Artikelen
,Tessa C. van Charldorp
What happened? From talk to text in police interrogations
1. Introductie
Wanneer gesproken taal opgeschreven wordt, vinden er verschillende transformaties plaats.
De geschreven tekst is meer gedetailleerd, bevat veel feiten, is preciezer en het is geschreven
vanuit het perspectief van de politieagent. Zij maken gebruik van hun eigen chronologie om
de gebeurtenissen op te schrijven. Zij beïnvloeden het verhaal door door te vragen, te
onderbreken of vertellen het verhaal zelf en vragen om bevestiging. Er zijn drie manieren om
het verhaal te laten vertellen. Ten eerste kan de verdachte uitgenodigd worden om het verhaal
van het begin tot het eind te vertellen. Ten tweede kan de politieagent onderbreken tijdens het
verhaal met vragen. Ten derde kan de politieagent zelf een verhaal vertellen en aan de
verdachte vragen in hoeverre dit klopt. Dit noemen we een imposed story en het wordt
gebruikt wanneer de verdachte het verhaal niet wil vertellen of wanneer het vertelde verhaal
volgens de politieagent niet klopt met wat er gebeurd is.
2. Verhalen vertellen in internationale context
Mensen vertellen verhalen om hun ervaringen en gevoelens te delen met anderen. In verhalen
zit een generale structuur.
1. Oriëntatie
2. Actie
3. Evaluatie
4. Resolutie
5. Coda / afsluiting
Wanneer iemand een verhaal vertelt, wordt hij beïnvloed door anderen. Het is een interactie
tussen meerdere mensen. Bij politieverhoren wordt het verhaal dat de verdachte vertelt
gerecontextualiseerd in een geschreven tekst. In Engeland schrijft de politieagent mee, in
Zweden typt de politieagent het verhaal na afloop en in Nederland typt de agent terwijl de
verdachte aan het vertellen is.
4. Analyses
Allereerst zijn er free stories: verhalen die verteld worden door de verdachte zonder dat hij
hierin beïnvloedt of gestoord wordt. Na het verhaal worden er aanvullende vragen gesteld.
Vaak worden deze aanvullende vragen niet opgeschreven, zodat het lijkt alsof het hele verhaal
vanuit de verdachte zelf is verteld. Vaak wordt ook de chronologie veranderd zodat deze beter
klopt in het verhaal. Een andere manier van verhoren, het stellen van vragen, wordt vaak
gebruikt om aan de verdachte duidelijk te maken dat de agent wel weet wat er gebeurd is en
dat hij het alleen vraagt om het te checken.
, F. van der Houwen & G. Jol
Negiotating the right to remain silent in inquisitorial trials
1. Introductie
De cautie houdt in dat een verdachte geen antwoord hoeft te geven op vragen. Het
Nederlandse rechtssysteem is inquisitoir van nature, dat houdt in dat de rechter een actieve rol
speelt in het strafproces. In de Nederlandse cautie is, anders dan in andere landen, het recht op
het hebben van een advocaat niet opgenomen. Verdachten krijgen te maken met een dilemma
wanneer het om de cautie gaat. Zij willen meewerken aan het proces om op deze manier een
meewerkende houding te laten zien aan de rechter. Dit kan strafvermindering opleveren. Aan
de andere kant willen zij geen antwoorden geven die tegen hen gebruikt kunnen worden en
zichzelf op deze manier incrimineren. Ook voor de rechter is er een dilemma: aan de ene kant
heeft de verdachte het recht om te zwijgen, aan de andere kant willen zij de waarheid boven
tafel krijgen. De cautie wordt gegeven nadat de identiteit van de verdachte is vastgesteld. Er is
geen vaste vorm van de cautie in Nederland, anders dan in Amerika. Men mag vragen blijven
stellen aan een verdachte ook als hij zegt dat hij zich beroept op zijn zwijgrecht. Dit moet de
verdachte dan bij elke vraag herhalen. Vragen die beginnen met ‘maar’ roepen bij de
verdachte het gevoel op dat het vorige antwoord niet juist of niet toereikend was. Het geven
van de cautie voor een vraag heeft drie effecten. Ten eerste wordt de druk bij de verdachte
afgenomen, ten tweede kan de druk juist toenemen omdat het blijkbaar een belangrijke vraag
is en ten derde maakt de rechter duidelijk dat de rechten van de verdachte goed in de gaten
gehouden worden. Wanneer verdachten geen antwoord willen geven op de vragen van de
rechter, kan de rechter eerdere verklaringen of stukken erbij pakken als bewijs of om
opheldering vragen.