Theorie – sondevoeding
Sondevoeding is vloeibare voeding die via een slangetje (de sonde) in de maag of darm wordt
toegediend. Sondevoeding kan de gehele dagelijkse voeding aanvullen of vervangen.
Sondevoeding bevat voedingsstoffen die dagelijks nodig zijn of een gedeelte hiervan.
Soorten sondevoeding:
• Kant-en-klare sondevoeding: Dit is een vloeibare vorm verpakt in flessen of pakjes.
• Poedervorm sondevoeding: dit moet nog aangevuld wordt met steriel water of vers gekookt
en eer afgekoeld water. Dit zodat de bacteriën uit het water is of er zo min mogelijk kalk in
het water zit.
• Polymere sondevoeding: bevat eiwitten, vetten en koolhydraten in de vorm van grote en
intacte moleculen. Hierbij is het van belang dat het maagdarmstelsel van de cliënt goed
wordt, omdat de vertering nog plaats moet vinden.
• Monomere sondevoeding: bevat volledig opneembare kleine voedingsdeeltjes. Eiwitten,
koolhydraten en vetten zijn al (gedeeltelijk) verteerd tot kleine moleculen. Deze voeding
wordt gegeven aan cliënten met een minder goed functionerend maagdarmstelsel waarbij
het verteren niet meer goed uitgevoerd kan worden.
Soorten sondes:
• Neusmaagsondes: de sonde eindigt in de maag
• Neusduodenumsonde: de sonde eindigt in de twaalfvingerige darm, het begin van de dunne
darm.
• Neusjejunumsonde: de sonde eindigt in het tweede gedeelte van de dunne darm
• PEG-sonde: een sonde waarbij de voeding direct in de maag afgegeven wordt. Door een
opening in de buikwand kan een sonde aangelegd worden.
• PEGJ-sonde: een sonde waar het eten direct in het tweede gedeelte van de dunne darm en
een deel van de maag wordt afgegeven.
• PEJ-sonde: een sonde waar het eten direct in het tweede deel van de dunne darm wordt
afgegeven.
• PRG-sonde: een sonde die door röntgendoorlichting in de maag wordt geplaatst.
• Jejunostomiesonde: een sonde die via een operatie door de buikwand geplaats wordt in het
tweede deel van de dunne darm.
• Button: een kort buisje met een ballonnetje. De ballon zit in de maag en wordt gevuld met
water. Aan de buitenkant van de buik zit een rond plaatje. Op de button kan het
sondevoedingssysteem geplaats worden.
1
Sondevoeding is vloeibare voeding die via een slangetje (de sonde) in de maag of darm wordt
toegediend. Sondevoeding kan de gehele dagelijkse voeding aanvullen of vervangen.
Sondevoeding bevat voedingsstoffen die dagelijks nodig zijn of een gedeelte hiervan.
Soorten sondevoeding:
• Kant-en-klare sondevoeding: Dit is een vloeibare vorm verpakt in flessen of pakjes.
• Poedervorm sondevoeding: dit moet nog aangevuld wordt met steriel water of vers gekookt
en eer afgekoeld water. Dit zodat de bacteriën uit het water is of er zo min mogelijk kalk in
het water zit.
• Polymere sondevoeding: bevat eiwitten, vetten en koolhydraten in de vorm van grote en
intacte moleculen. Hierbij is het van belang dat het maagdarmstelsel van de cliënt goed
wordt, omdat de vertering nog plaats moet vinden.
• Monomere sondevoeding: bevat volledig opneembare kleine voedingsdeeltjes. Eiwitten,
koolhydraten en vetten zijn al (gedeeltelijk) verteerd tot kleine moleculen. Deze voeding
wordt gegeven aan cliënten met een minder goed functionerend maagdarmstelsel waarbij
het verteren niet meer goed uitgevoerd kan worden.
Soorten sondes:
• Neusmaagsondes: de sonde eindigt in de maag
• Neusduodenumsonde: de sonde eindigt in de twaalfvingerige darm, het begin van de dunne
darm.
• Neusjejunumsonde: de sonde eindigt in het tweede gedeelte van de dunne darm
• PEG-sonde: een sonde waarbij de voeding direct in de maag afgegeven wordt. Door een
opening in de buikwand kan een sonde aangelegd worden.
• PEGJ-sonde: een sonde waar het eten direct in het tweede gedeelte van de dunne darm en
een deel van de maag wordt afgegeven.
• PEJ-sonde: een sonde waar het eten direct in het tweede deel van de dunne darm wordt
afgegeven.
• PRG-sonde: een sonde die door röntgendoorlichting in de maag wordt geplaatst.
• Jejunostomiesonde: een sonde die via een operatie door de buikwand geplaats wordt in het
tweede deel van de dunne darm.
• Button: een kort buisje met een ballonnetje. De ballon zit in de maag en wordt gevuld met
water. Aan de buitenkant van de buik zit een rond plaatje. Op de button kan het
sondevoedingssysteem geplaats worden.
1