Hoofdstuk 2: Theorie over communicatie
2.1: basisbegrippen
Communicatie begint bij de zender, die wil iets overdragen, de boodschap, die hij via een medium
stuurt naar de ontvanger.
Boodschap
De boodschap speelt een essentiële rol in het model. We kunnen vier aspecten van de boodschap
onderscheiden:
- Een zakelijk aspect: de beschrijving van feiten, de informatie in de boodschap.
- Een expressief aspect: het gevoel, de emotie die de zender via de boodschap uit.
- Een relationeel aspect: de verhouding van de zender en ontvanger tot elkaar die uit de boodschap
blijkt.
- Een appellerend aspect: het beroep dat op de ontvanger wordt gedaan met de boodschap.
Feedback: de reactie van de ontvanger.
Terugkoppeling: als de zender reageert op de feedback.
Encoderen: het omzetten van gedachten in een voor de ontvanger begrijpelijke boodschap.
Decoderen: om de boodschap te begrijpen, moet je deze omzetten in eigen gedachten.
Referentiekader: het geheel van gewoonten, regels, ervaringen, normen en waarden waarop de
ontvanger zijn denken en handelen baseert. Belangrijk is dus dat de zender zich inleeft in de
gedachten en de behoeften van de ontvanger.
Omgevingsfactoren beïnvloeden in grote mate de communicatie. Zo is de concrete situatie van
invloed, denk aan: het moment van de dag, de plaats etc. Ook de maatschappelijke context speelt
een belangrijke rol. (bijvoorbeeld cultuur verschillen)
Ruis: factoren die het communicatieproces verstoren.
Interne ruis: als de communicatie wordt verstoord door factoren binnen het directe
communicatieproces.
Externe ruis: ruis veroorzaakt door factoren buiten het communicatieproces.
Redundantie is overtollige informatie en wel in de zin dat de informatie geen nieuws bevat voor de
ontvanger. We onderscheiden de volgende vormen van redundantie:
- Disfunctionele redundantie: dit zijn onnodige herhalingen, bijvoorbeeld stopwoorden of steeds
herhaalde tekst in een artikel of presentatie irriteert de ontvangers.
- Functionele redundantie: Redundantie kan zinnig zijn. Vooral bij mondelinge communicatie, zoals
een lezing, kan redundantie in de vorm van een samenvatting de ontvangers helpen om de
boodschap te onthouden.
Twee grote beperkingen van het basismodel:
- De ontvanger is nooit passief
Een ontvanger is niet passief, hij moet ook nadenken.
- Verschuiving van de macht naar de ontvanger
Door online ontwikkelingen verandert er veel, de macht ligt veel meer bij de ontvanger. Is de
boodschap niet interessant, dan zapt de ontvanger naar iets anders.
2.1: basisbegrippen
Communicatie begint bij de zender, die wil iets overdragen, de boodschap, die hij via een medium
stuurt naar de ontvanger.
Boodschap
De boodschap speelt een essentiële rol in het model. We kunnen vier aspecten van de boodschap
onderscheiden:
- Een zakelijk aspect: de beschrijving van feiten, de informatie in de boodschap.
- Een expressief aspect: het gevoel, de emotie die de zender via de boodschap uit.
- Een relationeel aspect: de verhouding van de zender en ontvanger tot elkaar die uit de boodschap
blijkt.
- Een appellerend aspect: het beroep dat op de ontvanger wordt gedaan met de boodschap.
Feedback: de reactie van de ontvanger.
Terugkoppeling: als de zender reageert op de feedback.
Encoderen: het omzetten van gedachten in een voor de ontvanger begrijpelijke boodschap.
Decoderen: om de boodschap te begrijpen, moet je deze omzetten in eigen gedachten.
Referentiekader: het geheel van gewoonten, regels, ervaringen, normen en waarden waarop de
ontvanger zijn denken en handelen baseert. Belangrijk is dus dat de zender zich inleeft in de
gedachten en de behoeften van de ontvanger.
Omgevingsfactoren beïnvloeden in grote mate de communicatie. Zo is de concrete situatie van
invloed, denk aan: het moment van de dag, de plaats etc. Ook de maatschappelijke context speelt
een belangrijke rol. (bijvoorbeeld cultuur verschillen)
Ruis: factoren die het communicatieproces verstoren.
Interne ruis: als de communicatie wordt verstoord door factoren binnen het directe
communicatieproces.
Externe ruis: ruis veroorzaakt door factoren buiten het communicatieproces.
Redundantie is overtollige informatie en wel in de zin dat de informatie geen nieuws bevat voor de
ontvanger. We onderscheiden de volgende vormen van redundantie:
- Disfunctionele redundantie: dit zijn onnodige herhalingen, bijvoorbeeld stopwoorden of steeds
herhaalde tekst in een artikel of presentatie irriteert de ontvangers.
- Functionele redundantie: Redundantie kan zinnig zijn. Vooral bij mondelinge communicatie, zoals
een lezing, kan redundantie in de vorm van een samenvatting de ontvangers helpen om de
boodschap te onthouden.
Twee grote beperkingen van het basismodel:
- De ontvanger is nooit passief
Een ontvanger is niet passief, hij moet ook nadenken.
- Verschuiving van de macht naar de ontvanger
Door online ontwikkelingen verandert er veel, de macht ligt veel meer bij de ontvanger. Is de
boodschap niet interessant, dan zapt de ontvanger naar iets anders.