zonder empirisch bewijs te
zoeken
Een empirische studie vereist inspanningen op conceptueel niveau
Onderzoek en kennis
Het hoofddoel van onderzoek is inzichten of kennis te creëren
Nieuwe inzichten kunnen worden verworven in theorieën/modellen, concepten,
methoden/technieken of feiten
o De onderzoeker kan bijvoorbeeld een nieuwe theorie ontwikkelen om te
beschrijven en te verklaren hoe kopers zich gedragen
o Er kunnen bijvoorbeeld nieuwe methoden of technieken worden ontwikkeld
om bedrijfsmanagers bij hun besluitvorming te helpen, en er kunnen nieuwe
feiten aan het licht komen.
, Nieuwe inzichten kunnen worden verworven door zowel nieuwe praktische
implicaties van een theorie aan te tonen als
o Door het testen van hypothesen die zijn afgeleid uit theorie
Theoretische modellen voorspellen vaak hoe dingen werken
Door deze voorspellingen empirisch te testen, kun je bevestigen of een
theorie klopt
Dit helpt om een bestaande theorie te ondersteunen, te verfijnen of te
verwerpen
o Door een methode toe te passen op een nieuw probleem
Soms is een methode al eerder gebruikt, maar nog niet voor een
bepaald onderwerp
Door een bestaande onderzoeksmethode toe te passen op een nieuw
probleem, kun je nieuwe inzichten krijgen
Wat komt eerst: theorie of onderzoek?
Twee verschillende strategieën
Theorie vóór onderzoek, en
o Deductieve benadering
Onderzoek vóór theorie
o Inductieve benadering
Creëren en gebruik van theorie
Twee situaties:
1. Creatie: de voornaamste taak is het identificeren van relevante factoren en het
construeren van verklaringen (theorie)
a. Nieuwe theorie maken als er nog geen bestaande theorie is of als theorieën
onvoldoende verklaren wat er gebeurt
b. Nieuwe theorie ontwikkelen door patronen te ontdekken.
2. Gebruik: het identificeren van relevante concepten, theorieën enz. en het aanpassen
van concepten (theorie) aan het onderzochte probleem
a. Bestaande theorie aanpassen aan een nieuw probleem. Dit gebeurt als er al
bestaande theorieën zijn, maar je deze toepast op een nieuwe context of een
specifiek probleem.
b. Bestaande theorieën toepassen aan een specifiek probleem.
Concepten
Een concept is een abstractie die een object, een eigenschap van een object of een
bepaald verschijnsel voorstelt.
o Bijvoorbeeld “kosten”, “inkomsten”, “marktaandeel”, “klantloyaliteit” en
“vertrouwen”
Concepten zijn de basis van communicatie
Concepten introduceren een perspectief – een manier van kijken naar de empirische
wereld
Concepten zijn middelen voor classificatie en generalisatie