ZORG
Datum : x
Opleiding : x
Semester : x
Osiriscode : x
Eerste beoordelaar : x
Werkbegeleiders : x
Praktijkleerplaats : x
,Inhoud
Inleiding.................................................................................................................................. 1
1. Casuïstiek........................................................................................................................... 4
2. Oriënteren op de situatie.....................................................................................................5
2.1 Situation......................................................................................................................... 5
2.2 Background................................................................................................................... 5
2.3 Assessment................................................................................................................... 7
2.4 Recommendation.........................................................................................................10
3. Klinische problematiek......................................................................................................12
3.1 Betrokken zorgthema’s................................................................................................12
3.2 Prioritering................................................................................................................... 13
3.3 Uitwerking zorgthema’s................................................................................................14
4. Aanvullend onderzoek.......................................................................................................21
5. Klinisch beleid................................................................................................................... 23
5.1 Beleid ademhaling.......................................................................................................23
5.2 Beleid circulatie............................................................................................................25
5.3 Beleid thermoregulatiesysteem....................................................................................26
6. Klinisch verloop................................................................................................................. 28
6.1 Gewenst verloop..........................................................................................................28
6.2 Ongewenst verloop......................................................................................................29
7. Nabeschouwing.................................................................................................................30
7.1 Patiëntveiligheid.......................................................................................................30
7.2 Wet- en regelgeving.................................................................................................31
7.3 Ethisch dilemma.......................................................................................................32
7.4 Eigen handelen........................................................................................................33
8 ICT en communicatie.........................................................................................................34
8.1 ICT toepassingen.........................................................................................................34
8.2 Communicatie.............................................................................................................. 35
Casusbespreking..................................................................................................................36
Literatuurlijst.......................................................................................................................... 37
Inleiding
Dit verslag is geschreven in het kader van de module ‘Beargumenteren van Zorg’ en sluit
aan bij de derde praktijkleerperiode van de opleiding Verpleegkunde aan de
1
,Hanzehogeschool Groningen. De casus die in dit verslag wordt uitgewerkt, is afkomstig van
de neonatologieafdeling van het Martini Ziekenhuis. Ter bescherming van de privacy is er
gebruik gemaakt van de fictieve naam ‘Maya’. De keuze voor deze casus is gemaakt omdat
de zorg voor prematuren specifieke aandachtspunten en verpleegkundige
verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Dit maakt het een waardevolle leersituatie
binnen de ontwikkeling tot professional.
Het doel van dit verslag is om het proces van klinisch redeneren inzichtelijk te maken en te
onderbouwen. Hiervoor wordt het klinisch redeneermodel van Marc Bakker toegepast. Dit
model biedt een gestructureerde methode om het zorgproces goed te analyseren en bestaat
uit zes stappen: oriënteren op de situatie, de klinische problematiek inzichtelijk maken,
aanvullend onderzoek, klinisch beleid opstellen, klinisch verloop opstellen en de
nabeschouwing (Bakker & Van Heycop Ten Ham, 2014). Voor het uitwerken van de casus
wordt gebruik gemaakt van de SBAR-methodiek. Deze methodiek biedt houvast in het
verzamelen, ordenen en interpreteren van alle informatie van Maya (Bakker en Van Heycop
Ten Ham, 2014). Naast de uitwerking van de zes stappen wordt in dit verslag aandacht
besteed aan de inzet van ICT en communicatie in de zorg. Tot slot volgt een
casusbespreking waarin klinisch wordt geredeneerd op basis van EBP. Hiermee wordt niet
alleen het proces van klinisch redeneren inzichtelijk gemaakt, maar ook de context waarin de
zorgverlening plaatsvindt.
In dit verslag is er voor het corrigeren van spelling en het herformuleren van zinnen
gebruikgemaakt van de gratis versie van ChatGPT (GPT-4o) van OpenAI.
De volgende leeruitkomsten zijn verwerkt in dit verslag:
1. De student laat zien informatie te kunnen verzamelen en combineren vanuit diverse
bronnen in de verschillende fasen van het verpleegkundig proces binnen een
authentieke hoog-complexe context.
2. De student stelt op basis van klinisch redeneren het verpleegkundig proces vast
binnen een authentieke hoog-complexe context.
2.1 De student verantwoordt in een casusbespreking, aan de hand van klinisch
redeneren, het vastgestelde verpleegkundige proces.
3. De student verantwoordt met gebruikmaking van EBP het verpleegkundig proces
binnen een authentieke hoog-complexe context.
4. De student voert het verpleegkundig proces zelfstandig uit en evalueert het
verpleegkundig proces binnen een authentieke hoog-complexe context.
2
, 5. De student communiceert op persoonsgerichte en professionele wijze met de
zorgvrager en diens informele netwerk, waarbij voor optimale informatie-uitwisseling
wordt gezorgd.
6. De student past informatie en communicatietechnologieën toe als aanvulling op het
persoonlijk contact met de zorgvrager en diens informele netwerk.
3