Een suprapubische katheter is een katheter die via de buikwand in de blaas wordt gebracht. Het
slangetje loopt door een kleine opening in de buikwand boven het schaambeen naar de blaas.
Een suprapubische katheter kan worden gebruikt als verblijfskatheter.
Het plaatsen van een suprapubische katheter is een chirurgische ingreep en gebeurd onder
plaatselijke narcose. Het plaatsen van de katheter gebeurt door een arts
Het verwisselen van de katheter is een voorbehouden handeling. Als een arts opdracht gegeven heeft
en het personeel is bevoegd en bekwaam, mogen zij deze handeling uitvoeren. In het
zorgplan/patiëntendossier moet beschreven staan dat de handeling in opdracht is van de
verantwoordelijke arts.
Daarnaast moet er hulp/advies gevraagd worden als er problemen zijn bij het verwisselen van de
katheter.
Voordelen van een suprapubische katheter:
• Geen/weinig irritatie of beschadiging van de urinebuis
• De kans op blaaskrampen en blaasstenen is kleiner
• De kans op blaasontsteking en andere infecties van de urinewegen is kleiner
• De overstap naar weer zelfstandig plassen is makkelijker
• De katheter is minder hinderlijk voor mensen die nog seksueel actief zijn
Een katheter is een dun en holbuisje, met 2 uiteinden. Bij een
suprapubische katheter ligt onder de tip een ballontje (uiteinde 1). Dit
ballontje houdt de katheter op zijn plek. Uiteinde 2 is buiten het
lichaam en heeft meerdere openingen.
Katheters zijn er in vele maten en soorten. Dit is ook zo bij een suprapubische katheter. Er wordt
gekeken naar:
• Het materiaal waar de katheter van gemaakt is
• Het type katheter
• De diameter van de katheter
• De grootte van de ballon
• Het type kathetertip
• De lengte van de katheter
• Het type opvangsysteem
1
, Anatomie:
Het urinewegstelsel bestaat uit:
• De nieren
o Hier wordt de urine aangemaakt.
o Elke nier heeft 1 nier bek
• Het nierbekken
o De urine wordt hier opgevangen, nadat het is aangemaakt in de nieren.
• Urineleiders
o Vanuit het nierbekken gaat de urine naar de urineleiders
• Blaas
o (Hol) orgaan
o Vangt de urine tijdelijk op
• Urinebuis
o De urine verlaat het lichaam, door te gaan plassen
De blaas ligt zowel bij vrouwen als mannen in het kleine bekken. Het kleine bekken is een holte in de
onderbuik die achter het schaambeen zit. De blaas zit ligt aan de buikkant tegen het kleine bekken
aan.
Bij mannen ligt de blaas aan de rugzijde tegen de endeldarm aan.
Bij vrouwen ligt de blaas aan de rugzijde tegen de baarmoeder aan.
Bij mannen ligt onder de blaas de prostaat, deze ligt om de urinebuis heen.
De wand van de blaas is ong. 5 mm en bestaat uit:
• De urotheel laag. Deze zorgt ervoor dat de blaas waterdicht is.
• Submucosa. Deze laag bestaat vooral uit bindweefsel en beschermt de blaas tegen irriterende
stoffen en/of bacteriën
• Detrusorspier. Deze spier zorgt ervoor dat iemand kan urineren. Als de detrusorspier
overactief is, leidt dit tot hele snelle drang om te gaan plassen of incontinentie.
De blaas kan gemiddeld 300 – 600 ml urine opslaan.
Normaal gesproken produceert iemand per dag 1000 – 1500 ml urine. Dit is wel afhankelijk hoeveel
mensen eten en drinken.
2