Staats- en bestuursrecht I
Jurisprudentie
Inhoudsopgave
Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schipholregio............................2
Mestbassin Mechelen.....................................................................................3
Leereenheid 5................................................................................................4
Long Lin........................................................................................................ 4
Van Vlodrop B.V............................................................................................. 5
N.V. Luchthaven Schiphol...............................................................................7
Inzet videoteam Rotterdam............................................................................9
Tipgeld bouwfraude......................................................................................10
Leereenheid 6.............................................................................................. 12
Ludlage/Van Paradijs....................................................................................12
Inherente afwijkingsbevoegdheid beleidsregels.............................................14
Bijlage Besluit houders van dieren................................................................16
Leereenheid 8.............................................................................................. 17
Doetinchemse woonruimteverordening.........................................................17
Kwantumhal Venlo.......................................................................................18
Dakopbouw Amsterdam................................................................................19
Harderwijk................................................................................................... 20
Leereenheid 9.............................................................................................. 22
Kwantumhal Venlo.......................................................................................22
Hennes&Mauritz........................................................................................... 23
Dakopbouw Amsterdam................................................................................25
Harderwijk................................................................................................... 26
Leereenheid 10............................................................................................ 28
Amsterdam/Ikon........................................................................................... 28
Windmill...................................................................................................... 30
Kunst- en Antiekstudio Lelystad....................................................................31
Ludlage/Van Paradijs....................................................................................33
Didam.......................................................................................................... 35
1
, Staats- en bestuursrecht I
Amsterdam/Geschiere..................................................................................37
Leereenheid 4
Openbaar gezag
Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schipholregio
Rechtsvraag
Kan het bestuur van de Stichting Bevordering Kwaliteit Leefomgeving Schipholregio worden
aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van art. 1:1 lid 1 sub b Awb zodat haar besluitvorming
vatbaar is voor beroep bij de bestuursrechter?
Essentie
De zaak draait om de vraag of de stichting een bestuursorgaan is, omdat zij uitkeringen in natura
verstrekt op basis van criteria die mede door overheidsorganen zijn vastgesteld en gedeeltelijk
gefinancierd worden door publieke middelen. De rechtbank Noord-Holland had geoordeeld dat dit niet
het geval is, omdat niet voldaan wordt aan de cumulatieve eisen van inhoudelijke en financiële band
met overheidsorganen.
Rechtsregel
Een privaatrechtelijke rechtspersoon kan als bestuursorgaan worden aangemerkt indien cumulatief
aan twee vereisten wordt voldaan:
a. Inhoudelijk vereiste de inhoudelijke criteria voor het verstrekken van geldelijke uitkeringen of
voorzieningen worden in beslissende mate bepaald door één of meer bestuursorganen (a-orgaan)
(art. 1:1 lid 1 sub a Awb).
b. Financieel vereiste de verstrekkingen van uitkeringen of voorzieningen wordt in overwegende
mate (ten minste twee/derde of meer) gefinancierd door bestuursorganen (a-orgaan).
Als aan deze cumulatieve eisen niet wordt voldaan, is er geen sprake van openbaar gezag en dus
geen bestuursorgaan.
Inhoud van het arrest
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat het bestuur van de stichting geen
bestuursorgaan is, omdat:
a. Inhoudelijk vereiste de criteria voor verstrekking van uitkeringen worden vastgesteld door het
bestuur van de stichting zelf, zonder beslissende sturing van publieke organen.
b. Financieel vereiste de financiering van de uitkeringen wordt niet in overwegende mate (twee
derde of meer) gedragen door bestuursorganen; een aanzienlijk deel komt van private partijen
zoals Schiphol Group.
De Raad van State verduidelijkt dat de uitoefening van een publieke taak op zichzelf niet volstaat om
openbaar gezag aan te nemen; het moet blijken uit de inhoudelijke en financiële banden met
overheidsorganen.
2
, Staats- en bestuursrecht I
Belanghebbende
Mestbassin Mechelen
Rechtsvraag
Wanneer kan een persoon die feitelijke gevolgen ondervindt van een besluit worden aangemerkt als
belanghebbende in de zin van art. 1:2 lid 1 Awb, en hoe dient het criterium ‘gevolgen van enige
betekenis’ te worden ingevuld?
Essentie
Het arrest verduidelijkt het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ bij de beoordeling van
belanghebbendheid. Dit criterium fungeert als correctie op de hoofdregel dat iedereen die feitelijke
gevolgen ondervindt van een besluit als belanghebbende kan worden aangemerkt. Gevolgen zijn van
enige betekenis als ze substantieel genoeg zijn om een persoonlijk belang aan te nemen.
Rechtsregel
Hoofdregel een persoon is belanghebbende als hij rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt
van een activiteit die door het besluit wordt toegestaan.
Correctie gevolgen ontbreken als zij dermate gering zijn dat een persoonlijk belang niet kan
worden aangenomen. Factoren zoals afstand, zicht, planologische uitstraling, milieugevolgen
(geur, geluid, trilling, emissie), aard, intensiteit en frequentie spelen hierbij een rol. Deze factoren
moeten in samenhang worden beoordeeld.
Milieugevolgen het voldoen aan normeringen (zoals afstandseisen of grenswaarden) is niet
doorslaggevend voor de vraag of iemand belanghebbende is. Dit wordt pas bij de inhoudelijke
beoordeling van het beroep relevant.
Inhoud van het arrest
1. Feiten: een mestbassin veroorzaakte geurhinder voor omwonenden. De vraag was of personen
op meer dan 250 meter afstand belanghebbenden waren bij het besluit om niet handhavend op te
treden.
2. Beoordeling: de Raad van State overwoog dat de geurhinder, hoewel afhankelijk van
windrichting en vulmomenten, regelmatig en substantieel genoeg was om gevolgen van enige
betekenis aan te nemen. De afstand van meer dan 250 meter sloot belanghebbendheid niet uit.
3. Uitspraak:
Het besluit van het college om deze omwonenden niet-ontvankelijk te verklaren werd
vernietigd.
De omwonenden werden aangemerkt als belanghebbenden.
Het college moest opnieuw beslissen over de zaak, rekening houdend met de belangen van
alle belanghebbenden.
3
, Staats- en bestuursrecht I
Leereenheid 5
Besluit
Long Lin
Rechtsvraag
Was het besluit van de minister van Verkeer en Waterstaat om een schip de toegang tot de
Nederlandse territoriale wateren te weigeren op grond van voorwaarden inzake financiële garanties
rechtmatig in het licht van het internationale recht, nationale wetgeving en beginselen van behoorlijk
bestuur?
Essentie
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de weigering tot toegang tot de territoriale wateren en
de gestelde garantievoorwaarden in strijd waren met de vereisten van een behoorlijk gemotiveerde
beschikking. Er werd benadrukt dat de ernst van de situatie waarin het schip verkeerde (noodsituatie)
en de mogelijke bedreiging voor de kuststaat zorgvuldig tegen elkaar moesten worden afgewogen.
Rechtsregel
1. Beschikkingskarakter:
Het besluit om het schip de toegang te weigeren werd aangemerkt als een beschikking, ook
al werd de garantievoorwaarde deels gekwalificeerd als privaatrechtelijk.
Art. 2 Wet Arob vereist geen specifiek publiekrechtelijk voorschrift voor een beschikking,
zolang het besluit voortvloeit uit een publiekrechtelijke taak.
2. Internationaal recht:
Een beroep op het recht van onschuldige doorvaart werd afgewezen, omdat dit recht beperkt
is tot snelle, ononderbroken doorvaart en niet van toepassing was op een zwaar beschadigd
schip dat de kustveiligheid zou kunnen bedreigen.
3. Garantievoorwaarden:
De gestelde financiële garantie moest proportioneel zijn en voorzien van een voldoende
motivering.
Het ontbreken van een dergelijke motivering maakte het besluit ondeugdelijk.
4. Soevereiniteit vs. hulpverlening:
De soevereiniteit van de kuststaat geeft de bevoegdheid om toegang te reguleren, maar deze
mag niet zover gaan dat schepen in nood hulp wordt geweigerd.
Inhoud van het arrest
1. Feiten:
Het schip "Long Lin", zwaar beschadigd door een aanvaring, vroeg toegang tot Nederlandse
territoriale wateren voor reparatie. De minister stelde technische eisen en eiste een financiële
garantie (aanvankelijk 20 miljoen gulden, later verlaagd naar 10 miljoen gulden). Toen deze
garantie niet volledig werd geaccepteerd, werd de toegang geweigerd.
2. Overwegingen:
De weigering tot toegang was een publiekrechtelijke beschikking, maar ontbeerde een
voldoende motivering.
Hoewel de Staat gerechtigd was voorwaarden te stellen aan toegang, moest dit in
overeenstemming zijn met het beginsel van een zorgvuldige belangenafweging.
Het bedrag van de garantie moest beperkt blijven tot kosten die redelijkerwijs voortvloeiden
uit de schade, maar hierover werd geen transparantie geboden.
3. Uitspraak:
Het besluit van de minister werd vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel.
4
Jurisprudentie
Inhoudsopgave
Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schipholregio............................2
Mestbassin Mechelen.....................................................................................3
Leereenheid 5................................................................................................4
Long Lin........................................................................................................ 4
Van Vlodrop B.V............................................................................................. 5
N.V. Luchthaven Schiphol...............................................................................7
Inzet videoteam Rotterdam............................................................................9
Tipgeld bouwfraude......................................................................................10
Leereenheid 6.............................................................................................. 12
Ludlage/Van Paradijs....................................................................................12
Inherente afwijkingsbevoegdheid beleidsregels.............................................14
Bijlage Besluit houders van dieren................................................................16
Leereenheid 8.............................................................................................. 17
Doetinchemse woonruimteverordening.........................................................17
Kwantumhal Venlo.......................................................................................18
Dakopbouw Amsterdam................................................................................19
Harderwijk................................................................................................... 20
Leereenheid 9.............................................................................................. 22
Kwantumhal Venlo.......................................................................................22
Hennes&Mauritz........................................................................................... 23
Dakopbouw Amsterdam................................................................................25
Harderwijk................................................................................................... 26
Leereenheid 10............................................................................................ 28
Amsterdam/Ikon........................................................................................... 28
Windmill...................................................................................................... 30
Kunst- en Antiekstudio Lelystad....................................................................31
Ludlage/Van Paradijs....................................................................................33
Didam.......................................................................................................... 35
1
, Staats- en bestuursrecht I
Amsterdam/Geschiere..................................................................................37
Leereenheid 4
Openbaar gezag
Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schipholregio
Rechtsvraag
Kan het bestuur van de Stichting Bevordering Kwaliteit Leefomgeving Schipholregio worden
aangemerkt als een bestuursorgaan in de zin van art. 1:1 lid 1 sub b Awb zodat haar besluitvorming
vatbaar is voor beroep bij de bestuursrechter?
Essentie
De zaak draait om de vraag of de stichting een bestuursorgaan is, omdat zij uitkeringen in natura
verstrekt op basis van criteria die mede door overheidsorganen zijn vastgesteld en gedeeltelijk
gefinancierd worden door publieke middelen. De rechtbank Noord-Holland had geoordeeld dat dit niet
het geval is, omdat niet voldaan wordt aan de cumulatieve eisen van inhoudelijke en financiële band
met overheidsorganen.
Rechtsregel
Een privaatrechtelijke rechtspersoon kan als bestuursorgaan worden aangemerkt indien cumulatief
aan twee vereisten wordt voldaan:
a. Inhoudelijk vereiste de inhoudelijke criteria voor het verstrekken van geldelijke uitkeringen of
voorzieningen worden in beslissende mate bepaald door één of meer bestuursorganen (a-orgaan)
(art. 1:1 lid 1 sub a Awb).
b. Financieel vereiste de verstrekkingen van uitkeringen of voorzieningen wordt in overwegende
mate (ten minste twee/derde of meer) gefinancierd door bestuursorganen (a-orgaan).
Als aan deze cumulatieve eisen niet wordt voldaan, is er geen sprake van openbaar gezag en dus
geen bestuursorgaan.
Inhoud van het arrest
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat het bestuur van de stichting geen
bestuursorgaan is, omdat:
a. Inhoudelijk vereiste de criteria voor verstrekking van uitkeringen worden vastgesteld door het
bestuur van de stichting zelf, zonder beslissende sturing van publieke organen.
b. Financieel vereiste de financiering van de uitkeringen wordt niet in overwegende mate (twee
derde of meer) gedragen door bestuursorganen; een aanzienlijk deel komt van private partijen
zoals Schiphol Group.
De Raad van State verduidelijkt dat de uitoefening van een publieke taak op zichzelf niet volstaat om
openbaar gezag aan te nemen; het moet blijken uit de inhoudelijke en financiële banden met
overheidsorganen.
2
, Staats- en bestuursrecht I
Belanghebbende
Mestbassin Mechelen
Rechtsvraag
Wanneer kan een persoon die feitelijke gevolgen ondervindt van een besluit worden aangemerkt als
belanghebbende in de zin van art. 1:2 lid 1 Awb, en hoe dient het criterium ‘gevolgen van enige
betekenis’ te worden ingevuld?
Essentie
Het arrest verduidelijkt het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ bij de beoordeling van
belanghebbendheid. Dit criterium fungeert als correctie op de hoofdregel dat iedereen die feitelijke
gevolgen ondervindt van een besluit als belanghebbende kan worden aangemerkt. Gevolgen zijn van
enige betekenis als ze substantieel genoeg zijn om een persoonlijk belang aan te nemen.
Rechtsregel
Hoofdregel een persoon is belanghebbende als hij rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt
van een activiteit die door het besluit wordt toegestaan.
Correctie gevolgen ontbreken als zij dermate gering zijn dat een persoonlijk belang niet kan
worden aangenomen. Factoren zoals afstand, zicht, planologische uitstraling, milieugevolgen
(geur, geluid, trilling, emissie), aard, intensiteit en frequentie spelen hierbij een rol. Deze factoren
moeten in samenhang worden beoordeeld.
Milieugevolgen het voldoen aan normeringen (zoals afstandseisen of grenswaarden) is niet
doorslaggevend voor de vraag of iemand belanghebbende is. Dit wordt pas bij de inhoudelijke
beoordeling van het beroep relevant.
Inhoud van het arrest
1. Feiten: een mestbassin veroorzaakte geurhinder voor omwonenden. De vraag was of personen
op meer dan 250 meter afstand belanghebbenden waren bij het besluit om niet handhavend op te
treden.
2. Beoordeling: de Raad van State overwoog dat de geurhinder, hoewel afhankelijk van
windrichting en vulmomenten, regelmatig en substantieel genoeg was om gevolgen van enige
betekenis aan te nemen. De afstand van meer dan 250 meter sloot belanghebbendheid niet uit.
3. Uitspraak:
Het besluit van het college om deze omwonenden niet-ontvankelijk te verklaren werd
vernietigd.
De omwonenden werden aangemerkt als belanghebbenden.
Het college moest opnieuw beslissen over de zaak, rekening houdend met de belangen van
alle belanghebbenden.
3
, Staats- en bestuursrecht I
Leereenheid 5
Besluit
Long Lin
Rechtsvraag
Was het besluit van de minister van Verkeer en Waterstaat om een schip de toegang tot de
Nederlandse territoriale wateren te weigeren op grond van voorwaarden inzake financiële garanties
rechtmatig in het licht van het internationale recht, nationale wetgeving en beginselen van behoorlijk
bestuur?
Essentie
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de weigering tot toegang tot de territoriale wateren en
de gestelde garantievoorwaarden in strijd waren met de vereisten van een behoorlijk gemotiveerde
beschikking. Er werd benadrukt dat de ernst van de situatie waarin het schip verkeerde (noodsituatie)
en de mogelijke bedreiging voor de kuststaat zorgvuldig tegen elkaar moesten worden afgewogen.
Rechtsregel
1. Beschikkingskarakter:
Het besluit om het schip de toegang te weigeren werd aangemerkt als een beschikking, ook
al werd de garantievoorwaarde deels gekwalificeerd als privaatrechtelijk.
Art. 2 Wet Arob vereist geen specifiek publiekrechtelijk voorschrift voor een beschikking,
zolang het besluit voortvloeit uit een publiekrechtelijke taak.
2. Internationaal recht:
Een beroep op het recht van onschuldige doorvaart werd afgewezen, omdat dit recht beperkt
is tot snelle, ononderbroken doorvaart en niet van toepassing was op een zwaar beschadigd
schip dat de kustveiligheid zou kunnen bedreigen.
3. Garantievoorwaarden:
De gestelde financiële garantie moest proportioneel zijn en voorzien van een voldoende
motivering.
Het ontbreken van een dergelijke motivering maakte het besluit ondeugdelijk.
4. Soevereiniteit vs. hulpverlening:
De soevereiniteit van de kuststaat geeft de bevoegdheid om toegang te reguleren, maar deze
mag niet zover gaan dat schepen in nood hulp wordt geweigerd.
Inhoud van het arrest
1. Feiten:
Het schip "Long Lin", zwaar beschadigd door een aanvaring, vroeg toegang tot Nederlandse
territoriale wateren voor reparatie. De minister stelde technische eisen en eiste een financiële
garantie (aanvankelijk 20 miljoen gulden, later verlaagd naar 10 miljoen gulden). Toen deze
garantie niet volledig werd geaccepteerd, werd de toegang geweigerd.
2. Overwegingen:
De weigering tot toegang was een publiekrechtelijke beschikking, maar ontbeerde een
voldoende motivering.
Hoewel de Staat gerechtigd was voorwaarden te stellen aan toegang, moest dit in
overeenstemming zijn met het beginsel van een zorgvuldige belangenafweging.
Het bedrag van de garantie moest beperkt blijven tot kosten die redelijkerwijs voortvloeiden
uit de schade, maar hierover werd geen transparantie geboden.
3. Uitspraak:
Het besluit van de minister werd vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel.
4