Kern van het internationaal publiekrecht van André
Nollkaemper (Boom Juridisch 2019, achtste druk) en reader
International Law (deel 1 en 2)
STUDIE Pre-master Rechtsgeleerdheid Open Universiteit
VAKCODE RS1112-252633S
LEERJAAR: 2025 – 2026
STOF: handboek, kennisclips, hoorcolleges en zelftoetsen en
bijbehorende jurisprudentie
Het tentamen bestaat meestal uit 7 à 8 vragen. Je kunt verschillende soorten vragen verwachten: kennisvragen (feiten
en begrippen), inzichtvragen (begrip van het systeem) en toepassingsvragen (casus). Vooral casusvragen zijn belangrijk,
bijvoorbeeld over staatsaansprakelijkheid, waarbij je een concrete situatie juridisch moet analyseren.
De onderwerpen die zeker terugkomen zijn de kern van het internationaal recht. Dit zijn: de aard en kenmerken van
het internationaal recht en hoe dit doorwerkt in nationale rechtsordes; rechtspersoonlijkheid met nadruk op staten
(wat is een staat en wanneer ontstaat die); rechtsbronnen, vooral verdragenrecht (zoals wanneer verdragen gelden en
hoe staten eraan gebonden zijn); jurisdictie en immuniteit (bijvoorbeeld of leiders vervolgd kunnen worden);
staatsaansprakelijkheid (wanneer een staat verantwoordelijk is voor schade of schendingen); en vrede en veiligheid
(regels rond conflicten en hoe staten die oplossen). De docent benadrukt dat je niet kunt slagen door alleen
oefententamens of PowerPoints te bestuderen. Je moet echt het boek lezen en de stof begrijpen.
, LEEREENHEID 1
Brightspace leereenheid 1
• PCIJ: Case of the S.S. Lotus (France v. Turkey), PCIJ Rep., Ser. A, No. 10 (1927) (in sourcebook).
• ICJ: Legality of the Threat or Use of Nuclear Weapons, [1996] ICJ Rep. 66, paras. 64-87 (in
sourcebook).
• ICJ: North Sea Continental Shelf (F.R. Germany v. Denmark; F.R. Germany v. Netherlands), [1969]
ICJ Rep. 3, esp. paras. 60-83 (in sourcebook).
• ICJ: Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua (Nicaragua v. United States),
Merits, [1986] ICJ Rep. 14, paras. 175-179 (in sourcebook).
1.1 Aard en geschiedenis van internationaal recht
Het internationaal recht kent een aantal specifieke deelgebieden, met daarin subdeelgebieden. Een
voorbeeld van een deelgebied is mensenrechten, maar daaronder valt ook internationaal
vluchtelingenrecht. Internationaal recht omvat veel onderwerpen, omdat veel vraagstukken een
internationale component hebben. Het effect van milieuvervuiling, armoede en geweld stopt niet bij de
grens. Zeker niet in een wereld waar staten nauw met elkaar verbonden zijn en van elkaar afhankelijk zijn.
Het is daarom van belang dat staten onderling afspraken met elkaar maken en regels opstellen over hoe
een bepaald vraagstuk aangepakt dient te worden en waar zij zich aan dienen te houden. Staten sluiten
als het ware overeenkomsten met elkaar waarin regels te vinden zijn over hoe met een bepaald
onderwerp omgegaan dient te worden en welke verplichtingen er zijn.
Het stelsel van internationaal recht is ontwikkeld op het moment dat onafhankelijke en soevereine staten
ontstonden (zie Nollkaemper, nr. 5 en 6). Het Verdrag van Westfalen in 1648 wordt gezien als het
beginpunt van internationaal recht. Dit verdrag maakte een einde aan de Dertigjarige en Tachtigjarige
Oorlog en hield in dat ruim driehonderd politieke eenheden zich ontworstelden aan het gezag van het
Roomse Rijk en het kerkelijke gezag (Nollkaemper, nr. 6). Er werd namelijk afgesproken om het beginsel
van territoriale integriteit te respecteren. Er ontstond een systeem van soevereine staten die
rechtsbetrekkingen met elkaar aangingen. Het stelsel van internationaal recht is in de loop van de jaren
veranderd en uitgebreid. Het is bijvoorbeeld minder eurocentrisch, er zijn andere actoren bijgekomen die
een belangrijke rol spelen en internationaal recht gaat niet meer alleen om de rechten van staten, maar
ook individuen kunnen rechten ontlenen aan internationaal recht. De wereld en wereldorde zien er
immers anders uit dan in 1648. Hoewel het stelsel complexer en uitgebreider is geworden, is de basis van
het stelsel gelijk gebleven. De idee dat een staat soeverein is en baas is binnen haar eigen grenzen is
bijvoorbeeld terug te vinden in art. 2 lid 4 VN Verdrag. Hier vindt u een historisch overzicht van de
ontwikkeling van het stelsel van internationaal recht met belangrijke mijlpalen. Een korte samenvatting
van belangrijke punten:
- De structuur van de internationale rechtsorde is fundamenteel verschillend van die van de
nationale rechtsstelsels. Het stelsel van internationaal recht wordt gekenmerkt door de
afwezigheid van een centraal wetgevend orgaan, dat wil zeggen het equivalent van een nationaal
parlement. Bovendien is er geen internationale politie, leger of algemeen internationale rechter
om de orde te handhaven en sancties op te leggen.
- Als zodanig wordt internationaal recht beschouwd als een systeem dat is gebouwd op, en
afhankelijk is van, de instemming van staten. Zowel de handhaving als de beoordeling van
internationale regels zijn afhankelijk van de instemming van de betrokken staten. Staten
profiteren van de beginselen van soevereine gelijkheid tussen hen en het recht op non-
interventie in hun interne aangelegenheden.
1.2 Bronnen van internationaal recht
Dit onderwerp gaat over de wijze waarop de regels en principes van internationaal recht worden gemaakt
en waar deze regels en principes te vinden zijn. Het uitgangspunt bij dit onderwerp is art. 38 (1) van het
Statuut van het Internationaal Gerechtshof, 1945. Dit is de meest gezaghebbende bron. Art. 38 bepaalt:
Het Hof, dat tot taak heeft de aan hem voorgelegde geschillen te beslechten overeenkomstig het
internationaal recht, doet dit met toepassing van:
, a. Internationale verdragen, zowel van algemene als van bijzondere aard, waarin regels worden
vastgelegd die uitdrukkelijk door de bij het geschil betrokken staten worden erkend;
b. Internationale gewoonten, als blijk van een als recht aanvaarde algemene praktijk;
c. De door beschaafde naties erkende algemene rechtsbeginselen;
d. Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 59, rechterlijke beslissingen, alsmede de
opvattingen van de meest bevoegde schrijvers der verschillende naties, als hulpmiddelen voor
het bepalen van rechtsregels.
2. Deze bepaling laat onverlet de bevoegdheid van het Hof een beslissing ex aequo et bono te geven
indien de partijen daarmee instemmen.
Formele bronnen
De formele bronnen van internationaal recht zijn dus verdragen, internationaal gebruik en algemene
rechtsbeginselen. Er is geen hiërarchie tussen de formele bronnen, vooral tussen gebruik en verdrag; het
is aanvaard dat deze naast elkaar kunnen bestaan. Een nuttig middel om de bronnen in artikel 38, lid 1,
van het ICJ-statuut te begrijpen, is het onderscheid tussen formele en materiële rechtsbronnen te
begrijpen door te kijken naar de functie van de bron.
- Als de bron probeert bindende wetgeving te creëren/definiëren, is het een formele bron (een
voorbeeld van nationale wetgeving die naar behoren is vastgesteld door de Staten-Generaal en
die een koninklijke instemming heeft gekregen). Verdragen, gewoonterecht en algemene
rechtsbeginselen zijn allemaal formele rechtsbronnen.
- Als een bron geen wet creëert, maar ernaar streeft de inhoud en reikwijdte ervan te definiëren, is
het alleen een materiële bron: het identificeert de wet, maar creëert niet de wet. Deze categorie
omvat met name gerechtelijke beslissingen en de wetenschappelijke geschriften van 'publicisten'
(academici en andere internationale juridische experts).
Een aantal aanvullende bronnen is onder de aandacht van internationale juristen gekomen. Deze
omvatten unilaterale statenhandelingen, die verplichtingen voor de staten kunnen creëren; resoluties
van organen van internationale organisaties, met name die van de Algemene Vergadering en de
Veiligheidsraad van de Verenigde Naties; en het werk van de International Law Commission, een
ondergeschikt orgaan van de Algemene Vergadering waarvan de rapporten gericht zijn op de codificatie
en de geleidelijke ontwikkeling van het internationale recht. Deze worden niet opgesomd in artikel 38,
maar zijn vaak relevant bij de bepaling en identificatie van internationaal recht en kunnen verdere
'hulpbronnen' zijn. De vraag blijft echter of ze meer zijn dan dat. Naast deze formele bronnen erkent de
praktijk ook de zogenaamde 'soft law'.
Soft-law
Soft law-normen zijn als zodanig niet bindend, maar kunnen soms worden beschouwd als overtuigend.
Hoewel ze in eerste instantie niet bindend zijn, kunnen deze door consequent oefenen en gebruik wel
worden omgezet in een bindende of 'harde' wet. Voorbeelden van zachte wetgeving zijn belangrijke
resoluties van de Algemene Vergadering van de VN en resoluties van technische/deskundige instanties
zoals de Wereldgezondheidsorganisatie of het Milieuprogramma van de Verenigde Naties.
Kennisclips 1 - LEH 1
Leerdoelen:
• Te omschrijven wat de belangrijkste kenmerken en aard zijn van de internationale rechtsorde;
• Verklaren hoe het internationale recht zich tot het Nederlandse recht verhoudt
Internationaal publiek recht
In de woorden van nollkaemper “Het internationaal publiekrecht regelt de uitoefening van publiek gezag
in de internationale gemeenschap. Het kent bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag
uitoefenen (vooral staten en internationale organisaties) en biedt een juridisch kader waarbinnen zij deze
bevoegdheden uitoefenen”.
Verschillende groepen mensen en volkeren over de hele wereld gaan al sinds het begin der tijden
onderlinge relaties aan: om de vrede te bewaren, samen te werken en handel te drijven. Het precieze
, moment waarop het internationale publiekrecht is ontstaan en deze relaties ging beheersen is moeilijk
aan te wijzen. Toch wordt daar vaak 1648 voor gekozen, oftewel de vrede van Westfalen. Een aantal
verdragen maakte toen een einde aan de dertigjarige en tachtigjarige oorlog. Een belangrijke reden
waarom deze verdragen dit konden bereiken, was dat de verschillende politieke eenheden in Europa
afspraken dat de paus zich in veel mindere mate met hun interne aangelegenheden mocht bemoeien en
de keuze voor dit beginpunt In de bestudering van internationaal recht geeft namelijk inzicht In de
eurocentrische wortels van de aard van het huidige internationale publiekrecht.
De vrede van Westfalen speelde namelijk een belangrijke rol in het ontstaan van Staten, zoals we die nu
kennen. Zoals Nollkaemper beschrijft, ontstond er op het fundament van de vrede van Westfalen, een
systeem van soevereine en gelijke Staten dat niet langer aan een hoger gezag onderworpen. Uit het
idee van soevereiniteit en gelijkheid van Staten onderling vloeien de basale kenmerken van het huidige
internationale recht voort. Zonder stil te kunnen staan bij alle andere relevante historische
ontwikkelingen die het internationale publiekrecht verder hebben gevormd, gaan we nu in op deze basale
kenmerken.
Kenmerken internationale publiekrecht
1) Soevereine gelijkheid van Staten – Uit de soevereine gelijkheid van Staten vloeit voort dat Staten
in principe geen inmenging van anderen hoeft te dulden: dit betekent dat het internationale
recht in eerste instantie gericht is op co-existentie en alleen waar Staten dat er ook wensen op
samenwerking en eventueel integratie.
2) Co-existentie, samenwerking en integratie - Ook betekent dit dat het internationale recht vooral
rechten en plichten voor Staten in het leven roept, maar ook dat staat zelf, de makers zijn van het
internationale recht. Er is daar ook maar weinig internationaal recht dat echt universeel van
toepassing is.
3) Toestemming van Staten noodzakelijk voor vorming internationaal recht - Staten dienen
namelijk zelf toestemming te geven om gebonden te worden aan het internationale recht. De
internationale rechtsorde verschilt dus fundamenteel van de nationale rechtsorde.
4) Geen centraal gezag en fragmentarische toepassing - Het internationale recht kent geen centraal
gezag en heeft in haar toepassing een fragmentarisch karakter.
3 elementen:
Nollkaemper werkt de kenmerken van het internationale recht verder uit door onderscheid te maken
tussen: het internationale element, het publieke element en het juridische element.
1) Het internationale element - houdt in dat er een formele scheiding is tussen de nationale en
internationale rechtsorde en dit betekent dat een nationale regel in principe geen juridische
betekenis heeft in de internationale rechtsorde. Andersom kunnen internationale regels niet zelf
bepalen wat voor rechtsgevolgen zij hebben in de nationale rechtsorde. De internationale rechtsorde
kent dus eigen regels en dat internationale karakter van die regels wordt bepaald door de rechtsbron
waar deze regel uit voortvloeit.
2) Het publieke element - ligt besloten in twee kenmerken,
a. Een het internationale recht legitimeert en reguleert de uitoefening van publiek gezag in de
internationale gemeenschap. Internationaal recht heeft dus slechts indirect betrekking op
individuen.
b. Het internationale recht is gericht op het beschermen van publieke belangen. Het gaat daarbij in
eerste instantie om de bescherming van de belangen van individuele Staten via internationale
afspraken, maar ook om het beschermen van gezamenlijke en soms mondiale belangen.
3) Het juridische element - houdt in dat de regels van internationaal publiek krijgt te onderscheiden zijn
van andere normen zoals morele en politieke normen. Twee criteria onderscheiden de juridische
regels van de niet juridische regels.
a. Het positivisme: deze opvatting stelt dat een regel slechts juridisch van aard is als zij voortvloeit
uit een juridische rechtsbron.
b. De juridische regels zijn onderdeel van een systeem dat schending van een norm verbindt aan
een sanctie.