Samenvatting
Leereenheid 3...........................................................................................2
Leereenheid 4...........................................................................................8
Leereenheid 5.........................................................................................20
Leereenheid 6.........................................................................................25
Leereenheid 7.........................................................................................30
Leereenheid 8.........................................................................................35
Leereenheid 9.........................................................................................50
Leereenheid 10.......................................................................................55
1
, Staats- en bestuursrecht I
Leereenheid 3
Hoofdstuk 1
1.1 Aard en karakterisering
Bestuursrecht is het recht voor, van en tegen het overheidsbestuur.
Trias politica houdt zich bezig bij de functie van het besturen. De bestuurlijke functie wordt hierin
onderscheiden van de wetgevende en de rechtsprekende functie. Echter, is het bestuur veel meer dan
alleen de uitvoering en is het een beperkte analyse van het bestuursrecht.
Bestuur op microniveau concrete beslissingen waarxbij belangen van individuele burgers
rechtstreeks betrokken zijn.
Bestuur op macroniveau door de overheid ‘besturen’ van de samenleving als geheel, door
middel of op basis van wet- en regelgeving.
Omschrijving van besturen = het van overheidswege behartigen van het algemeen belang, waar dit
naar constitutionele en politiek-democratisch maatstaven noodzakelijk wordt geacht.
Bestuursrecht is het van overheidswege behartigen van het algemeen belang maar dan met het
juridische aspect daarvan.
Drie functies van het bestuur:
1. Legitimerende functie = uitoefening van de bevoegdheden
Voorziet het bestuursoptreden van een juridische grondslag. Herleiden vanuit de Grondwet,
maar daarnaast ook nadere reguleringen in wettelijke voorschriften, plannen en andere
besluiten.
2. Instrumentele functie = regelgeving en beleidsregels
Het vaststellen en uitvoeren van overheidsbeleid. Het recht wordt gezien als een middel tot
het bereiken van bepaalde doeleinden.
3. Waarborgfunctie = voor de burgers
Door de bestuursrechtelijke normering van het bestuursoptreden wordt de rechtspositie van
de burger ten opzichte van de overheid gewaarborgd.
Het waarborgen en beschermen van de rechtspositie van de burger ten opzichte van de
overheid.
Deze functie komt vooral naar voren binnen de regels van de bijzondere wet, aangevuld door
de algemene materiële en formele waarborgen van de Awb en de ongeschreven beginselen
van behoorlijk bestuur. De Awb verschaft rechtsregels waarvan het bestuur mag optreden.
Daarmee is tevens de rechtspositie van de burger ten opzichte van het bestuur
gewaarborgd.
De bestuursrechter is integraal om de werking van deze waarborgen te garanderen en te
reguleren.
1.2 De democratische rechtsstaat
Aantal vereisten waaraan een democratische rechtsstaat behoort te voldoen:
Gebondenheid aan het recht
De overheid uitsluitend mag handelen ter verwerkelijking van recht, op basis van het recht en in
overeenstemming met het recht.
2
, Staats- en bestuursrecht I
Drie dimensies:
I. Dimensie van de democratie = de burgers moeten zeggenschap hebben over het
overheidshandelen.
Beslissen door algemeen vertegenwoordigende organen
Kiesrecht
Politieke verantwoordelijkheid
Burgerschapsrechten
Decentralisatie: het kunnen beslissen over organen en bestuurders en andere
besluitvorming.
o Inspraak: burgers moeten inspraak hebben bij beslissingen die hen raken en dus
hun mening kunnen geven in de rechtsstaat (d.m.v. participatie zoals
vergaderingen).
o Openbaarheid: openbaarheid van besluiten, procedures en nader naar burgers
toe.
II. Dimensie van liberale rechtsstaat = die vrijheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid
tegenover het overheidshandelen beoogt.
Wetmatigheid: consistent langs wetmatigheden.
Machtsverdeling: de algemene regels moeten worden vastgesteld door een ander
orgaan (checks and balaces).
Grondrechten: zo min mogelijk ingrijpen in de rechten van de vrijheden van burgers
vanuit het perspectief van de burger te omschrijven grondrechten.
Rechtelijke controle: rechtelijke instantie die controleert voor de naleving van de
uitgangspunten en daarvoor bindende uitspraken moet kunnen doen die nageleefd
worden.
Voorlichting: voorlichting aan burgers over hun rechten en plichten en hun rechtspositie
tegenover het bestuur.
III. Dimensie van de sociale rechtsstaat = overheid moet de burger daadwerkelijk mogelijk
maken aan zijn leven gestalte te geven (sociale rechtsvaardigheid).
Effectiviteit en doelmatigheid:
o Effectief en met de middelen die de overheid ten dienste staan het verwerkelijken
van de sociale rechtsstaat.
o Doelmatigheid steeds moet worden gekozen voor het instrument dat relatief
de minste lasten voor de algemene middelen meebrengt.
De drie dimensies staan in permanente spanning tot elkaar:
Wat ervoor zorgt dat de begrippen zeggenschap, vrijheid, rechtszekerheid, rechtsgelijkheid
en sociale rechtvaardigheid, beginselen zijn: zij kunnen geen van alle volledig worden
verwerkelijkt, omdat ze dan ten koste van elkaar gaan.
De dimensies zijn voorpositieve uitgangspunten, met een tweedelige structuur.
I. Harde kern = positieve recht, en iedere overheidshandeling die ermee in strijd is, is om die
reden onrechtmatig.
II. Optimaliseren = bij ieder overheidsoptreden steeds moet worden gezocht naar die
verhouding waarin zij alle optimaal worden verwezenlijkt respectievelijk zo min mogelijk
worden beperkt.
1.2.3 Betekenis voor het bestuursrecht
Overheid samenleving: primaat van het particulier initiatief
De overheid heeft pas een taak wanneer het particulier initiatief (burgers, bedrijven en
maatschappelijke organisaties) het betrokken belang niet adequaat kan behartigen.
3
, Staats- en bestuursrecht I
Overheid samenleving: helder onderscheid
Scherpe scheiding tussen enerzijds de overheid en anderzijds de burgers/particulieren instellingen.
Discussie ontstaan bij privatisering en zelfstandigheid van private instellingen omdat er steeds
machtige private organisaties zijn waar burgers geen inspraak op hebben.
1.3 Positie ten opzichte van andere rechtsgebieden
Publiekrechtelijke bevoegdheden komen uitsluitend diegene toe die daartoe door middel van een
adequate juridische grondslag is aangewezen, terwijl bij privaatrechtelijke bevoegdheden ieder
een rechtssubject toekomt.
Principieel verschil is dat de overheid nooit wordt gezien als een gewoon deelnemer aan het
rechtsverkeer. Steeds geldt dat haar optreden een adequate legitimatie behoeft, dat zij met dat
optreden uitsluitend het algemeen belang dienen. Hierdoor hebben zij dan ook strengere normen
waaraan ze moeten voldoen.
Hoofdstuk 2
2.2 Bijzonder en algemeen deel
Het bestuursrecht is opgebouwd uit een bijzonder en algemeen deel.
Het bijzonder bevat rechten en plichten voor de burgers alsmede de concrete bevoegdheden en
verplichtingen van bestuursorganen op de vele terreinen van het maatschappelijk leven waarop
de overheid een normerende of toezichthoudende taak aan zich heeft aangetrokken.
Het algemeen deel vormt hiervan deels een abstractie en generalisatie en bestaat voor een ander
deel uit autonoom ontwikkelde onderwerpen.
2.2.2 Het bijzonder deel
Instrumentele benadering = het bijzonder bestuursrecht wordt door de overheid gebruikt als
‘gereedschap’ om bepaalde politieke en maatschappelijk gewenste doelen te bereiken. Het
bestuursrecht biedt de overheid instrumenten, maar beperkt tegelijkertijd ook de mogelijkheden tot
ongebreidelde inzet van die instrumenten.
2.2.3 Het algemeen deel
Art. 107 lid 2 Grondwet: de wet stelt algemene regels van bestuursrecht vast:
Vier doelstellingen van de Awb:
1. Harmonisatie = het bevorderen van eenheid binnen de bestuursrechtelijke wetgeving;
2. Systematisering en vereenvoudiging van de bestuursrechtelijke wetgeving;
3. Codificatie van ontwikkelingen in de bestuursrechtelijke jurisprudentie;
4. Regeling van onderwerpen die zich naar hun aard niet voor regeling in een bijzondere wet lenen.
Vier gradaties van harmonisatie (belangrijk)
Bepalingen van dwingend recht die voor het gehele bestuursrecht gelden en waarvan bij wet
in formele zin kan worden afgeweken.
Bepalingen van regelend recht die voor normale gevallen de beste regeling geven, tenzij
bijzonder anders regelt.
4