Anatomie en fysiologie Hoofd-halsgebied
Inhoud
Algemeen
Onderdeel spijsverteringsorgaan
Spieren
Zenuwen
Speekselklieren
Schildklier
Bloedvaten
Lymfklieren
Non hodgkin lymfoom
Meneer van 70 jaar met een Non-Hodgkin
lymfoom, dit is een maligniteit van de
lymfocyten. Een lymfoom ontstaat vanuit de
lymfeklier. Dit zie je aan de zwelling in de hals,
het is wat glaziger en de huid staat wat strakker
Hygroma cyste
Jongen van 3 jaar oud met een hygroma cyste, een
zwelling in de hals. En die ontstaat uit plaatselijke
verwijdingen en vermenigvuldiging van lymfevaten.
Soms is het een bijverschijnsel van een aangeboren
afwijking van bijvoorbeeld het syndroom van turner,
patau of down. Meestal kan die goed operatief
behandeld worden.
Lipoom
,Goedaardig gezwel van vetcellen, het groeit vaak langzaam en kan overal ontstaan, ook
inwendig. De voorkeursplaatsen zijn: borst, nek, schouder, arm, bovenbeen en de rug.
In het hoofdhalsgebied is er weinig vetweefsel waardoor je heel slecht verdikkingen kan
waarnemen, het is erg lastig om vanaf de buitenkant te zien wat goed of wat slecht is.
Onderdeel spijsvertering
Spijsverteringsorgaan: is een holle verbinding tussen de mondholte en
de anus, van ongeveer 8 meter. Het hele kanaal is bekleed met
epitheelcellen.
Het is te onderscheiden in:
De mondholte; cavum oris
De keelholte
De darm
De maag
De dunne darm
De dikke darm
Daarnaast zijn er enkele organen die in verbinding staan met het
spijsverteringskanaal en dus de spijsvertering stimuleren. Dit zijn:
De speekselklieren
De alvleesklieren
De lever
De galblaas
Onderdelen mondhalsgebied
Cavum oris (mondholte)
Lingua (Tong)
Gebit
Speeksel
Kauwen en slikken
Keelholte
Cavum oris (mondholte)
Vormt het begin van het spijsverteringskanaal en is ook onderdeel
van de luchtwegen.
, Mondholte speelt een belangrijke rol bij spreken en bij smaakzin. Voedsel wordt
betast, verscheurd en verkleind en verder wordt het vermengd met speeksel en slijm
en ten slotte wordt het doorgeslikt
Slijmvlies: meerlagig niet verhoord plaveiselepitheel
Palatum: gehemelte, dit bevindt zich in het centrum van de bovenkaak met de
gebitselementen aan de zijkanten. Het is een scheiding tussen de mond en de
neusholte.
Palatum durum: harde gehemelte.
Palatum molle: achterste zachte gedeelte van het gehemelte. Het bestaat uit
spiervezels. Het eindigd in de uvula: huig
Uvula: huig
Lingua
Dwarsgestreepte spier met een grote beweeglijkheid.
Tong
Tongriem: Op de mondbodem zit een dunne
slijmvliesplooi. Het is de tongriem, het speelt een
grote rol bij tongbewegingen.
Os Hyoideum: hier zit de tong vast aan de
achterkant, dit is het tongbeen.
Tongslijmvlies: een dikke laag niet verhoord
plaveiselepitheel. Het heeft een dik en soms ruw
bultig oppervlak
Smaakpapillen: bevat smaaksensoren waarmee je het voedsel kunt proeven. Deze
steken gedeeltelijk boven het tongoppervlak uit en bevatten smaakpapillen waarmee
je kunt proeven.
Gebit
• Maxilla: bovenkaak, hoefijzervormig
• Mandibula: onderkaak, hoefijzervormig
• Occlusie, de bovenkaak en onderkaak passen op elkaar
• Gebitselementen: het volwassen gebit bestaat uit 32
tanden en kiezen.
Speeksel: Saliva
Word geproduceerd door speekselklieren, dit zijn
trosvormige klieren waarvan de afvoergangen
uitvoeren in de mondholte. Er zijn ook een paar
grote speekselklieren:
Inhoud
Algemeen
Onderdeel spijsverteringsorgaan
Spieren
Zenuwen
Speekselklieren
Schildklier
Bloedvaten
Lymfklieren
Non hodgkin lymfoom
Meneer van 70 jaar met een Non-Hodgkin
lymfoom, dit is een maligniteit van de
lymfocyten. Een lymfoom ontstaat vanuit de
lymfeklier. Dit zie je aan de zwelling in de hals,
het is wat glaziger en de huid staat wat strakker
Hygroma cyste
Jongen van 3 jaar oud met een hygroma cyste, een
zwelling in de hals. En die ontstaat uit plaatselijke
verwijdingen en vermenigvuldiging van lymfevaten.
Soms is het een bijverschijnsel van een aangeboren
afwijking van bijvoorbeeld het syndroom van turner,
patau of down. Meestal kan die goed operatief
behandeld worden.
Lipoom
,Goedaardig gezwel van vetcellen, het groeit vaak langzaam en kan overal ontstaan, ook
inwendig. De voorkeursplaatsen zijn: borst, nek, schouder, arm, bovenbeen en de rug.
In het hoofdhalsgebied is er weinig vetweefsel waardoor je heel slecht verdikkingen kan
waarnemen, het is erg lastig om vanaf de buitenkant te zien wat goed of wat slecht is.
Onderdeel spijsvertering
Spijsverteringsorgaan: is een holle verbinding tussen de mondholte en
de anus, van ongeveer 8 meter. Het hele kanaal is bekleed met
epitheelcellen.
Het is te onderscheiden in:
De mondholte; cavum oris
De keelholte
De darm
De maag
De dunne darm
De dikke darm
Daarnaast zijn er enkele organen die in verbinding staan met het
spijsverteringskanaal en dus de spijsvertering stimuleren. Dit zijn:
De speekselklieren
De alvleesklieren
De lever
De galblaas
Onderdelen mondhalsgebied
Cavum oris (mondholte)
Lingua (Tong)
Gebit
Speeksel
Kauwen en slikken
Keelholte
Cavum oris (mondholte)
Vormt het begin van het spijsverteringskanaal en is ook onderdeel
van de luchtwegen.
, Mondholte speelt een belangrijke rol bij spreken en bij smaakzin. Voedsel wordt
betast, verscheurd en verkleind en verder wordt het vermengd met speeksel en slijm
en ten slotte wordt het doorgeslikt
Slijmvlies: meerlagig niet verhoord plaveiselepitheel
Palatum: gehemelte, dit bevindt zich in het centrum van de bovenkaak met de
gebitselementen aan de zijkanten. Het is een scheiding tussen de mond en de
neusholte.
Palatum durum: harde gehemelte.
Palatum molle: achterste zachte gedeelte van het gehemelte. Het bestaat uit
spiervezels. Het eindigd in de uvula: huig
Uvula: huig
Lingua
Dwarsgestreepte spier met een grote beweeglijkheid.
Tong
Tongriem: Op de mondbodem zit een dunne
slijmvliesplooi. Het is de tongriem, het speelt een
grote rol bij tongbewegingen.
Os Hyoideum: hier zit de tong vast aan de
achterkant, dit is het tongbeen.
Tongslijmvlies: een dikke laag niet verhoord
plaveiselepitheel. Het heeft een dik en soms ruw
bultig oppervlak
Smaakpapillen: bevat smaaksensoren waarmee je het voedsel kunt proeven. Deze
steken gedeeltelijk boven het tongoppervlak uit en bevatten smaakpapillen waarmee
je kunt proeven.
Gebit
• Maxilla: bovenkaak, hoefijzervormig
• Mandibula: onderkaak, hoefijzervormig
• Occlusie, de bovenkaak en onderkaak passen op elkaar
• Gebitselementen: het volwassen gebit bestaat uit 32
tanden en kiezen.
Speeksel: Saliva
Word geproduceerd door speekselklieren, dit zijn
trosvormige klieren waarvan de afvoergangen
uitvoeren in de mondholte. Er zijn ook een paar
grote speekselklieren: