Pedagogiek blok 3 hc1
Wat is gezinspedagogiek?
Normale’ ontwikkeling van kinderen in verschillende,
specifieke opvoedingscontexten (binnen en buiten gezin).
• Wat is ‘normaal’?
- Verschilt per cultuur
- Verandert door de tijd heen
Gezinspedagogiek: Een gezin heeft geen vaste definitie, het verschilt per
‘gezin’ iedereen ervaart het anders. Enorm divers!
De gezinspedagogiek is door de tijd heen enorm veranderd
Traditionele gezin eenoudergezinnen, samengestelde gezinnen,
gezinnen met twee ouders van hetzelfde geslacht, pleeggezinnen,
adoptiegezinnen, etc. etc.
Opvoedtrends: gentle parenting, attachment parenting,
curlingouderschap, tradwives…
- Grote rol social media
Culturele verschillen speelt ook een rol in de gezinspedagogiek.
• Opvoeding kent culturele verschillen
− Voorbeeld: Mbendjele, een geïsoleerde gemeenschap in Congo. Ze
helpen elkaar met de verzorging. Ze leven als Jagers-verzamelaars en de
Baby’s hebben wel 14 verschillende verzorgers!
De impact van opvoeding kent culturele verschillen dezelfde
opvoeding in verschillende culturen kan op verschillende uitkomsten
lijden. Voorbeeld: onderzoek Lansford et al. (2004) Fysiek disciplineren: in
Europees- Amerikaanse gezinnen méér externaliserende problemen kind,
bij Afro-Amerikaanse gezinnen juist niet: Effect van fysiek disciplineren lijkt
vooral door context te komen. Beide type gezinnen zette de pedagogische
tik in de Europees- Amerikaanse deden het uit wanhoop en de Afro-
Amerikaanse niet.
Nederland: superdiverse samenleving (blok 2)
• Wat is de invloed van al die gezins- en opvoedingsvormen voor de
ontwikkeling van een kind? Is het een beter dan het ander?
• Wat is normaal? Wanneer is het niet meer normaal?
• Hoe kunnen we ouders zo goed mogelijk ondersteunen? En wanneer
is dat dan nodig? Wat voor advies moeten we ze dan geven?
Ontwikkeling van het gezin: het begin…
• Eerste 1000 dagen: vanaf 10 maanden voor geboorte tot 2 jaar
• Kansenongelijkheid begint al in de baarmoeder
− Armoede vroeggeboorte, laag geboortegewicht. Geld stress die je
ervaart heeft invloed op de ontwikkeling van het kind, in de
baarmoeder al.
, Hoe slechter de basis, hoe groter de kans op latere problemen. Als de
ouders niet de primaire behoeftes kunnen voorzien, heeft dat grote
effecten op het kind en ook later.
Hoe beter de basis, hoe groter de kans op een gezond leven. Zo is er in
de ontwikkelingspsychologie sprake van een sensitieve en kritieke fase.
Sensitieve fase:
Sensitieve periode: iets wat je makkelijker op de jonge leeftijd kan: het
leren van een taal.
In relatie tot eerste 1000 dagen:
• Verbindingen gevormd bij start vormen basis voor latere verbindingen
“use it or lose it” (vb. Chinese baby’s) zij hebben de R klank niet daarom
blijft deze onbekend en horen ze dit niet in andere talen.
• Hersenen van baby's vereisen stabiele, zorgzame, interactieve relaties
dit is nodig om hersenverbindingen te bewaren. Veilige
gehechtheidsrelatie is essentieel.
Het is véél makkelijker (en goedkoper) om op jonge leeftijd sterke
hersenverbindingen te vormen, dan ze op latere leeftijd te moeten
repareren! (Levitt, 2009)
Preventie problemen voorkomen
Interventie problemen verminderen/oplossen
De eerste 1000 dagen is al met al een periode dat leidt tot veel successen.
• Regulatie (emoties reguleren) = het ervaren, herkennen en doseren
van sensaties, belevingen en affecten (gevoelservaringen) van de ander
en jezelf.
, Dit kan door middel van Co-regulatie – vb. Spiegelen, toon aanpassen,
nabijheid afstemmen en de Balans tussen ontwikkelen en verwerken.
− Herhaling emotieschema’s je leert zelf je emoties reguleren
Het risicio dat je loopt als je niet beschikbaar bent als ouder in emotie
regulatie daar is het still face experiment voor. Het kind doet zijn best om
de moeder weer terug te krijgen. Nu komt dit vaker voor door ouders die
vaak op hun telefoon zitten -> babys zijn niet verbaasd als de ouders niet
beschikbaar zijn omdat het vaker voorkomt.
Relaties
Kwaliteit + stabiliteit relaties eerste 1000 dagen: basis voor later
− Sociale ontwikkeling (latere relaties)
− Cognitieve ontwikkeling (vb. oplossingsvaardigheden)
− Emotionele ontwikkeling (zelfregulatie, zelfvertrouwen)
Stress
niet altijd slecht! Alarmbel voor een noodsituatie.
− Positieve stress: niet erg
− Hanteerbare stress: niet erg voor een goeddoel, heeft geen effecten op
langere termijn
− Toxische stress: als er geen troost is en de stress wordt niet opgelost,
dat heeft wel effect die moet voorkomen worden zeker in de eerste 1000
dagen.
Steeds meer aandacht en overheidsbeleid, vb. Actieprogramma
Kansrijke Start (vanaf 2018) er word aandacht besteed aan de eerste
1000 dagen.
• Preventie = kostenbesparing
• “Professionals en informeel netwerk ondersteunen (aanstaande)
ouders optimaal”
Balansmodel
Risicofactoren: wat brengt die goede basis mogelijk in gevaar? Als er te
veel zijn is dat niet goed.
• Beschermende factoren: wat draagt juist bij aan een goede basis
(beschermt een kind tegen de risicofactoren)? Maar beschermende
factoren tegen de risico factoren moeten goed in balans zijn.
Mogelijke risico factoren: stress, kindfactoren
Mogelijke beschermfactoren relevant als pedagoog: veerkracht, veilige
hechting, ouders die om hulp vragen.
Zojuist behandeld: wetenschappelijk onderbouwde feiten over de
eerste 1000 dagen
• Descriptief: beschrijvend (dit zijn de feiten)
• Prescriptief opvoedingsadviezen “voorschrijven”?
Wat is gezinspedagogiek?
Normale’ ontwikkeling van kinderen in verschillende,
specifieke opvoedingscontexten (binnen en buiten gezin).
• Wat is ‘normaal’?
- Verschilt per cultuur
- Verandert door de tijd heen
Gezinspedagogiek: Een gezin heeft geen vaste definitie, het verschilt per
‘gezin’ iedereen ervaart het anders. Enorm divers!
De gezinspedagogiek is door de tijd heen enorm veranderd
Traditionele gezin eenoudergezinnen, samengestelde gezinnen,
gezinnen met twee ouders van hetzelfde geslacht, pleeggezinnen,
adoptiegezinnen, etc. etc.
Opvoedtrends: gentle parenting, attachment parenting,
curlingouderschap, tradwives…
- Grote rol social media
Culturele verschillen speelt ook een rol in de gezinspedagogiek.
• Opvoeding kent culturele verschillen
− Voorbeeld: Mbendjele, een geïsoleerde gemeenschap in Congo. Ze
helpen elkaar met de verzorging. Ze leven als Jagers-verzamelaars en de
Baby’s hebben wel 14 verschillende verzorgers!
De impact van opvoeding kent culturele verschillen dezelfde
opvoeding in verschillende culturen kan op verschillende uitkomsten
lijden. Voorbeeld: onderzoek Lansford et al. (2004) Fysiek disciplineren: in
Europees- Amerikaanse gezinnen méér externaliserende problemen kind,
bij Afro-Amerikaanse gezinnen juist niet: Effect van fysiek disciplineren lijkt
vooral door context te komen. Beide type gezinnen zette de pedagogische
tik in de Europees- Amerikaanse deden het uit wanhoop en de Afro-
Amerikaanse niet.
Nederland: superdiverse samenleving (blok 2)
• Wat is de invloed van al die gezins- en opvoedingsvormen voor de
ontwikkeling van een kind? Is het een beter dan het ander?
• Wat is normaal? Wanneer is het niet meer normaal?
• Hoe kunnen we ouders zo goed mogelijk ondersteunen? En wanneer
is dat dan nodig? Wat voor advies moeten we ze dan geven?
Ontwikkeling van het gezin: het begin…
• Eerste 1000 dagen: vanaf 10 maanden voor geboorte tot 2 jaar
• Kansenongelijkheid begint al in de baarmoeder
− Armoede vroeggeboorte, laag geboortegewicht. Geld stress die je
ervaart heeft invloed op de ontwikkeling van het kind, in de
baarmoeder al.
, Hoe slechter de basis, hoe groter de kans op latere problemen. Als de
ouders niet de primaire behoeftes kunnen voorzien, heeft dat grote
effecten op het kind en ook later.
Hoe beter de basis, hoe groter de kans op een gezond leven. Zo is er in
de ontwikkelingspsychologie sprake van een sensitieve en kritieke fase.
Sensitieve fase:
Sensitieve periode: iets wat je makkelijker op de jonge leeftijd kan: het
leren van een taal.
In relatie tot eerste 1000 dagen:
• Verbindingen gevormd bij start vormen basis voor latere verbindingen
“use it or lose it” (vb. Chinese baby’s) zij hebben de R klank niet daarom
blijft deze onbekend en horen ze dit niet in andere talen.
• Hersenen van baby's vereisen stabiele, zorgzame, interactieve relaties
dit is nodig om hersenverbindingen te bewaren. Veilige
gehechtheidsrelatie is essentieel.
Het is véél makkelijker (en goedkoper) om op jonge leeftijd sterke
hersenverbindingen te vormen, dan ze op latere leeftijd te moeten
repareren! (Levitt, 2009)
Preventie problemen voorkomen
Interventie problemen verminderen/oplossen
De eerste 1000 dagen is al met al een periode dat leidt tot veel successen.
• Regulatie (emoties reguleren) = het ervaren, herkennen en doseren
van sensaties, belevingen en affecten (gevoelservaringen) van de ander
en jezelf.
, Dit kan door middel van Co-regulatie – vb. Spiegelen, toon aanpassen,
nabijheid afstemmen en de Balans tussen ontwikkelen en verwerken.
− Herhaling emotieschema’s je leert zelf je emoties reguleren
Het risicio dat je loopt als je niet beschikbaar bent als ouder in emotie
regulatie daar is het still face experiment voor. Het kind doet zijn best om
de moeder weer terug te krijgen. Nu komt dit vaker voor door ouders die
vaak op hun telefoon zitten -> babys zijn niet verbaasd als de ouders niet
beschikbaar zijn omdat het vaker voorkomt.
Relaties
Kwaliteit + stabiliteit relaties eerste 1000 dagen: basis voor later
− Sociale ontwikkeling (latere relaties)
− Cognitieve ontwikkeling (vb. oplossingsvaardigheden)
− Emotionele ontwikkeling (zelfregulatie, zelfvertrouwen)
Stress
niet altijd slecht! Alarmbel voor een noodsituatie.
− Positieve stress: niet erg
− Hanteerbare stress: niet erg voor een goeddoel, heeft geen effecten op
langere termijn
− Toxische stress: als er geen troost is en de stress wordt niet opgelost,
dat heeft wel effect die moet voorkomen worden zeker in de eerste 1000
dagen.
Steeds meer aandacht en overheidsbeleid, vb. Actieprogramma
Kansrijke Start (vanaf 2018) er word aandacht besteed aan de eerste
1000 dagen.
• Preventie = kostenbesparing
• “Professionals en informeel netwerk ondersteunen (aanstaande)
ouders optimaal”
Balansmodel
Risicofactoren: wat brengt die goede basis mogelijk in gevaar? Als er te
veel zijn is dat niet goed.
• Beschermende factoren: wat draagt juist bij aan een goede basis
(beschermt een kind tegen de risicofactoren)? Maar beschermende
factoren tegen de risico factoren moeten goed in balans zijn.
Mogelijke risico factoren: stress, kindfactoren
Mogelijke beschermfactoren relevant als pedagoog: veerkracht, veilige
hechting, ouders die om hulp vragen.
Zojuist behandeld: wetenschappelijk onderbouwde feiten over de
eerste 1000 dagen
• Descriptief: beschrijvend (dit zijn de feiten)
• Prescriptief opvoedingsadviezen “voorschrijven”?