Hoorcollege aantekeningen
Ontwikkelingspsychologie
Hoorcollege 1 Maandag 2 februari
Wat is ontwikkelingspsychologie?
- Verandering van psychologie (hoe verandert psychologie over de tijd?)
- Psychologie van verandering (hoe vindt verandering precies plaats? (maturatie/leren)
Waarom ontwikkelingspsychologie?
- Begrijpen hoe dingen werken
- Voorspellen
- Voorkomen van problemen
Belangrijkste principes ontwikkelings-/lifespan psychologie
- Plasticiteit → dingen zijn veranderbaar
- Hele levensloop (niet alleen de kindertijd)
- Multidimensionaal → verschillende domeinen beïnvloeden elkaar
- Multidirectioneel → niet alleen ‘groei’, ook ‘afname’
- Contextueel → het is omgevingsafhankelijk
- (Multidisciplinair)
Ontwikkelingsfasen
- Prenatal development (alles voor geboorte)
- Infancy (geboorte tot 12 maanden)
- Toddlerhood (12-30 maanden)
- Early childhood (30 maanden tot 6 jaar)
- Middle/late childhood (6 jaar tot begin pubertijd)
- Adolescence (begin pubertijd tot ongeveer 20 jaar)
- Early adulthood (20-30 jaar)
- Established adulthood (30-45 jaar)
- Middle adulthood (45-65 jaar)
- Late adulthood (65-overlijden)
Belangrijke thema’s
• Nature vs nurture → nativisme (aangeboren) vs omgeving
• Continue vs discontinue ontwikkeling → geleidelijk of abrupt (stages) ,
• tegenwoordig; veel continue met hier en daar een ‘groeispurt’.
• soms ook een threshold (psychologische ontwikkeling continue, maar komt boven grens uit waardoor
opeens iets nieuws kan)
,Hoorcollege 2 Donderdag 5 februari
Evolutionary developmental Psychology
We zien ontzettend veel verschillen tussen mensen. We zijn in het beginsel niet van elkaar te onderscheiden.
Maar op welk moment zien we dat we een andere kant op gaan dan dieren?
Genotype → phenotype → met elkaar zorgen voor nieuw genotype
Genotype: genetische aanleg, DNA dat je via je ouders krijgt
Fenotype: wat daarvan zichtbaar wordt in de praktijk, zoals je oogkleur
We hebben allemaal een genotype (DNA), door interactie met de omgeving ontstaat een fenotype. Het
genotype van beide ouders wordt gecombineerd en er ontstaat hierdoor een nieuw genotype.
Fenotype is dus niet zomaar een kopie van je genotype: het ontstaat door interactie met de omgeving. Genen
geven bepaalde mogelijkheden, maar bijv je voeding, opvoeding etc. bepalen hoe deze tot uiting komen.
Evolutie: het feit dat we een gemeenschappelijke voorouder hebben
Het grootste gedeelte van onze huidige genen zijn het resultaat van miljoenen jaren natuurlijke selectie.
Bij natuurlijke selectie worden alleen de genotypes die het goed doen in de omgeving uiteindelijk
doorgegeven aan de volgende generatie.
Survival of the fittest: goed genoeg bij de omgeving passen.
Fit: Passen, degene die het beste aan zijn omgeving is aangepast.
Het is niet nodig om het ‘beste’ bij je omgeving te passen, maar ‘net genoeg’.
Evolutie
Alleen maar een theorie?
Nee. We kunnen ook observeren en er is ook genoeg bewijs voor.
Knock out studies
Van genotype naar phenotype
Een verandering in het genotype moet ook een verandering in het fenotype teweegbrengen.
Er zijn verschillende Knock out studies gedaan om dit te onderzoeken.
Bij een knock out studie wordt een specifiek gen uitgeschakeld, waardoor het een fysiologische/
morfologische verandering teweeg kan brengen.
Bij een knock out study wordt een gen uitgeschakeld, daarna wordt gekeken of dat zorgt voor een
verandering in fenotype, zo ja: dan laat dat zien dat dat gen een rol speelt in die eigenschap.
‘Natuurlijke’ selectie in het lab
Vaak met fruitvliegjes onderzocht, hiervan ontstaat iedere dag een nieuwe generatie.
Een groep fruitvliegjes werd in het licht geplaatst, andere in het donker.
Fruitvliegjes van dezelfde soort, sommige werden in het donker gezet, en sommige in het licht gezet. Na
verloop van generatie zag je dat in de donkere kamer alleen maar vliegjes leefden die zich hadden aangepast
aan hun omgeving → er was een subsoort ontstaan.
‘Natuurlijke’ selectie in de echte wereld
Chernobyl, wolven hadden weerstand ontwikkeld tegen kanker.
Nucleaire reactor (Chernobyl) ontploft → bijna alles wat leefde in die omgeving liep stralingsvergiftiging op
en ging dood. In ieder geval zijn er 2 soorten bacteriën resistenter geworden tegen radioactieve straling →
sterk bewijs voor adaptatie.
Dit is ook later bij wolven gevonden.
Ook een observeerbaar fenomeen
We delen 98,5% van ons DNA met chimpansees!
Wij zijn het meest nauw verwant aan chimpansees en bonobo’s (maar zij meer aan elkaar)
We zijn iets minder verwant aan gorilla’s
De apen waar we het verst vandaan staan zijn de orang-oetans.
,Het grootste gedeelte van onze huidige genen zijn het resultaat van miljoenen jaren natuurlijke selectie:
Een gedeelte van deze genen bepaalt hoe onze psychologische systemen in elkaar zitten, en beïnvloedt dus
ons gedrag.
Kernvragen van evolutionaire en vergelijkende psychologie:
1. Hoe vergelijkbaar is onze psychologie met die van andere dieren?
2. In welk opzicht ontwikkelt onze psychologie zich op een unieke manier?
1. Hoe vergelijkbaar is onze psychologie met die van andere dieren
Waarom hebben wij een stress systeem? Om om te gaan met gevaar. Het had ooit een adaptieve functie
en hielp onze voorouders om beter met gevaar om te gaan.
Als er een bedreigende situatie is, moet je lichaam snel kunnen reageren. Er is geen tijd om rustig na te
denken, het stresssysteem gaat aan:
• Het systeem triggert het Fight or flight response → zo veel mogelijk energie naar spieren toe voeren (om
te overleven)
• Glucose en vet uit vetcellen gehaald voor gebruik (kunnen gebruikt worden als brandstof)
• Daardoor meer zuurstof in bloed (spieren hebben niet alleen brandstof nodig maar ook zuurstof)
• Hogere hartslag om dit zo snel mogelijk naar spieren te krijgen (transportsysteem harder werken)
• Pijn wordt onderdrukt
• Korte boost immuunsysteem (lichaam bereidt zich als het ware voor op mogelijke schade)
• Specifieke psychologische boost
• Versterkte waarneming (waar komt het gevaar vandaan?!)
• Boost specifiek soort geheugen (e.g., omgeving)
Maar dit systeem haalt dus ook energie weg van processen die niet nodig zijn in die situatie zoals:
• Spijsvertering
• Groei
• Genezing
• Voortplanting
Hier heb je namelijk (op dat moment) toch niks aan → alles wat niet helpend is om gevaar te overleven
wordt tijdelijk onderdrukt.
Met andere woorden: Als je niet in staat bent een stressrespons te genereren wanneer het nodig is zit je in de
problemen, want dan kun je bijv niet snel genoeg reageren, gevaar minder goed opmerken en minder goed
overleven.
Een stress systeem is adaptief: het is een systeem dat nuttig is, omdat het ons helpt om ons aan te passen aan
gevaarlijke omstandigheden.
Maar wat als de stress constant is?
• Als je deze respons te vaak aan zet, wordt het moeilijker hem weer uit te zetten!
• Chronische stress (cortisol)→ op lange termijn schadelijk voor onze gezondheid
Lange termijn gevolgen van chronische stress
Verhoogde kans op;
• Cardiovasculaire problemen = problemen met hart en bloedvaten (e.g., hartaanval, beroerte). Langdurige
druk op het hart en de vaten → waarschijnlijk dat er ergens in het systeem scheurtjes ontstaan
• Diabetes → stress zorgt ervoor dat er vaak glucose wordt vrijgemaakt: constant hoge suikerspiegel
waardoor je cellen minder gevoelig worden voor insuline en dit houdt je lichaam niet bij (je lichaam houdt er
op een gegeven moment mee op om insuline te maken op dat tempo en systeem raakt ontregeld).
• Spijsverteringsproblemen en maagzweren
• Verminderde groei bij kinderen
• Seksuele en voortplantingsproblemen
• Problemen met het immuunsysteem en auto-immuun ziekten (je krijgt een dip na de piek omdat het te
veel moeite kost om dat level hoog te houden)
• Slaapproblemen → Van cortisol wordt je wakker (meer alert), dus je slaapt moeilijker en lichter.
• Angst en depressie
, Waarom zijn mensen dan zo gevoelig voor lange termijn stress?
• Toen onze stress systemen evolueerden hadden we andere en minder continue stressors in onze omgeving,
we leefden in een andere omgeving dan nu. De stressoren waren meer acuut, concreet, tijdelijk, fysiek.
Zoals bijv. een roofdier of een gevecht. Tegenwoordig hebben we meer stress rondom tentamens,
werkdruk, geldzorgen etc. Dit zijn langdurige stressoren. Daar is het oude stresssysteem minder goed op
afgesteld.
• Nu we meer continue stressoren hebben → meer kans op overactief stress systeem
• Mensen zijn goed in stress krijgen van dingen die nog niet eens gebeurd zijn. → We zijn goed in
dingen bedenken die mogelijk gebeuren (maar waarschijnlijk niet) en als dit stressvolle situaties
oplevert krijgen we dus stress om dingen die helemaal niet hoeven te gebeuren → dieren doen dat veel
minder.
• Ook geëvolueerd om ons te beschermen en zorgt nu alleen maar voor problemen in het lichaam:
Dit noemen we ook wel de: Evolutionary mismatch of Evolutionary mismatch theory: Een evolutionary
mismatch betekent dat een systeem dat ooit goed werkte in de omgeving waarin het geëvolueerd is, minder
goed past bij de moderne omgeving.
→ Systemen die ooit vooral adaptief waren werken nu tegen ons omdat onze omgeving is veranderd
• En evolutie werkt vaak niet snel genoeg om dit aan te passen
• Andere voorbeelden:
• Spijsvertering versus vet en suikerrijk eten + minder bewegen
Er zit geen rem op, want die was vroeger nooit nodig, maar nu zorgt het voor gezondheidsproblemen.
Vroeger was energierijk eten schaars en heel waardevol. Als je vet of suiker tegenkwam, was het slim om
daarvan te eten, want: je wist niet wanneer je weer voedsel vond, energie opslaan was handig, overleven hing
af van genoeg calorieën.
Maar ook bij andere diersoorten komt deze mismatch voor → Baby schildpadden en lichtvervuiling
• Babyschildpadden richten zich op een lichtere omgeving, maar als de mens lantaarnpalen neerzetten aan
de andere kant van het strand gaat dat natuurlijk mis en gaan ze de verkeerde kant op.
Dus:
• Soms kijken we naar complexe factoren in onze cultuur of onze moderne omgeving om gedrag te
verklaren.
• Maar vervolgens zien we precies hetzelfde gedrag in andere dieren
• Om de psychologische systemen die onder ons gedrag zitten te begrijpen kunnen we niet alleen naar de
huidige tijd kijken, maar moeten we naar onze evolutionaire historie kijken!
2. In welk opzicht ontwikkelt onze psychologie zich op een unieke manier?
Is onze psychologie uniek?:
We zien een aantal verschillen, apen gebruiken ook voertuigen om te vissen, maar dat is net iets anders dan
in kassen voedsel verbouwen.
We zien ook dat diersoorten hun omgeving aanpassen om het bewoonbaar te maken (zoals een huis bouwen
bij mieren). Maar dat is ook net iets anders dan een flat ontworpen door mensen.
Dieren kunnen ook reizen, en leggen grote afstanden af. Maar dat is ook iets anders dan de mens die naar de
maan is gegaan.
Maar het verschil zit in de schaal, complexiteit en vooral in het cumulatieve karakter.
• We zijn beter in staat de omgeving naar onze hand te zetten. Hoe kan dit? En hoe is het zo ver gekomen?
Dual inheritence theory = evolutie werkt omdat we een deel van onze genen van een ouder meekrijgen.
Maar we krijgen ook de omgeving mee. We erven dus twee dingen:
We erven zowel onze genen als onze omgeving van onze ouders.
Je komt in een omgeving die door je ouders is gecreëerd.
Niche construction: je aanpassen aan de omgeving die je ‘geërfd” hebt
Een niche is de omgeving waarin een organisme leeft.
Bij niche construction gaat het om het idee dat organismen niet alleen door hun omgeving gevormd worden,
maar ook zelf hun omgeving veranderen, waardoor weer nieuwe selectiedruk ontstaat.
Ontwikkelingspsychologie
Hoorcollege 1 Maandag 2 februari
Wat is ontwikkelingspsychologie?
- Verandering van psychologie (hoe verandert psychologie over de tijd?)
- Psychologie van verandering (hoe vindt verandering precies plaats? (maturatie/leren)
Waarom ontwikkelingspsychologie?
- Begrijpen hoe dingen werken
- Voorspellen
- Voorkomen van problemen
Belangrijkste principes ontwikkelings-/lifespan psychologie
- Plasticiteit → dingen zijn veranderbaar
- Hele levensloop (niet alleen de kindertijd)
- Multidimensionaal → verschillende domeinen beïnvloeden elkaar
- Multidirectioneel → niet alleen ‘groei’, ook ‘afname’
- Contextueel → het is omgevingsafhankelijk
- (Multidisciplinair)
Ontwikkelingsfasen
- Prenatal development (alles voor geboorte)
- Infancy (geboorte tot 12 maanden)
- Toddlerhood (12-30 maanden)
- Early childhood (30 maanden tot 6 jaar)
- Middle/late childhood (6 jaar tot begin pubertijd)
- Adolescence (begin pubertijd tot ongeveer 20 jaar)
- Early adulthood (20-30 jaar)
- Established adulthood (30-45 jaar)
- Middle adulthood (45-65 jaar)
- Late adulthood (65-overlijden)
Belangrijke thema’s
• Nature vs nurture → nativisme (aangeboren) vs omgeving
• Continue vs discontinue ontwikkeling → geleidelijk of abrupt (stages) ,
• tegenwoordig; veel continue met hier en daar een ‘groeispurt’.
• soms ook een threshold (psychologische ontwikkeling continue, maar komt boven grens uit waardoor
opeens iets nieuws kan)
,Hoorcollege 2 Donderdag 5 februari
Evolutionary developmental Psychology
We zien ontzettend veel verschillen tussen mensen. We zijn in het beginsel niet van elkaar te onderscheiden.
Maar op welk moment zien we dat we een andere kant op gaan dan dieren?
Genotype → phenotype → met elkaar zorgen voor nieuw genotype
Genotype: genetische aanleg, DNA dat je via je ouders krijgt
Fenotype: wat daarvan zichtbaar wordt in de praktijk, zoals je oogkleur
We hebben allemaal een genotype (DNA), door interactie met de omgeving ontstaat een fenotype. Het
genotype van beide ouders wordt gecombineerd en er ontstaat hierdoor een nieuw genotype.
Fenotype is dus niet zomaar een kopie van je genotype: het ontstaat door interactie met de omgeving. Genen
geven bepaalde mogelijkheden, maar bijv je voeding, opvoeding etc. bepalen hoe deze tot uiting komen.
Evolutie: het feit dat we een gemeenschappelijke voorouder hebben
Het grootste gedeelte van onze huidige genen zijn het resultaat van miljoenen jaren natuurlijke selectie.
Bij natuurlijke selectie worden alleen de genotypes die het goed doen in de omgeving uiteindelijk
doorgegeven aan de volgende generatie.
Survival of the fittest: goed genoeg bij de omgeving passen.
Fit: Passen, degene die het beste aan zijn omgeving is aangepast.
Het is niet nodig om het ‘beste’ bij je omgeving te passen, maar ‘net genoeg’.
Evolutie
Alleen maar een theorie?
Nee. We kunnen ook observeren en er is ook genoeg bewijs voor.
Knock out studies
Van genotype naar phenotype
Een verandering in het genotype moet ook een verandering in het fenotype teweegbrengen.
Er zijn verschillende Knock out studies gedaan om dit te onderzoeken.
Bij een knock out studie wordt een specifiek gen uitgeschakeld, waardoor het een fysiologische/
morfologische verandering teweeg kan brengen.
Bij een knock out study wordt een gen uitgeschakeld, daarna wordt gekeken of dat zorgt voor een
verandering in fenotype, zo ja: dan laat dat zien dat dat gen een rol speelt in die eigenschap.
‘Natuurlijke’ selectie in het lab
Vaak met fruitvliegjes onderzocht, hiervan ontstaat iedere dag een nieuwe generatie.
Een groep fruitvliegjes werd in het licht geplaatst, andere in het donker.
Fruitvliegjes van dezelfde soort, sommige werden in het donker gezet, en sommige in het licht gezet. Na
verloop van generatie zag je dat in de donkere kamer alleen maar vliegjes leefden die zich hadden aangepast
aan hun omgeving → er was een subsoort ontstaan.
‘Natuurlijke’ selectie in de echte wereld
Chernobyl, wolven hadden weerstand ontwikkeld tegen kanker.
Nucleaire reactor (Chernobyl) ontploft → bijna alles wat leefde in die omgeving liep stralingsvergiftiging op
en ging dood. In ieder geval zijn er 2 soorten bacteriën resistenter geworden tegen radioactieve straling →
sterk bewijs voor adaptatie.
Dit is ook later bij wolven gevonden.
Ook een observeerbaar fenomeen
We delen 98,5% van ons DNA met chimpansees!
Wij zijn het meest nauw verwant aan chimpansees en bonobo’s (maar zij meer aan elkaar)
We zijn iets minder verwant aan gorilla’s
De apen waar we het verst vandaan staan zijn de orang-oetans.
,Het grootste gedeelte van onze huidige genen zijn het resultaat van miljoenen jaren natuurlijke selectie:
Een gedeelte van deze genen bepaalt hoe onze psychologische systemen in elkaar zitten, en beïnvloedt dus
ons gedrag.
Kernvragen van evolutionaire en vergelijkende psychologie:
1. Hoe vergelijkbaar is onze psychologie met die van andere dieren?
2. In welk opzicht ontwikkelt onze psychologie zich op een unieke manier?
1. Hoe vergelijkbaar is onze psychologie met die van andere dieren
Waarom hebben wij een stress systeem? Om om te gaan met gevaar. Het had ooit een adaptieve functie
en hielp onze voorouders om beter met gevaar om te gaan.
Als er een bedreigende situatie is, moet je lichaam snel kunnen reageren. Er is geen tijd om rustig na te
denken, het stresssysteem gaat aan:
• Het systeem triggert het Fight or flight response → zo veel mogelijk energie naar spieren toe voeren (om
te overleven)
• Glucose en vet uit vetcellen gehaald voor gebruik (kunnen gebruikt worden als brandstof)
• Daardoor meer zuurstof in bloed (spieren hebben niet alleen brandstof nodig maar ook zuurstof)
• Hogere hartslag om dit zo snel mogelijk naar spieren te krijgen (transportsysteem harder werken)
• Pijn wordt onderdrukt
• Korte boost immuunsysteem (lichaam bereidt zich als het ware voor op mogelijke schade)
• Specifieke psychologische boost
• Versterkte waarneming (waar komt het gevaar vandaan?!)
• Boost specifiek soort geheugen (e.g., omgeving)
Maar dit systeem haalt dus ook energie weg van processen die niet nodig zijn in die situatie zoals:
• Spijsvertering
• Groei
• Genezing
• Voortplanting
Hier heb je namelijk (op dat moment) toch niks aan → alles wat niet helpend is om gevaar te overleven
wordt tijdelijk onderdrukt.
Met andere woorden: Als je niet in staat bent een stressrespons te genereren wanneer het nodig is zit je in de
problemen, want dan kun je bijv niet snel genoeg reageren, gevaar minder goed opmerken en minder goed
overleven.
Een stress systeem is adaptief: het is een systeem dat nuttig is, omdat het ons helpt om ons aan te passen aan
gevaarlijke omstandigheden.
Maar wat als de stress constant is?
• Als je deze respons te vaak aan zet, wordt het moeilijker hem weer uit te zetten!
• Chronische stress (cortisol)→ op lange termijn schadelijk voor onze gezondheid
Lange termijn gevolgen van chronische stress
Verhoogde kans op;
• Cardiovasculaire problemen = problemen met hart en bloedvaten (e.g., hartaanval, beroerte). Langdurige
druk op het hart en de vaten → waarschijnlijk dat er ergens in het systeem scheurtjes ontstaan
• Diabetes → stress zorgt ervoor dat er vaak glucose wordt vrijgemaakt: constant hoge suikerspiegel
waardoor je cellen minder gevoelig worden voor insuline en dit houdt je lichaam niet bij (je lichaam houdt er
op een gegeven moment mee op om insuline te maken op dat tempo en systeem raakt ontregeld).
• Spijsverteringsproblemen en maagzweren
• Verminderde groei bij kinderen
• Seksuele en voortplantingsproblemen
• Problemen met het immuunsysteem en auto-immuun ziekten (je krijgt een dip na de piek omdat het te
veel moeite kost om dat level hoog te houden)
• Slaapproblemen → Van cortisol wordt je wakker (meer alert), dus je slaapt moeilijker en lichter.
• Angst en depressie
, Waarom zijn mensen dan zo gevoelig voor lange termijn stress?
• Toen onze stress systemen evolueerden hadden we andere en minder continue stressors in onze omgeving,
we leefden in een andere omgeving dan nu. De stressoren waren meer acuut, concreet, tijdelijk, fysiek.
Zoals bijv. een roofdier of een gevecht. Tegenwoordig hebben we meer stress rondom tentamens,
werkdruk, geldzorgen etc. Dit zijn langdurige stressoren. Daar is het oude stresssysteem minder goed op
afgesteld.
• Nu we meer continue stressoren hebben → meer kans op overactief stress systeem
• Mensen zijn goed in stress krijgen van dingen die nog niet eens gebeurd zijn. → We zijn goed in
dingen bedenken die mogelijk gebeuren (maar waarschijnlijk niet) en als dit stressvolle situaties
oplevert krijgen we dus stress om dingen die helemaal niet hoeven te gebeuren → dieren doen dat veel
minder.
• Ook geëvolueerd om ons te beschermen en zorgt nu alleen maar voor problemen in het lichaam:
Dit noemen we ook wel de: Evolutionary mismatch of Evolutionary mismatch theory: Een evolutionary
mismatch betekent dat een systeem dat ooit goed werkte in de omgeving waarin het geëvolueerd is, minder
goed past bij de moderne omgeving.
→ Systemen die ooit vooral adaptief waren werken nu tegen ons omdat onze omgeving is veranderd
• En evolutie werkt vaak niet snel genoeg om dit aan te passen
• Andere voorbeelden:
• Spijsvertering versus vet en suikerrijk eten + minder bewegen
Er zit geen rem op, want die was vroeger nooit nodig, maar nu zorgt het voor gezondheidsproblemen.
Vroeger was energierijk eten schaars en heel waardevol. Als je vet of suiker tegenkwam, was het slim om
daarvan te eten, want: je wist niet wanneer je weer voedsel vond, energie opslaan was handig, overleven hing
af van genoeg calorieën.
Maar ook bij andere diersoorten komt deze mismatch voor → Baby schildpadden en lichtvervuiling
• Babyschildpadden richten zich op een lichtere omgeving, maar als de mens lantaarnpalen neerzetten aan
de andere kant van het strand gaat dat natuurlijk mis en gaan ze de verkeerde kant op.
Dus:
• Soms kijken we naar complexe factoren in onze cultuur of onze moderne omgeving om gedrag te
verklaren.
• Maar vervolgens zien we precies hetzelfde gedrag in andere dieren
• Om de psychologische systemen die onder ons gedrag zitten te begrijpen kunnen we niet alleen naar de
huidige tijd kijken, maar moeten we naar onze evolutionaire historie kijken!
2. In welk opzicht ontwikkelt onze psychologie zich op een unieke manier?
Is onze psychologie uniek?:
We zien een aantal verschillen, apen gebruiken ook voertuigen om te vissen, maar dat is net iets anders dan
in kassen voedsel verbouwen.
We zien ook dat diersoorten hun omgeving aanpassen om het bewoonbaar te maken (zoals een huis bouwen
bij mieren). Maar dat is ook net iets anders dan een flat ontworpen door mensen.
Dieren kunnen ook reizen, en leggen grote afstanden af. Maar dat is ook iets anders dan de mens die naar de
maan is gegaan.
Maar het verschil zit in de schaal, complexiteit en vooral in het cumulatieve karakter.
• We zijn beter in staat de omgeving naar onze hand te zetten. Hoe kan dit? En hoe is het zo ver gekomen?
Dual inheritence theory = evolutie werkt omdat we een deel van onze genen van een ouder meekrijgen.
Maar we krijgen ook de omgeving mee. We erven dus twee dingen:
We erven zowel onze genen als onze omgeving van onze ouders.
Je komt in een omgeving die door je ouders is gecreëerd.
Niche construction: je aanpassen aan de omgeving die je ‘geërfd” hebt
Een niche is de omgeving waarin een organisme leeft.
Bij niche construction gaat het om het idee dat organismen niet alleen door hun omgeving gevormd worden,
maar ook zelf hun omgeving veranderen, waardoor weer nieuwe selectiedruk ontstaat.